Beantwoording Kamervragen over een frauderende arts in het Catharina Ziekenhuis

Minister Schippers heeft gisteren antwoord gegeven op kamervragen van Klever (PVV) over het bericht van 9 februari jl., dat o.a. in de Volkskrant is verschenen, over het door het Catharina Ziekenhuis in dienst houden van een frauderende arts.

Het gaat om een interniste die voor ten minste een ton te veel declareerde. Ze hield spookspreekuren en knoeide met diagnoses, zo meldt de Volkskrant. De klokkenluider, een topinternist die de zaak aankaartte, staat sinds januari op straat.

Het ziekenhuis laat weten, nadat de onregelmatigheid is ontdekt, direct zelf melding te hebben gemaakt bij de zorgverzekeraars. Vervolgens is opdracht verleend aan een onafhankelijk onderzoek door een accountantsbureau en de resultaten zijn met de zorgverzekeraars gedeeld. De conclusie luidde dat van fraude geen sprake was, aldus Schippers. Het teveel betaalde bedrag is over de gehele periode aan verzekeraars terugbetaald. De internist heeft haar excuses aangeboden en een formele waarschuwing gekregen. Op verzoek van het ziekenhuis hebben de verzekeraars na enige tijd een extern vervolgonderzoek onder de betreffende patiëntencategorie gehouden, waaruit bleek dat de internist correct declareerde. Verzekeraars en ziekenhuis zijn de mening toegedaan dat hiermee de zaak correct is afgehandeld.

Schippers merkt op dat aangezien het hier niet gaat om fraude er dus geen juridische grond is voor ontslag. Zij ziet al met al ook geen aanleiding voor nader onderzoek door de Nederlandse Zorgautoriteit.

Op de vraag of Schippers bereid is de Inspectie voor de Gezondheidszorg een onafhankelijk onderzoek te laten starten naar mogelijk geknoei met diagnoses en disfunctionerende artsen in het Catharina Ziekenhuis antwoord de Minister dat het Catharina Ziekenhuis extern twee onafhankelijke onderzoeken heeft laten uitvoeren naar het functioneren van de arts. Het eerste onderzoek richtte zich slechts op door de melder geselecteerde statussen en gaf daarmee onvoldoende duidelijkheid. Uit het uitgebreide tweede onderzoek dat gedaan is door een externe commissie, waarbij interviews met achttien personen en dossieronderzoek van 50 willekeurige dossiers over een langere periode, bleek dat er geen sprake was van medisch disfunctioneren van de arts. Zo heeft de arts geen verkeerde diagnoses gesteld. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de arts niet conform de regelgeving declareerde, maar dat van fraude geen sprake was, aldus Schippers. De patiëntveiligheid is niet in het geding geweest. De IGZ acht verder onderzoek dan ook niet nodig.

Om fraude in de zorg aan te pakken wordt ingezet op een combinatie van verschillende handhavingsmogelijkheden, die elkaar aanvullen en versterken, en op preventie. Voor de handhaving vindt een actieve uitwisseling van informatie plaats tussen beleid, regelgeving en handhaving, zodat overheidshandelen op elkaar afgestemd kan worden. Deze afstemming vindt onder ander plaats in de Regiegroep verbetering zorgfraudebestrijding. Voor de handhaving in individuele zaken is het allereerst van belang dat er aangifte wordt gedaan bij de politie.

Schippers acht het invoeren van een meldplicht voor fraude om aan dit soort langdurige conflicten een eind te maken echter niet noodzakelijk en onwenselijk. Het is belangrijk dat mensen hun vermoedens van fraude ergens kunnen neerleggen en dat die signalen serieus worden opgepakt. Dat kan op diverse plaatsen, bijvoorbeeld bij verzekeraars zelf, bij de NZa of bij de politie. Schippers vreest bovendien voor overbelasting van de organisaties die de meldingen moeten onderzoeken bij het invoeren van een dergelijke plicht.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF