Artikel: De straf- en bestuursrechter als communicerende vaten in VOG-zaken

Vanaf 2011 is het aantal strafrechtelijke uitspraken waarin de VOG een rol speelt zichtbaar gestegen op rechtspraak.nl. Waarschijnlijk houdt dit op zijn minst enig verband met de jaarlijks toenemende hoeveelheid VOG-aanvragen. Sinds 2004 – toen de afhandeling ervan niet langer per gemeente plaatsvond maar centraal werd ondergebracht bij het COVOG – is het aantal aanvragen ieder jaar flink gestegen, zodat er in de afgelopen elf jaar een verzesvoudiging plaatsvond. Uitgaande van de cijfers van vorig jaar, met ruim 860.000 aanvragen5 op een beroepsbevolking van ruim 12,7 miljoen, kunnen we concluderen dat jaarlijks 1 op de 15 personen (tussen 15 en 75 jaar oud) een VOG moet aanvragen.

Logischerwijze anticiperen strafrechtadvocaten op de waarschijnlijkheid dat de verdachte die zij bijstaan ooit een VOG zal moeten aanvragen en wijzen zij op de negatieve gevolgen die een strafoplegging hiervoor zou kunnen hebben, hetgeen voor strafrechters reden kan vormen hiermee rekening te houden bij de afdoening van de zaak. Schoutsen heeft onlangs een viertal categorieën gecreëerd waarin overwegingen van strafrechters omtrent de VOG zijn onder te brengen. Ten eerste zijn er de overwegingen over de sanctiesoort, -modaliteit en -hoogte. Ten tweede de overwegingen bij schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Ten derde de overwegingen voor het niet-ontvankelijk verklaren van het OM. En ten vierde beschrijft zij de categorie betreffende overwegingen over de onwenselijkheid van een VOG-weigering.

Ook in de literatuur is de aandacht voor dit onderwerp in de afgelopen jaren gestegen. De auteurs willen op deze plek een bijdrage leveren aan deze discussie door een brug te slaan tussen de rechtsgebieden van het straf- en bestuursrecht. 

Zij zullen daartoe allereerst de strafrechtelijke jurisprudentie met betrekking tot de VOG bespreken en beoordelen welke verweren worden gevoerd en hoe de strafrechter daarmee omgaat. Vervolgens zal het perspectief gedraaid worden door het bestuursrechtelijke kader uiteen te zetten en na te gaan in hoeverre binnen de bestuursrechtelijke VOG-procedure rekening kan worden gehouden met strafrechtelijke overwegingen. Zij zullen vervolgens het straf- en bestuursrecht naast elkaar bestuderen door in enkele concrete categorieën zaken (taxichauffeurs, zedendaders en minderjarige daders) eerst bestuursrechtelijke overwegingen te beschouwen en deze te vergelijken met strafrechtelijke oordelen. Op deze wijze willen zij antwoord geven op de vraag in hoeverre de beoordeling van de strafrechter en de bestuursrechter overeenkomen waar het gaat om ‘de afdoening van de strafzaak’ respectievelijk ‘de zwaarte van de straf’, ‘de ernst van het delict’ dan wel ‘de mate waarin het delict de verdachte is aangerekend’.

Lees verder: 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF