Aangenomen: Wetsvoorstel Opheffing strafrechtelijke immuniteiten van publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers

Gisteren is het Wetsvoorstel Opheffing strafrechtelijke immuniteiten van publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers aangenomen door de Tweede Kamer.

De huidige stand van wetgeving en jurisprudentie maakt dat de staat volledige strafrechtelijke immuniteit geniet, decentrale overheden genieten beperkte immuniteit – namelijk slechts voor zover het gaat om de uitoefening van een exclusive bestuurstaak – en andere publiekrechtelijke rechtspersonen genieten in het geheel geen strafrechtelijke immuniteit.

De strafrechtelijke aansprakelijkheid van overheden is een onderwerp waarover de discussie bij tijd en wijle in alle hevigheid los barstte. De vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het (al dan niet falende) optreden van de overheid tijdens de Schipholbrand, het asbestschip Otapan en de vervolging van de gemeente Amsterdam in de Trafigura-zaak; allen zaken die aanleiding zijn geweest om de grenzen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van overheden te verkennen.

In die discussie nam de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een belangrijke rol in. In de rechtspraak van het EHRM hebben zich de laatste jaren ontwikkelingen voorgedaan die nieuw licht wierpen op de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid en haar functionarissen. Dit riep telkens de vraag op of de strafrechtelijke immuniteit van overheden, zoals wij die kenden, wel EHRM-proof is.

Ook de wetgever heeft niet stil gezeten. Al in 2006 is door Wolfsen het initiatiefwetsvoorstel strafrechtelijke immuniteiten publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers ingediend. Lange tijd is het stil gelegen, maar nu lijkt de kogel toch door de kerk.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF