Wetsvoorstel ingediend ter verduidelijking spelregels nieuwe toezichthouder ACM

De procedures en bevoegdheden van de nieuwe toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) worden gestroomlijnd waardoor ze duidelijker worden voor consumenten en bedrijven. Hierdoor kan de nieuwe toezichthouder efficiënter en effectiever optreden. Minister Kamp van Economische Zaken heeft hiertoe vandaag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.

Verschillende procedures

Nu werkt de ACM nog met een verzameling van verschillende procedures en bevoegdheden van de voormalige toezichthouders Consumentenautoriteit, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Waarschuwing voor misstanden voortaan tijdens onderzoek

Consumenten kunnen straks al gedurende een onderzoek van de ACM gewaarschuwd worden over eventuele misstanden. Nu nog moet eerst het hele onderzoek worden afgerond. Ook wordt de periode waarbinnen de waakhond moet besluiten een boete uit te delen voor alle gevallen hetzelfde: 13 weken. Daar zit nu in de wetten waarop de ACM toezicht houdt nog verschil in.

In februari stemde de Eerste Kamer in met de instellingswet waarin onder andere de onafhankelijkheid van de ACM is geregeld. Nu wordt het tweede onderdeel, de stroomlijningswet ingediend. Het wetsvoorstel treedt naar verwachting in 2014 in werking.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^

Fraude met kilometerteller strafbaar gesteld

Het wordt strafbaar om te knoeien met kilometertellers. Dit voorstel van minister Schultz (Infrastructuur) krijgt brede steun in de Kamer.

Een hogere verkoopprijs. Het voorkomen van fiscale bijtelling. Een lagere verzekeringspremie. Er zijn diverse redenen om de kilometerstand terug te draaien. Naar schatting is de teller van 5,5% van de voertuigen, ongeveer een half miljoen, gemanipuleerd. Dit frauduleuze gedrag berokkent consumenten, verzekeringsmaatschappijen en de overheid jaarlijks honderden miljoenen schade. Burgers moeten voortaan op de website van de Dienst Wegverkeer (RDW) kunnen nagaan of een kilometerstand betrouwbaar is, antwoordt de minister op een vraag van Elias (VVD).

Garagebedrijven moeten kilometerstand doorgeven

Tot nu toe geven garagebedrijven op vrijwillige basis meterstanden door. In de toekomst worden ze verplicht om de standen regelmatig door te geven aan de RDW. De registratie wordt zo sluitender en daarmee effectiever. PVV'er De Graaf denkt dat dit extra kosten voor garagebedrijven met zich mee zal brengen, bijvoorbeeld voor software. Maar de minister wijst erop dat het bedrijfsleven eerder al is gecompenseerd door het verminderen van de administratieve lasten bij de algemene periodieke keuring.

Wet geldt voorlopig alleen voor personenauto's en bestelwagens

De meeste fraude met kilometertellers vindt plaats met personenauto's en bestelwagens. Vrachtwagens en motorfietsen zullen daarom niet worden gecontroleerd. Bashir (SP) wil laten onderzoeken of het verstandig is om deze voertuigen ook onder de wet te brengen. Dit zal over een aantal jaar worden bezien op basis van de evaluatie, antwoordt Schultz. Ook wordt er volgens haar met andere Europese landen gesproken over de uitwisseling van gegevens. Iets waarvoor PvdA'er De Vries pleit.

De Kamer stemt op 25 april over het wetsvoorstel.

Bron: Tweede Kamer

Print Friendly and PDF ^

Eerste Kamer akkoord met herziening ten nadele

De Eerste Kamer is vandaag,  met 36 stemmen voor en 35 stemmen tegen, akkoord gegaan met het voorstel tot invoering van herziening ten nadele.

Dit wetsvoorstel voert in het Wetboek van Strafvordering herziening ten nadele van de gewezen verdachten in. Hiermee wordt het mogelijk om onherroepelijke uitspraken van de strafrechter bij ernstige misdrijven ten nadele van de gewezen verdachte te herzien. Herziening ten nadele is alleen op initiatief van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie mogelijk.

Bovendien is opsporingsonderzoek alleen toegestaan wanneer de rechter-commissaris een nader onderzoek in de afgesloten zaak start.

Dit wetsvoorstel is ingediend naar aanleiding van de Schiedamse parkmoord en op aandringen van leden van de Tweede Kamer.

Hoofdlijnen

  • Herziening ten nadele van de gewezen verdachte kan plaatsvinden als:
  1. na het onherroepelijk worden van de einduitspraak nieuw bewijs aan het licht is gekomen dat het ernstige vermoeden doet rijzen dat de verdachte, als de rechter daarmee bekend zou zijn geweest, zou zijn veroordeeld (novum),
  2. er sprake is van één of meer zogenaamde "falsa"; wanneer is vastgesteld dat er sprake was van bijvoorbeeld vals ontlastend bewijsmateriaal en het ernstige vermoeden bestaat dat als de valsheid aan de rechter bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot een veroordeling van de gewezen verdachte;
  • Herziening ten nadele op grond van een novum is alleen mogelijk wanneer er sprake is van nieuw technisch bewijs of van een geloofwaardige bekentenis van de gewezen verdachte of diens medeverdachte;
  • Er moet sprake zijn van zeer sterk bewijs tegen de gewezen verdachte dat tijdens de berechting van de verdachte niet aan de rechter bekend was;
  • Een aanvullende voorwaarde is dat de herziening in elke individuele zaak in het belang is van een goede rechtspleging;
  • Herziening ten nadele is in beginsel alleen mogelijk bij misdrijven waarbij het recht tot strafvordering niet verjaart. Het gaat hierbij om de misdrijven waarop een levenslange gevangenisstraf is gesteld en waarbij een dode valt te betreuren en ook bij doodslag en gewelds- en zedendelicten met dodelijke afloop. Op deze hoofdregel bestaat een uitzondering bij bepaalde falsa (procedurele tekortkomingen), bijvoorbeeld bij meineed of een valsheid in geschrifte;
  • Verjaarde delicten komen niet in aanmerking voor een herziening ten nadele;
  • Het moet gaan om een uitspraak van de strafrechter in Nederland. Een vordering tot herziening ten nadele alleen kan worden ingediend bij een vrijspraak of bij een ontslag van alle rechtsvervolging. Een herziening van de strafmaat ten nadele van de gewezen verdachte is niet mogelijk gemaakt;
  • Zolang het onherroepelijke vonnis of arrest niet is vernietigd, is de toepassing van dwangmiddelen slechts heel beperkt toegestaan;
  • Resultaten van onderzoek dat niet volgens de wettelijke regels is verricht zijn uitgesloten van het bewijs in de herzieningszaak;
  • Indien de herzieningsaanvraag gegrond wordt verklaard, wordt de zaak verwezen naar een rechtbank, met de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie.
  • Herziening van een eerder al herziene uitspraak is niet mogelijk.

Bron: Eerste Kamer

Print Friendly and PDF ^

Nieuwe rechtspositionele maatregelen voor rechters

De mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag of andere ongewenste situaties een passende disciplinaire maatregel op te leggen, worden verruimd. Ook komen er nieuwe zogeheten orde- en sturingsmaatregelen waardoor beter kan worden aangesloten bij de behoeften van de praktijk. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak.

De bewindsman vindt dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er grote misstanden voorkomen, maar als het toch nodig is om op te treden moeten er wel voldoende mogelijkheden zijn. De huidige regeling wordt als te beperkt ervaren. Het is hoogst onwenselijk als om die reden een reactie uitblijft. ‘Juist gezien de bijzondere positie van de rechterlijke macht is adequaat kunnen ingrijpen essentieel voor de kwaliteit en de integriteit van de rechtspraak,’ aldus Opstelten. ‘Daarmee is ook het vertrouwen bij de burger gediend.’

De huidige regeling kent bij ongeoorloofd gedrag alleen de schriftelijke waarschuwing en het strafontslag als disciplinaire maatregelen. Straks komt daar de schorsing bij en is voortaan sprake van een schriftelijke berisping. Deze berisping kan niet alleen door het gerecht waar de rechterlijk ambtenaar geplaatst is, maar ook door de Hoge Raad worden opgelegd.

De bestaande orde- en sturingsmaatregelen worden aangevuld met overplaatsing naar een ander gerecht, inhouding van bezoldiging wanneer werk niet wordt verricht en het buiten functie stellen van een rechter. In dat geval zal de president van de rechtbank een ander gerecht verzoeken betrokkene tijdelijk op non-actief te stellen. Dit gebeurt met een gelijktijdig verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad om een vordering tot schorsing te doen. Deze maatregel is wenselijk omdat soms in spoedeisende gevallen de procedure van een schorsing door de Hoge Raad niet kan worden afgewacht.

Verder kan een kandidaat voor een rechterlijke functie alleen nog voor benoeming in aanmerking komen als hij of zij in het bezit is van een recente verklaring omtrent het gedrag. Gezag en vertrouwen zijn de pijlers van de magistratelijke positie van de leden van de rechterlijke macht. Daar mag geen twijfel over ontstaan, aldus Opstelten.

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel verruiming inzet cameratoezicht

Cameratoezicht draagt bij aan de verbetering van de veiligheid in de publieke ruimte en bevordert het zichtbaar maken van overlast, geweld en criminaliteit. Daardoor wordt een effectievere handhaving van de openbare orde mogelijk. In 2005 is om die reden in artikel 151c van de Gemeentewet een wettelijke grondslag voor cameratoezicht in de publieke ruimte gecreëerd. Het wettelijk regime is de afgelopen vijf jaar geëvalueerd. In 2011 is een eindrapport van de evaluatie verschenen. De huidige regeling in de Gemeentewet voorziet in vast cameratoezicht, hetgeen erop neer komt dat camera’s nagelvast en doorgaans voor lange duur op een specifieke plek worden aangebracht. Gebleken is echter dat gemeenten behoefte hebben aan een meer flexibele inzet van cameratoezicht in de publieke ruimte. Deze behoefte is ingegeven door de wens om aanhoudende en zich verplaatsende overlast in de publieke ruimte beter en effectiever te bestrijden door de gerichte inzet van camera’s die snel en eenvoudig met de overlast mee kunnen worden verplaatst.

Met het onderhavige wetsvoorstel, dat strekt tot wijziging van artikel 151c van de Gemeentewet, krijgt de burgemeester meer mogelijkheden voor maatwerk bij de inzet van cameratoezicht als toezichtinstrument in de publieke ruimte.

Print Friendly and PDF ^