'BTW-(carrousel)fraude eist ambtshalve beoordeling door de rechter'

Het huidige BTW-stelsel heeft een grote aantrekkingskracht op be- lastingfraudeurs als gevolg van het ontbreken van een vereist verband tussen het recht op aftrek van de afnemer en betaling van de betreffende BTW door de leverancier. Teneinde de pakkans te verkleinen maken de fraudeurs bovendien dikwijls gebruik van bonafide ondernemingen, die vanwege hun correcte fiscale 'track record' buiten hun medeweten worden tussengeschakeld in de BTW-fraudeketen. Ingeval de Belastingdienst ontdekt dat de fraudeur wel BTW in rekening heeft gebracht maar niet heeft afgedragen, richt het vizier van de Belastingdienst zich in de praktijk op de afnemer en het door hem genoten recht op aftrek van de BTW. De fraudeur biedt immers veelal geen verhaalsmogelijkheden.

De vraag die in dit verband rijst is of de rechterlijke instanties het recht op aftrek van de BTW dienen te weigeren indien (i) vaststaat dat sprake is van fraude of misbruik en (ii) de belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij daaraan deelnam, ook indien de nationale wet niet erin voorziet de aftrek in een dergelijke situatie te weigeren. Het Europese Hof van Justitie lijkt deze vraag in een recent arrest te hebben beantwoordt.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF