Advies over gewijzigd initiatiefwetsvoorstel voor Huis voor klokkenluiders: Raad van State is erg kritisch

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het igewijzigd initiatiefwetsvoorstel. Het advies is op 9 april 2015 openbaar gemaakt.

Inhoud wetsvoorstel

Het Huis voor klokkenluiders moet bescherming bieden aan klokkenluiders en zelf onderzoek doen naar misstanden die door klokkenluiders naar buiten worden gebracht. Met het gewijzigde initiatiefwetsvoorstel wordt tegemoetgekomen aan de kritische opmerkingen die in de Eerste Kamer zijn gemaakt over het initiatiefwetsvoorstel waarbij een Huis voor klokkenluiders wordt ingesteld.

Verantwoording door het Huis

De Afdeling advisering merkt op dat de positie van het Huis niet consequent is uitgewerkt. Daardoor is niet duidelijk of het Huis verantwoording moet afleggen aan de minister of aan de Tweede Kamer. De Afdeling advisering acht die verantwoording noodzakelijk en de Tweede Kamer komt daar volgens haar het meest voor in aanmerking.

Onderzoek zonder melding

Het initiatiefwetsvoorstel geeft het Huis de bevoegdheid om op eigen initiatief onderzoek te doen, dus niet alleen naar aanleiding van een melding van een klokkenluider. Dit is een nieuwe taak, die in het oorspronkelijke initiatiefwetsvoorstel niet voorkwam. Deze taak houdt geen verband met een van de doelen van het Huis – het beschermen van klokkenluiders – en brengt het Huis op het terrein van andere overheidsinstanties met een onderzoekstaak, zoals het openbaar ministerie, de inspecties, de Nationale ombudsman en de Onderzoeksraad voor veiligheid. De Afdeling adviseert deze nieuwe taak te laten vallen.

De gang naar de rechter

Het Huis voor klokkenluiders kan niet alleen onderzoek doen naar vermoedens van misstanden bij de overheid, maar kan ook onderzoek doen in de marktsector. Daarbij kan het Huis informatie vragen en schriftelijke stukken opeisen. De onderneming kan daartegen geen beroep instellen bij de bestuursrechter.

De Afdeling advisering merkt op dat toegang tot de rechter een grondrecht is. Als de gang naar de bestuursrechter wordt afgesloten, wordt daarmee automatisch de weg naar de burgerlijke rechter opengezet. Het ligt daarom meer voor de hand om de bestuursrechter bevoegd te verklaren, omdat die gespecialiseerd is in het toetsen van overheidsbeslissingen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de indieners.

Bron: Raad van State

Print Friendly and PDF ^

Kabinet denkt aan nieuwe wet die gegevensuitwisseling tbv fraudebestrijding moet versoepelen

Frauderen met overheidsgeld, in de vorm van toeslagen, subsidies en uitkeringen. Het kabinet wil meer werk maken van de aanpak daarvan. Zulke fraude kost veel belastinggeld en is dan ook schadelijk voor het vertrouwen van de belastingbetaler. Om gesjoemel effectiever te kunnen aanpakken, wil het kabinet de informatie-uitwisseling verbeteren. Samenwerkingsverbanden als de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) en de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV) kunnen hier baat bij hebben. Het kabinet denkt eraan om een nieuwe wet te maken die de gegevensuitwisseling voor de aanpak van fraudebestrijding moet versoepelen.

Versoepeling regels gegevensuitwisseling

De bestaande regels voor gegevensuitwisseling zorgen volgens het kabinet soms voor haperende fraudebestrijding. Deze regels maken vooral gegevensverstrekking aan functionarissen of organisaties mogelijk, maar hebben eigenlijk geen betrekking op samenwerkingsverbanden. Het kabinet pleit daarom voor versoepeling van gegevensuitwisseling tenzij er duidelijke redenen bestaan om informatie geheim te houden. Nieuwe wetgeving kan de gegevensuitwisseling vergemakkelijken, aldus het kabinet, zodat bijvoorbeeld politie en justitie gegevensuitwisseling niet meer per samenwerkingsverband hoeven te regelen. Wel onderschrijft het kabinet de noodzaak van een goede balans tussen het verbeteren van gegevensuitwisseling en privacybelangen.

Actieplan

Vooruitlopend op de kabinetswens voor nieuwe anti-fraudewetgeving presenteerde toenmalig minister Opstelten eind 2013 een actieplan om de bestrijding van fraude met publiek geld te versterken. Volgens het kabinet heeft dit actieplan inmiddels al zijn vruchten afgeworpen. Uitgangspunt is fraudebestendigheid van regelgeving, tegenover gericht optreden tegen fraudeurs. Ook werkt het kabinet aan de hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel in Nederland. Doelstelling hiervan is een overzichtelijker en fraudebestendiger systeem.

Op woensdag 8 april 2015 van 10.00 tot 13.00 uur debatteert de commissie voor  Veiligheid en Justitie over de aanpak van fraude met publiek geld. Namens het kabinet is minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie aanwezig.

