De Panama Papers

De Panama Papers zijn documenten uit de interne administratie van een juridisch advieskantoor in Panama: Mossack Fonseca & Co. Dat zet voor klanten vennootschappen op op locaties waar hun vermogen of eigendommen nauwelijks worden belast, zogeheten belastingparadijzen. Deze vennootschappen, ook offshorebedrijven genoemd, zijn legaal. Ze kunnen nodig zijn om internationale handel of internationale investeringen mogelijk te maken. Maar belastingparadijzen staan er om bekend dat ze weinig of geen gegevens openbaar maken over wie de eigenaar is van dergelijke bedrijven. Dat maakt ze tevens geschikt voor het ontduiken van belasting of voor andere illegale praktijken, zoals het omzeilen van sancties of het afhandelen van omkoping. Doordat de interne administratie nu is gelekt, hebben journalisten in sommige gevallen wél kunnen achterhalen aan wie de vennootschappen in de belastingparadijzen toebehoren die Mossack Fonseca heeft opgezet. Bovendien blijkt uit de achterliggende documenten soms met welk doel ze zijn opgezet. De journalisten maken dit openbaar om inzicht te verschaffen in wat deze offshorebedrijven mogelijk maken en om de discussie te bevorderen over mogelijke nadelen van sommige constructies.

Welke Nederlandse kranten hebben de Panama Papers onderzocht?

Het onderzoek naar de Panama Papers is gezamenlijk uitgevoerd door Trouw en Het Financieele Dagblad. Het team bestaat uit economieredacteur Jan Kleinnijenhuis (Trouw), onderzoeksjournalist Karlijn Kuijpers (bij Trouw gedetacheerd door onderzoeksbureau Somo), onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom (FD) en datajournalist Gaby de Groot (FD). Op PanamaPapers.nl staan alle artikelen van het Nederlandse onderzoeksteam en sommige verhalen die door buitenlandse media als de Süddeutsche Zeitung, de BBC, Le Monde en De Tijd in het kader van dit onderzoek zijn gepubliceerd.

Panama Papers is een project van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), een Amerikaanse organisatie van onderzoeksjournalisten die gefinancierd wordt met subsidiegeld en donaties en valt onder het Center for Public Integrity in Washington. Trouw en het FD ontvangen een geldelijke ondersteuning voor hun onderzoek naar de Panama Papers van het Center for Public Integrity/ICIJ.

Wat is de omvang van de database en wie heeft die gelekt?

In totaal gaat het om ruim 11,5 miljoen documenten, e-mails, spreadsheets, powerpoints en andere bestanden. Dat is meer dan tien keer zo veel als de eerste verzameling documenten die werd verspreid via WikiLeaks, van de Australiër Julian Assange. In totaal zit in de database informatie over meer dan 214.000 vennootschappen.

De gegevens zijn binnengekomen bij de Duitse krant Süddeutsche Zeitung. Die heeft ze gedeeld met ICIJ, die het vervolgens deelde met aan ICIJ verbonden media en journalisten. Wie verantwoordelijk is voor het lek wordt niet openbaar gemaakt en is ook niet bekend bij de deelnemende journalisten. Geen van de deelnemende media heeft voor de database betaald.

Wat doet ICIJ en met wie werken ze samen?

ICIJ richt zich vooral op internationaal onderzoek in samenwerking met media wereldwijd, onder meer naar misdaad en corruptie, naar grensoverschrijdende visserij, de tabaksindustrie en andere economische onderwerpen. Het heeft in tientallen landen journalisten aan zich verbonden, onder wie journalisten van de BBC en The Guardian (Verenigd Koninkrijk), Le Monde (Frankrijk), de Süddeutsche Zeitung en de omroep NDR (Duitsland), El Mundo en El País (Spanje), De Tijd en Le Soir (België), maar bijvoorbeeld ook de Japanse Asahi Shimbun en de Russische Novaja Gazeta. Journalisten worden op individuele basis lid, op grond van bewezen kwaliteit in onderzoeksjournalistiek. In totaal gaat het om zo’n 200 journalisten uit 90 landen. In Nederland zijn onder anderen Trouw-journalisten Joop Bouma, Jan Kleinnijenhuis en Martijn Roessingh aan ICIJ verbonden, evenals Siem Eikelenboom en Gaby de Groot van Het Financieele Dagblad.

Hoe verloopt zo’n samenwerking?

De media die willen deelnemen aan een onderzoek komen na een eerste inzage in de gegevens bijeen om te overleggen over de wijze waarop het onderzoek kan plaatsvinden en het moment waarop kan worden gepubliceerd. Voor dit project, dat Prometheus is gedoopt, was de bijeenkomst in München, op de redactie van de Süddeutsche Zeitung. Eerdere bekende projecten van ICIJ waren Offshore Leaks, Lux Leaks en Swiss Leaks (zie verderop).

Daarnaast zet ICIJ een forum op waar de deelnemers informatie kunnen uitwisselen en hun publicaties kunnen afstemmen. De gegevens zelf zijn te raadplegen via een aparte en afgeschermde website, waarop alle documenten doorzoekbaar worden gemaakt. Ook probeert ICIJ met geavanceerde datatechnieken overzichten te maken van de gegevens, bijvoorbeeld uitgesplitst naar land, naar belastingparadijs of naar soort bedrijf.

Wat waren andere projecten van ICIJ?

Recente grote projecten onthulden gegevens over belastingparadijzen, belastingontwijking en zwart spaargeld.

Zo werd in Offshore Leaks (2013) van twee trustkantoren openbaar wat voor bedrijven ze voor wie hadden gevestigd in welke belastingparadijzen. In veel gevallen ging het om prominente Aziaten, onder wie veel Chinese leiders en hun familie, maar ook Europeanen en Amerikanen behoorden tot hun klanten. Ook bleken banken (waaronder ING, ABN Amro en Rabobank) bedrijven op te zetten voor hun klanten waarbij soms de werkelijke eigenaren werden afgeschermd. Het onderzoek naar ongeveer 250.000 documenten en 120.000 bedrijven bracht een belangrijke slag toe aan de ‘cultuur van geheimhouding’, die de reden is voor het bestaan van belastingparadijzen.

Het Lux Leaks-project (2014) onthulde als eerste op grote schaal afspraken (rulings) van bedrijven met een belastingdienst, in dit geval de Luxemburgse. Uit de ruim 900 gelekte documenten van het accountantskantoor PricewaterhouseCoopers konden journalisten reconstrueren hoe grote bedrijven als WE, Pepsi, Ikea, Walt Disney, Koch en Avery Dennison hun belastingafdracht verminderen door gebruik te maken van brievenbusfirma’s in Luxemburg en andere landen. Het onderzoek leidde er mede toe dat internationaal via de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en de Europese Commissie de discussie over de aanpak van belastingontwijking in een stroomversnelling kwam.

Het Swiss Leaks-project (2015) onthulde namen van rekeninghouders bij de Zwitserse vestiging van HSBC, een grote Britse bank. Het lek bevatte gegevens die eerder in handen waren gekomen van de Franse justitie en die in tal van landen zwartspaarders tot opgave van hun tegoeden hadden gedwongen. Het liet ook zien hoe HSBC klanten hielp te ontkomen aan nieuwe maatregelen die landen probeerden te nemen tegen zwartsparen.

Lees meer:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF