Antwoorden Kamervragen ‘Waarom zitten Vestia-bestuurders niet zes jaar vast’ ?

Naar aanleiding van het bericht 'Waarom zitten Vestia-bestuurders niet zes jaar vast’ heeft Tweede Kamerlid Fritsma (PVV) aan de minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok, een aantal Kamervragen gesteld.

Fritsma vraagt onder meer hoe Blok het gegeven beoordeelt dat de huidige Vestia-commissaris - Hans van der Vlist -medeverantwoordelijk is voor veel derivaten-ellende bij 'Slibverwerkingsbedrijf Noord-Brabant’ en nu bij Vestia juist soortgelijke misstanden moet wegwerken. Blok antwoordt dat woningcorporaties  zelf verantwoordelijk zijn voor het aanstellen van commissarissen en  daarbij niet gehouden zijn zich hierover aan de minister te verantwoorden. "Ik ga er vanuit dat woningcorporaties bij de selectie van nieuwe commissarissen de antecedenten van betrokkenen zullen nagaan. Verder moeten bij het aanstellen van commissarissen enkele statutaire bepalingen in acht worden genomen", aldus Blok.

De derivatenkwestie bij het Slibverwerkingsbedrijf Noord-Brabant (SNB) dateert van voordat de heer Van der Vlist aantrad als RvC-voorzitter. In 2007 heeft de SNB een switch transaction afgesloten met Deutsche Bank met als voornaamste doel financiële risicovermindering door spreiding van bestaande leasedeposito’s voor een periode van 10 jaar. De heer Van der Vlist is in oktober 2011 aangetreden als voorzitter.

Zijn aanstelling had te maken met het feit dat de verantwoordelijke commissarissen moesten vertrekken. Hetzelfde geldt bij Vestia. Zijn taak is om toe te zien op het herstel van de financiële problemen die zijn ontstaan onder de toezichtverantwoordelijkheid van zijn voorgangers. Bij het samenstellen van de nieuwe RvC is wel contact geweest tussen Vestia en het ministerie van BZK over de nieuwe kandidaten, waaronder de heer Van der Vlist.

Op de vraag of Blok bereid is om er zorg voor te dragen dat commissarissen bij woningcorporaties ruimschoots voldoende deskundig zijn zodat zij geloofwaardig de belangen van huurders kunnen verdedigen, antwoordt verwijst de minister naar het door de Tweede Kamer op 5 juli 2012 aanvaarde wetsvoorstel voor de herziene Woningwet dat thans aanhangig is bij de Eerste Kamer. Daarin zijn diverse eisen opgenomen met betrekking tot de kwaliteit en het onafhankelijk functioneren van de intern toezichthouders bij woningcorporaties. Zij moeten zich daarbij niet alleen richten op het belang van de organisatie, maar ook op dat van belanghebbenden zoals de huurders. In relatie tot de door u gestelde vragen wijs ik u in het bijzonder op de eis dat iemand niet in de functie van commissaris zal kunnen worden aangesteld als hij of zij eerder in een bestuurlijke of toezichthoudende functie bij een maatschappelijk werkende organisatie geconfronteerd is geweest met een aanwijzing of eerder is veroordeeld vanwege een financieel economisch delict. En mogelijk komt er nog aanvullende wet- en regelgeving.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF