Column: Sjoemelende verbalisanten, OM niet-ontvankelijk

Door Mr. Polat (advocaat/partner bij Guarda | Kabalt | Schuurman | Polat Advocaten)

Waar ik mij aan erger zijn cliënten, maar ook collega’s, die alles wat de politie zegt of opschrijft in twijfel trekken. Waar ik mij echter nog meer aan erger, en zelfs boos over kan maken, zijn verbalisanten die dit in de hand werken en niet de waarheid spreken of opschrijven.

Soms druipt het er van af dat een verbalisant niet of niet helemaal de waarheid spreekt of naar waarheid heeft gerelateerd in een proces-verbaal van bevindingen. Het is echter lastig om aan te tonen dat zij niet naar waarheid verklaren/relateren. Bij een proces-verbaal wordt door rechtbank en/of hoven al snel geoordeeld dat het op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt en het pv dus wel zal kloppen.

In het verlengde hiervan is het nog maar de vraag of discrepanties tussen processen-verbaal van verbalisanten en overig bewijsmateriaal aangemerkt worden aangemerkt als vormverzuim. Eenmaal aangemerkt als vormverzuim is het vervolgens nog maar de vraag of hier consequenties aan worden verbonden.

Deze lijn volgt onder andere uit het arrest van de Hoge Raad op 19 februari 2013. De Hoge Raad heeft met dit arrest de toetsingscriteria voor vormverzuimen weliswaar aangescherpt, maar de deur wel opengelaten voor het afstraffen van vormverzuimen met bewijsuitsluiting. De Hoge Raad heeft met voornoemd arrest overigens niet uitgesloten dat het niet tot niet-ontvankelijk kan leiden, maar uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt duidelijk dat er minder gedaan wordt met vormverzuimen. De verschuiving van het formele naar het materiële strafrecht is duidelijk zichtbaar.

Dat betekent niet dat strafrechtadvocaten geen verweer meer moeten voeren op vormverzuimen. In een zaak die ik behandel, heeft het Hof Arnhem aangenomen dat de politie niet (volledig) de waarheid heeft gesproken. Het Hof heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:GHARL:2015:7633).

Mijn cliënt had in eerste aanleg 3,5 gevangenisstraf opgelegd gekregen ter zake het vervoeren van verdovende middelen. Ondanks deze straf en de omvang van de zaak vindt het Hof dat het belang dat cliënt recht heeft op een eerlijk proces zwaarder wegen dan het belang dat wij als samenleving hebben bij de vervolging en berechting van een verdachte. Hiermee krijgt het openbaar ministerie en de politie dus een stevige tik op de vingers.

Wij hebben als verdediging vanaf het begin geroepen dat het proces-verbaal van bevindingen dat gaat over het moment dat de politie cliënt voor het eerst ziet tot het moment dat cliënt wordt aangehouden, niet klopte. Er was naar mijn mening sprake van een verkapte aanhouding terwijl er geen redelijk vermoeden van schuld was. Pas in hoger beroep bleek dat het eerder genoemde proces-verbaal twee keer in het dossier zat. Er werd gedaan alsof het hetzelfde proces-verbaal was, maar ik bepleitte dat dat zeker niet het geval was.

Het ‘eerste’ pv bleek te zijn aangepast door de politie, om discussie te vermijden over de vraag of er wel een redelijk vermoeden van schuld en een verkapte aanhouding was toen men overging tot onderzoek aan de persoon van verdachte en de door hem bestuurde auto.

Enkele voorbeelden: Blz. 2, alinea 8 1e versie:

"Ik, verbalisant [verbalisant 1] , vroeg [verdachte] of hij iets in zijn auto had wat verboden was." In de 2e versie luidt deze passage als volgt: "Ik verbalisant [verbalisant 1] vroeg [verdachte] of hij iets in zijn auto had liggen wat verboden was. Ik vroeg dit omdat er beslag op de Volkswagen was gelegd."

of:

Blz. 2, alinea 9:

"Het is ons, verbalisanten, ambtshalve bekend dat voornamelijk personen die zich bezig houden met de handel in drugs meerdere telefoons bij zich hebben waarmee ze meerdere contacten middels meerdere telefoonnummers onderhouden."

(Hof: deze passage volgt op een passage waarin verbalisanten relateren dat [verdachte] meerdere telefoons in de auto had liggen.)

In de 2e versie ontbreekt de gehele passage.

Naar aanleiding van het vorenstaande is zowel in eerste aanleg als in hoger beroep verzocht om de verbalisanten te mogen horen. Deze verzoeken zijn telkens afgewezen. Uiteindelijk heeft hof toch geoordeeld dat de verbalisanten moesten worden gehoord bij de raadsheer-commissaris. De verbalisanten konden bij hun verhoren niet aangeven hoe, door wie en waarom de pv’s waren aangepast. Zij schrokken zelf van de verschillen in de pv’s die zij zelf hadden opgesteld en ondertekend.

Naar de mening van de verdediging was in strijd met in de artikelen 152 jo 153 van het Wetboek van Strafvordering gehandeld. Het proces-verbaal dat de verbalisanten opstellen dient naar waarheid te zijn opgesteld. Hier moeten naar mijn mening niet alleen de verdachten, advocaten en rechters op kunnen vertrouwen, ook het openbaar ministerie zelf moet hier op kunnen vertrouwen. De verdediging heeft bij de zitting, bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijkheid moest worden verklaard. Subsidiair is bepleit dat de vormverzuimen zouden moeten leiden tot bewijsuitsluiting en uiteindelijk vrijspraak. De Advocaat-Generaal vond dat het vonnis moest worden bevestigd en dat cliënt moest worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.

Het hof heeft op 20 december 2013 tussenarrest gewezen en geoordeeld dat het noodzakelijk is dat (bij voorkeur) de Rijksrecherche nader onderzoek doet naar een aantal door het hof geformuleerde vragen. Dit onderzoek is verricht door de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) van de politie Noord-Holland.

De conclusie van het onderzoek is dat nog steeds niet te achterhalen is door wie, wanneer en waarom het proces-verbaal is aangepast. Dat terwijl het VIK meerdere verbalisanten die betrokken waren bij het onderzoek of hadden ingelogd in BVH (systeem van de politie), de teamleider binnen de politie en de officier van justitie had geïnterviewd, alsook digitaal onderzoek in BVH had verricht.

Na dit nader onderzoek stond de zaak op 6 oktober 2015 opnieuw op zitting. Hierbij heeft de verdediging opnieuw bepleit dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard of cliënt anders moest worden vrijgesproken.

Op 6 oktober 2015 heeft het Hof Arnhem uitspraak gedaan. Het Hof Arnhem verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk. Het hof gaat zelfs zo ver dat zij oordeelt dat het aanpassen van de pv’s doelbewust moet zijn geweest:

“Naar het oordeel van het hof is doelbewust een proces-verbaal aangepast om de juiste gang van zaken te maskeren. De waarheidsvinding is hierdoor belemmerd en verdachtes recht op een eerlijk proces is hier tekort gedaan. Procespartijen moeten er op kunnen vertrouwen dat processen-verbaal van de politie, waaraan door de rechter bij zijn oordeelsvorming doorgaans uitermate veel belang wordt gehecht, waarheidsgetrouw worden opgemaakt en dat die de werkelijke gang van zaken weergeven. Dat laatste is hier niet het geval. Het hof oordeelt dit verzuim als zeer ernstig”.

Ik denk dat het arrest van het Hof toch een voorbeeld is dat het blijven voeren van verweren op grond van artikel 359a Sv. zijn vruchten kan afwerpen.

Meer weten over sjoemelende verbalisanten en de gevolgen hiervan? Kom dan op donderdag 17 maart 2016 naar het seminar 'De waarde van de ambtsedige waarheid: Over (on)betrouwbare processen-verbaal' in het centrum van Den Haag.
Klik hier voor meer informatie.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF