Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand. Toekennen van een schadevergoeding is niet billijk nu verzoeker kort als verdachte was aangemerkt als rechtstreeks gevolg van de verdenking jegens zijn werkgever.

Rechtbank Arnhem 29 mei 2013, LJN CA1388 en LJN CA1391 

Op 20 februari 2013 is ter griffie een verzoekschrift ex artikel 591a Sv ingekomen. Dit  verzoekschrift strekt tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte kosten dan wel geleden schade tot een bedrag van:

  • € 3.079,56, zijnde kosten van rechtsbijstand; en
  • € 280,-, zijnde kosten van rechtsbijstand ten behoeve van het indienen van het onderhavige verzoekschrift, te verhogen met € 270,- indien een mondelinge behandeling noodzakelijk is.

Ontvankelijkheid

Uit het door de advocaat nader toegezonden proces-verbaal van verhoor d.d. 8 mei 2012 blijkt dat verzoeker als verdachte is gehoord. De raadkamer zal "de zaak" dan ook aanmerken als een strafzaak in de zin van "de zaak” in artikel 591a Sv.

Verzoeker is derhalve ontvankelijk.

Kosten rechtsbijstand 

In de onderhavige zaak volgt uit de stukken dat het bedrijf (werkgever) als verdachte in een strafzaak is aangemerkt. Voortvloeiend uit die verdenking is verzoeker als verdachte gehoord. Verzoeker is niet ingeschreven als verdachte, noch is hem een formele sepotmededeling gedaan. Het lijkt er derhalve op dat verzoeker tijdens diens verhoor uitsluitend als verdachte is aangemerkt, teneinde de verdenkingen jegens werkgever te toetsen en om een eventuele vervolging van verzoeker in het verlengde van de verdenking jegens werkgever niet op voorhand uit te sluiten. Niet is gebleken, ook niet uit het door de advocaat nader toegezonden proces-verbaal van verhoor, dat er een zelfstandige en concrete verdenking jegens verzoeker heeft bestaan. Feit blijft aldus dat de initiële verdenking slechts is gericht tegen verzoekers werkgever. Tijdens de behandeling in raadkamer heeft de advocaat desgevraagd ook opgemerkt dat hij tevens als raadsman optreedt in de strafzaak tegen werkgever.

Uit de door de advocaat ingezonden brief d.d. 23 mei 2013 - van werkgever aan verzoeker (werknemer) - volgt dat werkgever de kosten van rechtsbijstand aan verzoeker zal voorschieten. Daar staat een verplichting tegenover van verzoeker om die kosten van rechtsbijstand - via de derdenrekening van de advocaat - aan werkgever terug te betalen indien en voor zover de rechtbank een verzoek tot schadevergoeding zal toewijzen.

De raadkamer is van oordeel dat het verhoor van verzoeker als verdachte het rechtstreeks gevolg is van de verdenking jegens werkgever. Om die reden acht de raadkamer het niet meer dan zorgvuldig en billijk dat werkgever als werkgever en feitelijk verdachte, de kosten van rechtsbijstand voor verzoeker draagt. Het gegeven dat verzoeker niet zelf zal worden vervolgd, doet daar niet aan af.

Gelet op deze omstandigheden, acht de raadkamer het toekennen van een vergoeding aan verzoeker niet billijk. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Kosten verzoekschrift 

Gelet op de hiervoor beschreven omstandigheden, acht de raadkamer het evenmin billijk om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift, nu dit uitsluitend in het belang van werkgever heeft plaatsgevonden.

De raadkamer wijst af het verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF