Artikel: De verdenkingscriteria in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

In de contourennota over de modernisering van het Wetboek van Strafvordering is aangekondigd dat de wettelijke regeling van het voorbereidend onderzoek integraal wordt geherstructureerd. In februari zijn concepten van het Eerste en Tweede Boek van het nieuwe wetboek in consultatie gegeven. Daar kan uit worden afgeleid hoe de Minister van Veiligheid en Justitie aan dit voornemen gestalte wil geven.

In het huidige wetboek is de regeling van de dwangmiddelen (voor een groot deel) en bijzondere bevoegdheden tot opsporing (in zijn geheel) opgenomen in het Eerste Boek. Voorgesteld wordt, de bevoegdheden tot opsporing (van dwangmiddelen wordt niet meer gesproken) te regelen in het Tweede Boek. Het huidige Tweede Boek regelt de Strafvordering in eerste aanleg, en bevat na drie titels die gewijd zijn aan (achtereenvolgens) het opsporingsonderzoek, de rechter-commissaris en het onderzoek door de rechter-commissaris, ook nog titels die zien op de vervolgingsbeslissing, de vervolging door een strafbeschikking alsmede het aanhangig maken en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Het voorgestelde Tweede Boek is integraal gewijd aan het opsporingsonderzoek, en is onderverdeeld in hoofdstukken die weer zijn onderverdeeld in titels.

Het eerste hoofdstuk van het voorgestelde Tweede Boek bevat algemene bepalingen; daarin is onder meer een titel opgenomen met algemene bepalingen over de uitoefening van bevoegdheden waarin het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel zijn gecodificeerd. Daarna volgen hoofdstukken over de aangifte, het verhoor door opsporingsambtenaren alsmede deskundigenonderzoek en voorlichtingsrapportage in opdracht van de officier van justitie. Het vijfde tot en met negende hoofdstuk betreffen achtereenvolgens bevoegdheden tot vrijheidsbeperking en vrijheidsbeneming, bevoegdheden met betrekking tot het lichaam, bevoegdheden met betrekking tot voorwerpen en gegevens, heimelijke bevoegdheden en het verkennend onderzoek. Het tiende en laatste hoofdstuk regelt het onderzoek door de rechter-commissaris.

Een verandering die de aandacht trekt, is de keuze om de toepassing van bevoegdheden in het opsporingsonderzoek aan andere verdenkingscriteria te koppelen. In de huidige wettelijke normering van die bevoegdheden neemt de wetsbepaling waarin is opgesomd bij welke strafbare feiten voorlopige hechtenis kan worden toegepast (artikel 67 Sv) een belangrijke plaats in. Dat is in de voorgestelde regeling anders.

Bij de toepassing van inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis wordt het wettelijk strafmaximum doorslaggevend. Concreet: een bevel tot bewaring kan worden gegeven in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van twee jaar of meer is gesteld. Een bevel tot gevangenhouding of gevangenneming kan, behoudens een uitzonderingsgeval, worden gegeven in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld (artikel 2.5.4.1.2). De officier van justitie kan inverzekeringstelling bevelen in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van een jaar of meer is gesteld alsmede in het geval geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland van de verdachte kan worden vastgesteld en hij verdacht wordt van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld. De hulpofficier van justitie kan inverzekeringstelling bevelen in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van twee jaar of meer is gesteld (artikel 2.5.3.2.2).

De criteria die de toepassing van andere bevoegdheden betreffen zijn niet gekoppeld aan de criteria die bij de toepassing van voorlopige hechtenis worden gehanteerd. Elke bevoegdheid is zelfstandig genormeerd; in die normering wordt telkens verwezen naar misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van minimaal een bepaalde hoogte is gesteld.

In deze bijdrage staat deze verandering centraal. Is de voorgestelde systematiek van verdenkingscriteria een verbetering?

Lees verder:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF