Strafrechtelijke aansprakelijkheid voor natuurlijke personen binnen de overheid?

De Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) vindt het onterecht dat de gemeente Haaksbergen bij het monstertruckdrama buiten schot blijft. Haaksbergen blunderde aantoonbaar bij het verstrekken van een vergunning, maar ging vrijuit omdat er voor de overheid strafrechtelijke immuniteit geldt. De SMV, geleid door mr. Pieter van Vollenhoven en Hans Wiegel gaat via een wetsvoorstel proberen die onschendbaarheid op te heffen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen uit eigen misdrijf sneller strafbaar: Wetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving aangenomen door Eerste Kamer

Het Wetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving voegt aan het Wetboek van Strafrecht een nieuwe strafbaarstelling toe waardoor het verwerven en voorhanden hebben van een voorwerp afkomstig uit een door de dader zelf gepleegd misdrijf strafbaar wordt. Hiermee wordt het witwassen van misdaadgeld aangepakt.

Met dit voorstel wordt witwassen gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of een geldboete in de vierde categorie, en wordt schuldwitwassen gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 4 maanden of een geldboete in de vierde categorie. De strafbaarstelling op het (schuld)witwassen heeft een lager strafmaximum omdat de dader nog geen handelingen heeft verricht die gericht zijn op het verbergen of verhullen van de (criminele) herkomst van de voorwerpen.

De Tweede Kamer heeft het voorstel op 30 juni 2016 als hamerstuk afgedaan en op 12 juli 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel als hamerstuk afgedaan. Het wetsvoorstel gaat nu ter ondertekening naar de Koning en de betrokken bewindspersoon (of -personen). Daarna wordt de wet geplaatst (afgekondigd) in het Staatsblad.

Voor meer informatie:

Print Friendly and PDF ^

Steun voor experiment parlementaire ondervraging

De Tweede Kamer kan alleen in een parlementaire enquête, die veel voorbereiding vergt, personen verplichten te komen en hen onder ede horen. Bij bijvoorbeeld hoorzittingen of rondetafelgesprekken kan dat niet. De tijdelijke commissie evaluatie Wet op de parlementaire enquête adviseert om deze lacune te vullen met het instrument van de parlementaire ondervraging. Daarmee kunnen mensen onder ede worden gehoord en is geen uitgebreid vooronderzoek nodig. Zo wordt de informatiepositie van de Kamer versterkt. De commissie heeft een protocol opgesteld en wil vijf jaar met het instrument experimenteren. Bij monde van Fokke (PvdA) verzoekt een Kamermeerderheid formeel om met deze proef te beginnen.

DE PARLEMENTAIRE GEREEDSCHAPSKIST WORDT UITGEBREID

Commissievoorzitter Van Raak ziet de parlementaire ondervraging als een middel om te voorkomen dat onnodig wordt overgegaan tot een hele parlementaire enquête. Deze ondervraging is al mogelijk op basis van de Wet op de parlementaire enquête, stelt hij, en dus is nieuwe wetgeving niet nodig. Van Nispen (SP) beschouwt het met Van Raak als "een toevoeging aan de gereedschapskist van de Kamer". Koşer Kaya (D66) noemt het een "geweldig" extra instrument. Maar Taverne (VVD) vraagt zich af of het wel zo nieuw is. Immers, de parlementaire ondervraging was volgens de wet al mogelijk.

DE PROCEDURE IS ZORGVULDIG

Zal niet te snel naar het nieuwe middel worden gegrepen? Van Raak wijst erop dat er een hele procedure voor nodig is. Zo moet een commissie een voorstel goed onderbouwen, wordt zij erover geadviseerd en is daarvoor een meerderheidsbesluit van de Kamer vereist. Na vier jaar is een evaluatie voorzien. Taverne zou vanwege het te verwachten frequente gebruik van de ondervraging wel wat eerder willen evalueren. Met Van Raak is Amhaouch (CDA) niet bang dat de parlementaire ondervraging zal worden misbruikt voor bijvoorbeeld publicitaire doeleinden: de Kamer is daar zelf bij.

ZORGEN WORDEN WEGGENOMEN

Er leven zorgen over de positie van getuigen-deskundigen bij een parlementaire ondervraging. Bisschop (SGP) wil niet dat zij in de beklaagdenbank komen. Er zijn waarborgen ingebouwd om dit te voorkomen, antwoordt Van Raak. Ze kunnen bijvoorbeeld niet worden vervolgd voor verklaringen die ze op vordering van de ondervragende commissie hebben afgelegd. Ook over de samenloop met andersoortige onderzoeken zijn er zorgen. Laat de parlementaire ondervraging niet een eventuele rechtsvervolging belemmeren, bepleit Taverne. Amhaouch vraagt om afstemming met het Openbaar Ministerie. Dat laatste gebeurt sowieso, stelt Van Raak, maar niet als voorwaarde voor het al of niet starten van een parlementaire ondervraging.

 

 

Print Friendly and PDF ^

NVWA hanteert per 7 juli 2016 eenduidiger en stringenter toezicht en interventiebeleid

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hanteert met ingang van 7 juli een eenduidiger, stringenter en transparanter toezichtaanpak en interventiebeleid. De wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om het interventiebeleid van de NVWA stringenter en uniformer te maken. De gewijzigde aanpak zal in de loop van 2016 binnen de organisatie worden ingevoerd. Er geldt een overgangstermijn tot uiterlijk 1 april 2017.

Verheldering

Uitgangspunt is een duidelijker en stringentere handhaving. Interveniëren door de NVWA moet op een eenduidige en transparante manier gebeuren zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn.

Onder meer de toezichtaanpak wordt eenduidig geformuleerd en uitgelegd. Het interventiebeleid bevat eenduidige afspraken over termijnen, wijze van waarschuwen en stapeling van overtredingen. Het begrip herhaalde overtreding is losgekoppeld van recidive; dit kan in de praktijk leiden tot minder waarschuwen en sneller overgaan tot het opmaken van een rapport van bevindingen (bestuursrecht ) of een proces-verbaal (strafrecht). Ook staan de verificaties die de NVWA doet in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid voortaan los van het reguliere toezicht; dat houdt in dat een korting die door RVO.nl is opgelegd gepaard kan gaan met een handhavende maatregel van de NVWA. Afwijken van het vastgestelde interventiebeleid is ingeperkt en kan alleen als dit goed wordt gemotiveerd.

Onafhankelijke positie inspecteur

De rol en de positie van de inspecteur richt zich op het constateren van feiten en omstandigheden en niet op sanctionering. Dit om de onafhankelijke positie van de inspecteur te borgen. Verder zijn er heldere criteria opgenomen voor de inzet van strafrechtelijke of bestuursrechtelijke handhaving waardoor er gerichter kan worden opgetreden en de kans op een sepot afneemt.

Verder is het verscherpt toezicht en permanent toezicht opgenomen in het algemene interventiebeleid.

De kwalificatie van de overtredingen wordt opnieuw bezien. Het ingeschatte risico per overtreding is heroverwogen; dit vooral met het oog op de mogelijkheid van stringenter optreden. Werd er bijvoorbeeld tot nu toe eerst een waarschuwing gegeven, nu volgt direct een rapport van bevindingen en eventueel later een bestuurlijke maatregel.

Hogere boetes bij overtreding Wet dieren en Warenwet

Overtredingen van de Wet dieren kunnen per 1 juli 2016 met een hogere bestuurlijke boete worden bestraft. Nu gelden alleen vaste boetes met een maximum van € 20.000. De hoogst mogelijke boete zal € 820.000 of 10% van de jaaromzet bedragen.

De Wet dieren (2013) bevatte al een boetemaximum van € 820.000 of 10% van de omzet (als de omzet van de overtreder meer dan € 8.2 miljoen is). Het was echter niet eerder mogelijk om zo’n hoge boete op te leggen, omdat de uitvoeringsregelgeving die bij de wet hoort aan elke overtreding een vast boetebedrag koppelt. Het gaat dan om bedragen tussen € 500 en € 10.000. De regelgeving is nu aangepast, waardoor het ook mogelijk is een hogere boete op te leggen dan het vaste boetebedrag. De NVWA kan alleen gebruik maken van de bevoegdheid om een hogere boete voor overtredingen van de Wet dieren op te leggen als het vaste boetebedrag dat voor die overtreding geldt aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding te behalen economische voordeel.

Met de aanpassing van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten later deze maand (naar verwachting medio juli) wordt het mogelijk om voor bepaalde overtredingen van de Warenwet een omzetgerelateerde boete op te leggen tot een maximum van € 820.000. Voorwaarde is dat er opzet of grove schuld in het spel is, en de overtreder een jaaromzet heeft van € 10 miljoen of meer. De omzetgerelateerde boete geldt voor overtredingen op het terrein van eerlijkheid in de handel en goede voorlichting omtrent waren en product- en voedselveiligheid.

Meer informatie:

 

Print Friendly and PDF ^

Consultatie Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn

Op 5 juli 2016 is de concept Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn ter consultatie aangeboden. Het concept wetsvoorstel strekt tot implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn en tot het geven van uitvoering aan Verordening informatie bij geldovermakingen. De richtlijn dient op 26 juni 2017 in nationale wet- en regelgeving geïmplementeerd te zijn. Dit is ook de datum waarop de verordening van toepassing wordt. 

Achtergrond

De richtlijn is de vierde richtlijn waarmee op Europees niveau wordt beoogd het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme aan te pakken. De richtlijn vervangt de derde anti-witwasrichtlijn en vult het bestaande instrumentarium op dit terrein verder aan. In Nederland zijn deze regels opgenomen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Eerdere richtlijnen

De eerste richtlijn, richtlijn 91/308/EG richtte zich met name op witwassen in termen van drugsmisdrijven en bevatte uitsluitend verplichtingen voor de financiële sector. Dit toepassingsbereik werd met de tweede richtlijn, richtlijn 2001/97/EG uitgebreid, zowel voor wat betreft strafbare feiten als ten aanzien van categorieën beroepen en personen die onder de verplichtingen van de richtlijn kwamen te vallen. De uitbreiding van de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (hierna: FATF) in juni 2003 vormde aanleiding voor de derde anti-witwasrichtlijn, richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en een uitvoeringsrichtlijn, richtlijn 2006/70/EG van de Europese Commissie. De derde anti-witwasrichtlijn richtte zich, conform de FATF-aanbevelingen, ook op het financieren van terrorisme, bevatte aangescherpte regels met betrekking tot identificatie en de verificatie van de identiteit van de cliënt en schreef voor dat, afhankelijk van het risico op witwassen of financieren van terrorisme in een concreet geval, een verscherpt of vereenvoudigd cliëntenonderzoek moet of kan worden verricht. De onderhavige vierde richtlijn vervangt de derde anti-witwasrichtlijn en vult het bestaande instrumentarium om witwassen en financieren van terrorisme tegen te gaan verder aan. In de richtlijn zijn de aanpassingen van de aanbevelingen van FATF (de herziene FATF-aanbevelingen) uit 2012 verwerkt.

Inhoud richtlijn

De richtlijn bestendigt de twee kernverplichtingen van de Wwft, te weten de verplichting om cliëntenonderzoek te verrichten en de verplichting om ongebruikelijke transacties te melden bij de Financiële inlichtingen eenheid. Daarbij wordt meer dan voorheen uitgegaan van een risico gebaseerde benadering. Het toepassingsbereik van de richtlijn is voorts uitgebreid naar nieuwe categorieën instellingen, te weten de aanbieders van kansspeldiensten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig in goederen handelen in het geval daarbij contante betalingen worden gedaan of ontvangen van €10.000,- of meer.

Daarnaast introduceren zowel de richtlijn, als de verordening een kader voor het bestuursrechtelijk sanctioneren van overtredingen van bepalingen ter implementatie van de richtlijn en bepalingen uit de verordening.

De richtlijn verplicht lidstaten ook om een centraal register voor uiteindelijk belanghebbenden (UBO-register) in te richten. Dit zal middels een afzonderlijk wetsvoorstel gebeuren, dat op een later moment zal worden geconsulteerd.

Doelgroep

Verwacht wordt dat onder meer de volgende instellingen geraakt worden door de regeling:

Banken, betaalinstellingen, beleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen, elektronischgeldinstellingen, wisselinstellingen, verzekeraars, belastingadviseurs, accountants, advocaten, notarissen, trustkantoren, handelaren in grootwaarde, makelaars, kansspelaanbieders, taxateurs en pandhuizen.

 

Voor meer informatie: 

 

Zie ook: 

 

Print Friendly and PDF ^