Bron: Tweede Kamer

Print Friendly and PDF ^

Inwerkingtreding nieuwe Aanwijzing OM-strafbeschikking

Op 1 april is de nieuwe Aanwijzing OM-strafbeschikking in werking getreden. De Wet OM-afdoening maakt mogelijk dat de officier van justitie als hij vaststelt dat een overtreding is begaan of misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving niet meer dan zes jaar gevangenisstraf is gesteld, een strafbeschikking uitvaardigt. In beginsel worden alle strafzaken die zich daarvoor lenen door middel van een strafbeschikking afgedaan.

Naast het OM kunnen ook strafbeschikkingen uitgevaardigd worden door gemeenten, provincies, waterschappen en keuren, alsmede door de Belastingdienst. Het OM behandelt de verzetten die ingesteld worden tegen alle soorten strafbeschikkingen.

Invoering

De strafbeschikkingsbevoegdheid wordt gefaseerd ingevoerd. Op dit moment kunnen nog steeds niet alle sancties waarin de wet voorziet, worden opgelegd. De transactie blijft – in ieder geval voorlopig – naast de strafbeschikking bestaan. Als sprake is van een contra-indicatie (zie bijlage 1A en bijlage 1B), kan dus nog steeds een transactie worden aangeboden.

 

Print Friendly and PDF ^

'Curator krijgt taak bij fraudesignalering'

Curatoren die in faillissementen mogelijke onregelmatigheden vaststellen, moeten die verplicht melden bij de rechter-commissaris. Vervolgens kan er melding of aangifte van de fraude volgen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De maatregel versterkt de positie van de curator.

Straks krijgt de curator naast zijn kerntaak - vereffening van de failliete boedel ten bate van gezamenlijke schuldeisers - een wettelijke taak bij de fraudesignalering. In de praktijk stuit een faillissementscurator vaak als eerste op gaten in de administratie of het ontbreken van goederen uit de boedel. Door hem meer ruimte te geven om in die gevallen actie te ondernemen, wordt de aanpak van faillissementsfraude effectiever.

Daartoe dient de curator wel de nodige informatie te krijgen van de failliete boedel. De huidige informatie- en medewerkingsverplichtingen worden dan ook aangescherpt en verduidelijkt. Zo moet de curator bijvoorbeeld worden ingelicht over eventuele buitenlandse vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden en onroerend goed, en moet hem medewerking worden verleend om daarover de beschikking te krijgen.

De regeling vloeit voort uit het wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht, waarvan verbetering van de bestrijding van faillissementsfraude 1 van de pijlers is.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^

Concept Wetsvoorstel implementatie herziening mer-richtlijn (Wihm)

De Europese richtlijn voor milieueffectrapportage (mer) is herzien (Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten). Het Concept Wetsvoorstel implementatie herziening mer-richtlijn (Wihm) is ter consultatie online geplaatst.

De wijzigingen moeten uiterlijk 16 mei 2017 zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Dit betreft wijzigingen in de Wet milieubeheer, de Crisis- en herstelwet en het Besluit mer.

Doel van de wijziging van de mer-richtlijn is om:

  • De geconstateerde tekortkomingen in de uitvoeringspraktijk van de richtlijn te verhelpen;
  • Een actualisering door te voeren die aansluit op ecologische en sociaal-economische veranderingen en uitdagingen;
  • De richtlijn in overeenstemming te brengen met de ‘beginselen van slimme regelgeving’ van de EU;
  • De uitspraken van het Hof van Justitie van de EU in de regelgeving vast te leggen;
  • De mer-beoordelingsprocedure te verduidelijken;
  • De kwaliteit en de inhoud van het MER te verbeteren;
  • De mer-procedure te stroomlijnen met milieubeoordelingen uit hoofde van andere EU-regelgeving.

Verwachte effecten van de regeling:

  • Het bevoegd gezag krijgt er enkele ‘nieuwe’ taken bij in de mer-procedure en de mer-beoordelingsprocedure volgens de Wet milieubeheer. Deze ‘nieuwe’ taken zijn overigens voor het grootste deel al staande praktijk en/of vloeiden al voort uit andere regelgeving, zoals de Algemene wet bestuursrecht.
  • Initiatiefnemers van een mer-beoordelingsplichtig project kunnen voortaan aangeven welke maatregelen zij nemen om nadelige milieueffecten te voorkómen. Mogelijk hoeven hierdoor minder MER-en opgesteld te worden.
  • Initiatiefnemers die een milieueffectrapport (MER) op moeten stellen, moeten rekening houden met een aantal veranderde eisen aan het MER. Het gaat hier voor het grootste deel om verschuivingen en andere zwaartepunten binnen de informatie.
  • Het bevoegd gezag moet voortaan aangeven of het nodig is dat de initiatiefnemer bepaalde milieueffecten monitort.
  • Belanghebbenden moeten in de toekomst langs elektronische weg geïnformeerd worden over mer-procedures.

Relevante documenten:

Print Friendly and PDF ^