De afschrikking voorbij. Een empirische studie naar afschrikking, generale preventie en regelnaleving in de Nederlandse afvalbranche

Bedrijven zijn nauwelijks onder de indruk van sancties. Voor zover sancties afschrikken, gebeurt dit vooral bij die bedrijven die toch al bereid waren tot regelnaleving. Dat stelt criminologe Karin van Wingerde in haar proefschrift ‘De afschrikking voorbij. Een empirische studie naar afschrikking, generale preventie en regelnaleving in de Nederlandse afvalbranche.’

Ieder incident leidt tot een roep om meer en strengere regels, intensievere controles en afschrikwekkender sancties voor ondernemingen en hun bestuurders. Maar voorkomt de dreiging van sancties dat ondernemingen regels overtreden? Schrikken straffen af?

Om deze vragen te beantwoorden voerde Van Wingerde een empirische studie uit onder veertig bedrijven in de Nederlandse afvalbranche. Daarbij onderzocht de criminologe niet alleen in hoeverre en op welke wijze sancties afschrikken, ook keek ze naar het belang van sancties in vergelijking met repercussies vanuit de maatschappelijke omgeving en onderzocht zij de wisselwerking tussen afschrikking, maatschappelijke controle en de aandacht die binnen bedrijven zelf wordt gegeven aan de naleving van wet- en regelgeving.

Afschrikwekkende werking van sancties

Uit het onderzoek blijkt dat er van sancties nauwelijks een directe afschrikwekkende werking uitgaat op het gedrag van bedrijven. Daarvoor zijn de opgelegde sancties te laag en is de kans om gepakt te worden te klein.

Voor zover sancties afschrikken, komt die afschrikwekkende werking tot stand via de maatschappelijke omgeving. Negatieve publiciteit, reputatieschade en de druk die het bedrijf vervolgens ervaart vanuit de lokale gemeenschap zijn veel afschrikwekkender dan een sanctie door de overheid. Dat effect is bovendien afhankelijk van de mate van sociale responsiviteit van bedrijven. Hoe opener bedrijven zijn, hoe eerder zij een sanctie als een signaal zullen beschouwen dat hen eraan herinnert dat ze de werking van hun eigen procedures moeten controleren en zonodig maatregelen moeten treffen om overtredingen te voorkomen. Sancties frissen zo de noodzaak tot het naleven van regels op, brengen de boodschap over dat naleving de moeite waard is en dat overtreders worden bestraft.

Het onderzoek laat echter tegelijkertijd zien dat sancties zich daarvoor wel moeten richten op betekenisvolle overtredingen. Ook moet het afkeurenswaardige van het bestrafte gedrag voldoende over het voetlicht worden gebracht.. Sancties die daarin onvoldoende slagen, kunnen juist ook vragen oproepen over nut en noodzaak van het publieke toezicht - en zo de afschrikwekkende werking ondermijnen.

Afschrikking, maatschappelijke controle én plichtsbesef

Het onderzoek laat zien dat de dreiging van sancties veel beter werkt als er al andere normenstelsels zijn die het gedrag van bedrijven beïnvloeden, zoals de maatschappelijke omgeving van bedrijven en het plichtsbesef binnen bedrijven zelf. Toezichthouders die het gedrag van bedrijven effectief willen beinvloeden, moeten volgens Van Wingerde dan ook juist gebruik maken van deze bestaande reguleringsmechanismen. Sancties moeten daartoe niet alleen een dreigende, maar juist ook een morele boodschap doen uitgaan. Daarbij moet expliciet worden beargumenteerd wat het afkeurenswaardige is van het bestrafte gedrag.

Over de promovendus

Karin van Wingerde studeerde criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Direct na haar afstuderen is zij als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie criminologie van de Erasmus School of Law gestart met haar promotieonderzoek. Sinds februari 2012 werkt zij als onderzoeker bij de Rekenkamer Rotterdam. Van Wingerde is tevens lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.

Van het proefschrift is een handelseditie verschenen bij Wolf Legal Publishers. Voor vragen: Persvoorlichting van de Erasmus Universiteit Rotterdam, (010) 408 1216 of press@eur.nl.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF