Bijstand tijdens het politieverhoor

Vlak voor het kerstreces wees de Hoge Raad een interessant arrest over de raadsman bij het politieverhoor. De Hoge Raad overweegt voortaan ervan uit te gaan dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie, behoudens bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. De Hoge Raad gaat ervan uit dat met ingang van 1 maart 2016 toepassing zal worden gegeven aan de regel dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie. Bij de bepaling van die datum is op dit punt rekening gehouden met de Europese Richtlijn die in november geïmplementeerd dient te zijn. De Hoge Raad neemt aan dat de eerder gesignaleerde beleidsmatige, organisatorische en financiële keuzes derhalve inmiddels zijn gemaakt. De vraag is wel welke gevolgen moeten worden verbonden als wordt verzuimd dit recht te effectueren in de zin van artikel 359a Sv. De Hoge Raad meent dat – zolang de Europese Richtlijn nog niet in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd dan wel de implementatietermijn van die Richtlijn nog niet is verstreken – het verzuim van het recht op een advocaat tijdens het verhoor minder ernstig is dan schending van het recht op bijstand voorafgaand aan het verhoor. In het laatste geval dient de afgelegde verklaring namelijk wel te worden uitgesloten van het bewijs. In het eerste geval kan strafvermindering of de constatering dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim volgens de Hoge Raad voldoende zijn. De Hoge Raad merkt nog op dat bij het bepalen van de ernst van het verzuim in het bijzonder van belang is of de verhorende opsporingsambtenaren redelijkerwijs mochten aannemen dat niet de gelegenheid behoefde te worden geboden tot het verlenen van rechtsbijstand tijdens het verhoor.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF