Antwoorden kamervragen getuigenbescherming

Naar aanleiding van het artikel in het NJB ‘Het onontgonnen terrein van getuigenbescherming’ (8 juni 2012, AFL. 23) heeft Hennis-Plasschaert (VVD) per brief van 2 juli 2012 de volgende kamervragen gesteld aan Opstelten over getuigenbescherming:

  1. Kent u het artikel ‘Het onontgonnen terrein van getuigenbescherming’?
  2. Deelt u de kritische kanttekeningen van de auteurs bij de verdeling van verantwoordelijkheden in het kader van getuigenbescherming evenals bij de procedurele waarborgen? Zo ja, welke maatregelen bent u voornemens te nemen? Zo nee, waarom niet?
  3. Deelt u de mening dat er een bijzondere zorgplicht bestaat voor een persoon die zich in een (levens)bedreigende situatie bevindt ten gevolge van zijn of haar medewerking aan opsporing en vervolging? Zo nee, waarom niet?
  4. Deelt u de mening dat (vroeg of laat in het proces) heel veel bewijsmateriaal direct tot de getuige te herleiden is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in hoeverre is het volledig afschermen van getuigen dan überhaupt realistisch? Welke maatregelen bent u in dezen voornemens te nemen?
  5. Is het waar dat getuigen die in het kader van getuigenbescherming worden beschermd, zijn uitgesloten van het stelsel bewaken en beveiligen? Zo ja, acht u dit ook voor de toekomst gerechtvaardigd?
  6. Deelt u de mening dat het eigenlijk de wereld op z’n kop is als getuigen die tegelijkertijd slachtoffer zijn ‘huis en haard’ moeten verlaten?
  7. Bent u met het de auteurs eens dat het onontgonnen terrein van getuigenbescherming in schril contrast staat met de gedetailleerde regeling van de toezeggingen die kunnen worden gedaan aan getuigen die tevens verdacht of veroordeeld zijn? Zo nee, waarom niet?
  8. Bent u het met de auteurs van bovengenoemd artikel eens dat het Besluit getuigenbescherming nauwelijks aanknopingspunten biedt voor het bepalen van de concrete inhoud en duur van de beschermingsmaatregel(en)? Zo nee, waarom niet?
  9. Welke normen gelden er op dit moment voor het vaststellen van de hoogte van de aan de getuige te verstrekken financiële tegemoetkoming?
  10. Deelt u de mening dat duidelijk moet worden gemaakt welke maatstaven gelden voor de financiële ondersteuning van de getuige gedurende een bepaalde periode, waarin deze op weg wordt geholpen, evenals de voorwaarden waaronder? Zo ja, welke maatregelen bent u voornemens te nemen, inclusief tijdpad?
  11. Klopt de stelling van de auteurs dat de Politiewet 1993 uitsluitend voorziet in een tijdelijke en niet in een definitieve wijziging van de identiteit? Zo ja, bent u voornemens om dit te wijzigen? Zo nee, waarom niet?
  12. Welke zijn in Nederland de tussenvormen tussen a) het niet verlenen van bescherming en b) de opname in een getuigenbeschermingsprogramma?
  13. Bent u van mening dat de wet en het Besluit getuigenbescherming de getuige (evenals de met getuigenbescherming belaste autoriteiten) meer handvatten moeten bieden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen bent u voornemens te nemen, inclusief tijdpad?
  14. Deelt u de mening dat juist getuigen die tegelijkertijd slachtoffer zijn zich gesteund moeten weten door het openbaar bestuur?
Lees hier het antwoord van Opstelten.
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF