Artikel: Zeven stellingen over causaliteit in het strafrecht

Een wetenschappelijke theorie heeft onder meer tot taak om een adequate beschrijving te bieden van hetgeen haar voorwerp uitmaakt en om een adequate verklaring te bieden voor de wijzen waarop haar voorwerp zich binnen het door de theorie bestreken domein manifesteert. Om voor een deugdelijke wetenschappelijke theorie door te kunnen gaan, moet zij minst genomen zich bedienen van begrippen en begripsverbanden die vrij zijn van contradicties en die voor het doel van de theorie – haar object adequaat te beschrijven en te verklaren – onmisbaar en dus niet overbodig zijn. Hierbij moet worden bedacht dat wat een beschrijving of verklaring van een bepaald object ‘adequaat’ maakt, in hoge mate afhangt van het binnen de desbetreffende theorie ingenomen epistemologische perspectief: verschillende wetenschappelijke disciplines kunnen dan ook verschillende, niet tot elkaar te herleiden theoretische modellen van bepaalde concepten hanteren.

Althans één klassiek en centraal leerstuk van het materiële strafrecht lijkt zich nog niet te hebben laten vangen in een theorie die voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden voor ‘adequate’ wetenschappelijke theorievorming: de causaliteit. De heersende leer kan als volgt worden samengevat. Of sprake is van causaal verband tussen de gedraging van een verdachte en een bepaald gevolg wordt sedert 1978 beoordeeld aan de hand van de maatstaf of het gevolg redelijkerwijs als gevolg van de gedraging aan de verdachte kan worden toegerekend. Vaak wordt bovendien aangenomen dat voor redelijke toerekening in beginsel vereist is dat de gedraging van de verdachte een onmisbare factor – een conditio sine qua non – voor het intreden van het gevolg heeft gevormd.

Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat bij de invulling en toepassing van het criterium van de redelijke toerekening bepaalde oude causaliteitstheorieën (zoals de leer van de conditio sine qua non en de adequatietheorie) nog van belang kunnen zijn en dat relevante gezichtspunten vooral kunnen zijn: de vraag of de gedraging naar haar aard geschikt was om het uiteindelijke resultaat teweeg te brengen, althans in relevante mate het risico op het intreden van dat resultaat heeft vergroot; de aanwezigheid van opzet bij de verdachte gericht op het ingetreden gevolg; en de aard en strekking van het delict.

Uit de rechtspraak blijkt bovendien dat de causale keten tussen de gedraging van de verdachte en het (uiteindelijk) ingetreden gevolg niet snel doorbroken wordt geacht. Zo staan na of tijdens de gedraging van de verdachte door anderen gestelde gedragingen of andere factoren die mede van invloed zijn geweest op het uiteindelijke resultaat niet noodzakelijkerwijs in de weg aan het aannemen van een oorzakelijk verband. Dat geldt zelfs wanneer de later ingetreden factoren, zoals het doen en laten van het slachtoffer in kwestie, in belangrijke mate hebben bijgedragen aan het ontstaan van het gevolg, zolang de tussenkomende factoren niet dermate zwaarwegend zijn geweest dat het niet langer redelijk zou zijn om het gevolg aan de eerdere gedraging van de verdachte toe te rekenen. En ook indien niet kan worden vastgesteld dat de gedraging van de verdachte de conditio sine qua non is geweest voor het gevolg, staat dit niet per se in de weg aan het aannemen van causaal verband, indien wordt vastgesteld dat de gedraging wél de conditio sine qua non kán zijn geweest en het bovendien aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt.
Gedurende de afgelopen jaren zijn verscheidene pogingen ondernomen – in Nederland en daarbuiten – tot (verdere) duiding van dit wat mysterieuze strafrechtelijke leerstuk. In dit artikel  willen de auteurs een bijdrage leveren aan een nadere theoretische verheldering van het fenomeen causaliteit in het strafrecht. Een ontwerp van een nieuwe theorie hebben de auteurs daarbij niet voor ogen. Zij zullen vooral uitgaan van de bestaande leer zoals zij in de recente rechtspraak van de Hoge Raad wordt ingevuld en toegepast.

Lees verder:



 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF