Advies: Regierol rechter in strafproces duidelijker omschrijven

In het nieuwe Wetboek van Strafvordering moeten de praktische randvoorwaarden waaronder de rechter meer regie kan voeren in het opsporingsonderzoek, duidelijker worden omschreven.

Dat staat in het advies van de Raad voor de rechtspraak naar aanleiding van de ‘Contourennota Modernisering Wetboek van Strafvordering’ van de minister van Veiligheid en Justitie. In deze nota wordt het nieuwe Wetboek van Strafvordering, dat in de maak is, in hoofdlijnen uiteengezet.

Regels strafproces

In het Wetboek van Strafvordering staan alle regels voor het strafproces. Omschreven wordt waar politie, Openbaar Ministerie, rechters en advocaten zich aan moeten houden, vanaf de opsporing tot en met de uitvoering van de straf. Sinds 1926 is het Wetboek van Strafvordering vaak gewijzigd, onder meer door reparatiewetgeving en toevoeging van nieuwe artikelen. Hierdoor is het wetboek een lappendeken geworden. Dit gaat ten koste van de samenhang tussen de verschillende regels, waardoor het strafproces niet altijd even efficiënt verloopt. Ook stamt het Wetboek van  Strafvordering uit een tijd dat er van digitalisering nog geen sprake was. En men had nog nooit gehoord van DNA.

Meer regie

Een belangrijke verandering in het nieuwe Wetboek van Strafvordering is dat de rechter een grotere regierol krijgt tijdens het opsporingsonderzoek. Hij krijgt duidelijker dan nu het geval is, zeggenschap over wat de partijen in een strafproces (verdachte, officier van justitie, advocaat, getuigen, slachtoffer) wel en niet mogen, wanneer ze iets moeten doen en aan welke termijnen partijen zich moeten houden. De gedachte is dat hierdoor strafprocessen sneller en efficiënter gaan verlopen.

Zorgvuldige rechtsgang

‘De rechtspraak kan zich zeer wel vinden in meer regie voor de rechter’, zegt Geert Lycklama à Nijeholt, voorzitter van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrechters (LOVS).‘In het advies dringen wij er vooral op aan bevoegdheden explicieter te omschrijven. Denk dan bijvoorbeeld aan waar de rol van de rechter-commissaris in het vooronderzoek ophoudt en wanneer de zittingsrechters het overnemen. Dit voorkomt in de toekomst misverstanden. Onze inzet is het strafproces efficiënter in te richten, zonder aan kwaliteit en rechtsbescherming in te leveren. Want dat is en blijft de taak van de rechter: zorgen voor een zorgvuldige rechtsgang waarin grondrechten worden bewaakt.’

Hoger beroep

Een tweede belangrijke verandering betreft de zaken in hoger beroep. Waar raadsheren nu een zaak in tweede instantie in principe helemaal opnieuw doen, regelt het nieuwe Wetboek van Strafvordering dat in hoger beroep alleen kan worden gekeken naar de geschilpunten. Lycklama à Nijeholt: ‘Als iemand het bijvoorbeeld eens is met zijn schuldigverklaring, maar alleen problemen heeft met de strafmaat, is het niet nodig de hele zaak over te doen. Bij raadsheren (rechters in hoger beroep, red.) is groot draagvlak voor het principe dat voortaan de ingediende bezwaren leidraad zijn bij de behandeling in hoger beroep.’

Voldoende tijd

In het wetgevingsadvies van de Raad voor de rechtspraak staat verder nog een flink aantal op- en aanmerkingen over het Wetboek van Strafvordering in wording. Ook spreekt de Raad voor de rechtspraak zijn waardering uit voor de ‘interactieve wijze’ waarop de wetgevingsoperatie door het ministerie van V en J is opgezet en voor het feit dat eerdere opmerkingen van de Rechtspraak in de Contourennota terug zijn te vinden.
Het advies is naar de minister van Veiligheid en Justitie gestuurd. In het advies wordt erop aangedrongen voldoende tijd te nemen voor de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. ‘Voor de Raad voor de rechtspraak staat de kwaliteit van de strafrechtspleging voorop.’
Print Friendly and PDF