'De aangehouden zaak'

Rechters houden er niet van een strafzaak aan te houden. Nog afgezien van het feit dat dit budgettechnisch niet lonend is - die financiële prikkel laat ik maar even voor wat hij is - heeft de rechter niet voor niets de zaak grondig voorbereid en is hij erop voorbereid om straks een beslissing te nemen. Zodoende vindt de dienstdoende rechter zichzelf terug in een frustrerende spagaat tussen een behoorlijke strafrechtpleging en de wens om een strafzaak voorspoedig af te doen. Wie weet komt van uitstel wel afstel dus verzoekt hij zijn raadsman alsjeblieft niet teveel moeite te doen om zijn zaak weer op zitting te krijgen. De officier van justitie tenslotte voelt zich in voorkomende gevallen slechts matig betrokken bij de zaak. Waarom duurt het zo lang voordat een aangehouden zaak opnieuw op zitting wordt aangebracht?

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF