Beantwoording vragen Eerste Kamer inzake voorstel witwasrichtlijn

Naar aanleiding van het Commissievoorstel voor een nieuwe (4e) anti-witwasrichtlijn zijn door de PvdA-fractie vragen gesteld aan de minister van Financiën.

De nieuwe richtlijn bevat volgende elementen:

  • zij zorgt voor duidelijker en meer samenhangende regels in de lidstaten
  1. door de invoering van een duidelijk mechanisme om de uiteindelijke
  2. begunstigden te identificeren. Daarnaast zullen ondernemingen verplicht worden informatie bij te houden over de identiteit van de personen die in werkelijkheid achter de vennootschap staan.
  3. door meer duidelijkheid en transparantie te brengen in de regels betreffende clië cliëntenonderzoek, zodat er passende controles en procedures worden ingevoerd waardoor ondernemingen de cliënten met wie zij zaken doen, beter kennen en beter begrijpen om welk soort activiteiten het gaat. Hierbij moet wel duidelijk worden gemaakt dat vereenvoudigde procedures niet verkeerd mogen worden begrepen alsof zij daarmee volledig vrijgesteld zouden zijn van maatregelen op het gebied van cliëntenonderzoek.
  4. en door ruimer gebruik van de bepalingen inzake politiek prominente personen (namelijk personen die wegens de politieke functie die zij bekleden, sterker blootgesteld zijn aan het risico voor corruptie), zodat de regeling nu ook betrekking heeft op “binnenlandse” (in EU-lidstaten wonende) (naast “buitenlandse”) politiek prominente personen en op deze personen in internationale organisaties. Het gaat onder meer om staats- of regeringsleiders, parlementsleden en rechters van de hoogste rechtscolleges.
  • de richtlijn krijgt een breder toepassingsgebied om nieuwe dreigingen en zwakke punten te kunnen aanpakken door bijvoorbeeld de toepassing te verruimen tot de goksector (terwijl de vroegere richtlijn alleen gold voor casino’s) en door een uitdrukkelijke vermelding van fiscale misdrijven.
  • voor de strijd tegen witwassen van geld gelden de strengste regels omdat de voorschriften verder gaan dan die van de FATF en binnen het toepassingsgebied nu alle personen vallen die goederen leveren of diensten verstrekken voor een contante betaling van 7 500 EUR of meer. Volgens een aantal belanghebbenden was de huidige drempel van 15 000 EUR immers niet toereikend. Deze personen vallen nu onder de richtlijn en het zal dus nodig zijn voor hen cliëntenonderzoek te verrichten, bewijsstukken te bewaren, interne controles uit te voeren en verslagen over verdachte transacties op te stellen. Hierbij zij vermeld dat de richtlijn voor minimale harmonisering zorgt en lidstaten maatregelen kunnen nemen die verder gaan dan deze drempel.
  • de richtlijn versterkt de samenwerking tussen de verschillende financiële inlichtingeneenheden, die tot taak hebben de verslagen over verdachte transacties op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering die zij ontvangen, te analyseren en te verspreiden onder de bevoegde autoriteiten.

De PvdA vraagt zich onder meer af of de concept richtlijn nog zaken bevat die niet zijn opgenomen in de aanbevelingen van de FATF in het algemeen en de aanbevelingen zoals opgenomen in het FATF evaluatierapport Nederland van 25 februari 2011 in het bijzonder.

De minister maakt hierbij onderscheid tussen de algemeen geldende ‘FATF-aanbevelingen’ en specifieke aanbevelingen die de FATF doet aan individuele landen in evaluatierapporten. Belangrijke aanleiding voor de Europese Commissie om een voorstel te presenteren voor een nieuwe richtlijn vormen de nieuwe FATF- aanbevelingen van februari 2012. Deze aanbevelingen vormen de wereldwijde standaard op het gebied van bestrijden en voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering. Individuele evaluaties van (EU-)landen ten aanzien van de ‘oude’ FATF-aanbevelingen (zoals het in de vraag aangehaalde rapport over Nederland) dienen om de correcte en volledige implementatie van die wereldwijde standaard in een specifiek land te bevorderen; daarin worden geen nieuwe, of aanvullende eisen gesteld.

Een belangrijk verschil tussen de algemene FATF-aanbevelingen en de concept richtlijn is dat de Commissie in haar voorstel een grotere reikwijdte voorstaat. De concept richtlijn beoogt alle aanbieders van kansspelen te reguleren in plaats van alleen (on line) casino’s. Het drempelbedrag voor grootwaardehandelaren is verlaagd van € 15.000 naar € 7.500 zodat deze ondernemers voor meer transacties onder de richtlijn zouden vallen. Anders dan in de algemene FATF- aanbevelingen worden ook aanbieders van verhuurdiensten onder de reikwijdte gebracht. Verder is in de concept richtlijn een verplichting opgenomen voor alle rechtspersonen en juridische entiteiten om zelf informatie over de eigen uiteindelijk belanghebbenden bij te houden.

Op enkele technische punten zijn in het Commissievoorstel omissies aan te wijzen ten opzichte van de algemene FATF-aanbevelingen. Zo is het cliëntenonderzoek niet verplicht gesteld in geval van bepaalde geldovermakingen. In Nederlandse wetgeving (artikel 3, vijfde lid, onderdeel g, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) is hierin reeds voorzien na kritiek ter zake in de FATF evaluatie van Nederland van 2011. De bedoelde omissies zijn reeds gemarkeerd in de lopende onderhandelingen over het richtlijnvoorstel. De Nederlandse inzet is de richtlijn zoveel mogelijk af te stemmen op de algemene FATF-aanbevelingen.

Daarnaast worden bepaalde FATF-aanbevelingen naar hun aard niet geregeld in de richtlijn, omdat het om nationale bevoegdheden gaat. Dit betreft bijvoorbeeld de aanbevelingen op strafrechtelijk gebied, zoals de specifieke vereisten ten aanzien van de strafbaarstelling van de delicten witwassen en terrorismefinanciering en de vereisten inzake opsporing, ontneming en internationale rechtsbijstand.

Ook wordt gevraagd hoe de regering artikel 29 van het richtlijnvoorstel beoordeeld, waarin wordt gesteld dat “lidstaten er voor zorgen dat binnen hun grondgebied gevestigde rechtspersonen of juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden inwinnen en bezitten”?

Dijsselbloem: "De regering onderschrijft de doelstelling van de Commissie om de transparantie van rechtspersonen te verbeteren. Het kunnen vaststellen van de uiteindelijk begunstigden (in Nederlandse wetgeving en hierna geduid als uiteindelijk belanghebbenden) van rechtspersonen is een belangrijk instrument in de strijd tegen financiële criminaliteit. Dit is dan ook terecht een onderwerp dat veel aandacht heeft gekregen bij de totstandkoming van de nieuwe FATF- aanbevelingen, en naar verwachting veel aandacht zal krijgen bij de onderhandelingen over de Vierde Witwasrichtlijn. De regering heeft echter aarzelingen bij het voorgestelde artikel 29. Hoewel een verplichting zoals door de Commissie voorgesteld het cliëntenonderzoek zou kunnen vergemakkelijken doordat relevante informatie reeds beschikbaar zou zijn, is de regering er niet van overtuigd dat dit het meest effectieve instrument is om het gestelde doel te bereiken. Dit zou van een brede groep personen – bestuurders van rechtspersonen - inspanningen vergen, reeds om met deze materie vertrouwd te raken. Toezicht op de naleving zou evenzeer complex zijn. Verder zou een dienstverlener toch zelfstandig cliëntenonderzoek moeten verrichten, ongeacht of zijn cliënt zelf al beschikt over informatie over zijn uiteindelijk belanghebbende. In het kader van het clië cliëntenonderzoek zou de dienstverlener die informatie dus in elk geval moeten controleren. Voor het creëren van inzicht in uiteindelijk belanghebbenden van rechtspersonen ziet de regering vooralsnog dan ook meer in andere maatregelen, waaronder een centraal aandeelhoudersregister zoals aangekondigd door de Minister van Veiligheid en Justitie."

Tot slot wordt gevraagd of de regering kan aangeven in welke mate en via welk instrumentarium met de introductie van de vierde witwasrichtlijn de zorgwekkende situatie in Cyprus voorkomen had kunnen worden c.q. naar de toekomst toe kan worden bestreden?

Moneyval onderzoekt momenteel welke verbeteringen mogelijk zijn bij de implementatie van anti-witwas maatregelen bij Cypriotische financiële instellingen. Dit onderzoek bouwt voort op de reguliere evaluatie van Cyprus door Moneyval in 2011. In die evaluatie werden wetgeving en beleid van Cyprus in het algemeen positief beoordeeld. Vooruitlopend op de uitkomsten van het lopend onderzoek lijkt een effectievere bestrijding van witwassen in Cyprus dan ook eerder een kwestie van toezicht en uitvoering dan van wetgeving.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF