Artikel: Fraude en detacheringsverklaringen

Naar aanleiding van het arrest Altun van 6 februari 2018 van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin het Hof is teruggekomen op eerdere jurisprudentie dat detacheringsverklaringen bindend zijn voor de gaststaat en dat alleen nadat een speciale procedure gevolgd is de gaststaat niet gebonden kan zijn aan detacheringsverklaringen, gaat deze bijdrage nader in op het onderwerp fraude en detacheringsverklaringen. Daartoe wordt na een korte inleiding over het begrip detachering, eerst aandacht besteed aan de eerdere jurisprudentie over de kracht van detacheringsverklaringen. Vervolgens worden de feiten en omstandigheden van het Altun-arrest en de (consequenties van de) benaderingen van de advocaat-generaal en het Hof besproken. Afgesloten wordt met een commentaar en enkele conclusies. Daarin wordt onder meer gesteld dat het voordeel van de nieuwe lijn van het Hof is dat het orgaan van de zendende staat nu een sterkere verantwoordelijkheid heeft: als het vroeger mocht denken in het voordeel van zijn eigen bedrijven te handelen door soepel te zijn of de vragen van het ontvangstland te negeren, dan is dat nu niet langer het geval. Tegelijkertijd geeft de door het Hof eerder aangehouden procedure veel meer rechtszekerheid en garandeert meer rechtseenheid en zorgvuldigheid. Er wordt voor gepleit om in de Coördinatieverordening op zijn minst de voorgestelde wijzigingen op te nemen over de termijnen waarbinnen organen moeten reageren op verzoeken van de gaststaat en om de criteria voor fraude aan te scherpen. De voorkeur gaat uit naar een aangescherpte nieuwe regeling in plaats van de Altun-benadering.

Lees verder:

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF