Debat Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn

De Eerste Kamer debatteerde maandag 9 en dinsdag 10 juli over het voorstel van minister Hoekstra van Financiën over de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn (34.808).

Alle fracties in de Eerste Kamer steunen het strenger aanpakken van corruptie en witwaspraktijken. Wel uitten de meeste woordvoerders hun zorgen over het middel dat voorlag. Met name over het verscherpte onderzoek naar mensen met een publieke functie én hun naasten werden veel vragen aan de minister gesteld.

PVV-senator Van Strien wilde van de minister weten of hij tenminste een andere maatschappelijke groepering zou kunnen noemen die banken aan extra witwaspraktijken-onderzoek moeten onderwerpen. In hoeverre zijn financiële dienstverleners uitgerust om verscherpt onderzoek te doen, vroeg senator Sent (PvdA) aan de minister. Senator Köhler (SP) vroeg aan Hoekstra waarom bij het hebben van rekeningen geen financiële grens van 15.000 euro wordt gesteld, voordat moet worden overgegaan tot een verscherpt cliëntenonderzoek door de bank. Volgens het wetsvoorstel moeten instellingen passende maatregelen nemen om de hiervoor genoemde klanten in kaart te brengen. Senator Prast (D66) wilde van de minister weten wat hij hierbij verstaat onder passend.

Niet alleen de mensen met een publieke functie zelf, maar ook zijn of haar familie en naast geassocieerden worden gescreend. Senator Ester (ChristenUnie) vroeg de minister hoe stigmatisering van onschuldige en niets vermoedende familieleden kan worden voorkomen. Voor senator Knip (VVD) zijn de vergaande onderzoeksbevoegdheden van de bankmedewerkers een punt van zorg. Hij vroeg de minister welke concrete rol hij hier ziet voor de toezichthouders. Senator Vos (GroenLinks) ziet een tegenstrijdigheid tussen de verplichtingen in deze richtlijn en de privacy. Zij vroeg de minister of de Autoriteit Persoonsgegevens hier een rol in kan spelen. Uit de schriftelijke behandeling maakte senator Van Kesteren (CDA) op dat het voorstel verdedigd wordt met de stelling dat dit soort wetgeving in het buitenland noodzakelijk is. Hij vroeg de minister of dat wil zeggen dat we hier wetgeving aan het behandelen zijn die in Nederland niet nodig is.

Tijdens de voortzetting van het debat op dinsdag 10 juli diende PVV-senator Van Strien twee moties in. De eerste motie verzocht de regering om banken te discrimineren voor mensen met een publieke functie en hun geassocieerden. De tweede motie verzocht de regering om banken bij een geschil met iemand met een publieke functie te verbieden de rekening op te zeggen alvorens het geschil volledig is afgehandeld. Minister Hoekstra ontraadde beide moties.

De stemming over het wetsvoorstel en de moties is voorzien voor dinsdagavond 10 juli.

Over het wetsvoorstel

De voorgestelde maatregelen beogen het witwassen van uit criminaliteit verkregen geld of het aanwenden van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden, met gebruikmaking van het financieel stelsel, verder aan te pakken.

Dit voorstel wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren vanterrorisme en enkele andere wetten in verband met de (gedeeltelijke) implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn ((EU) 2015/849) en in verband met de uitvoering van de nieuwe verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie ((EU) 2015/847).

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF