Advies NOvA over de uitbreiding van de gronden voor voorlopige hechtenis

Samenvattend is de ACS (Adviescommissie Strafrecht) van oordeel dat het beoogde wetsvoorstel:

  • in strijd met het stelsel een voorschot neemt op de op te leggen straf;

  • onnodig is, omdat voor de door de Minister genoemde gevallen het huidige instrumentarium van artikel 67a Sv voldoende mogelijkheden biedt (die ook worden toegepast in de praktijk);
  • niet ‘EHRM-proof’ is;
  • onvoldoende is onderbouwd met deugdelijk onderzoek, maar is gebaseerd op niet onderzochte veronderstellingen en aannames;
  • begrippen bevat die onvoldoende zijn bepaald;
  • ten onrechte beargumenteert dat de voorlopige hechtenis meer gelegenheid biedt voor onderzoek en rapportage;
  • onduidelijkheden geeft over de totale duur van de voorlopige hechtenis en
  • ten onrechte in 40 de duur in de bepaling over de gronden van de voorlopige hechtenis aanhaalt.


Klik hier voor het volledige advies.

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel Uitbreiding voorlopige hechtenis naar Tweede Kamer

Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie, waardoor het mogelijk wordt meer verdachten in afwachting van hun berechting via snelrecht vast te houden. Daarbij gaat het om geweldsmisdrijven in de publieke ruimte of geweld tegen personen met een publieke taak, zoals politie, brandweer en ambulancepersoneel.

Verdachten van deze feiten komen dan niet op vrije voeten, voordat de snelrechtzitting heeft plaatsgevonden. De huidige wetgeving biedt daartoe onvoldoende mogelijkheden. De regeling introduceert een nieuwe grond voor voorlopige hechtenis bij toepassing van snelrecht, dat wil zeggen, berechting binnen 17 dagen. Wel moet het gaan om verdachten die naar verwachting een vrijheidsstraf van enkele weken of maanden krijgen opgelegd. In deze gevallen zal de uiteindelijke straf meestal meteen in aansluiting op de voorlopige hechtenis ten uitvoer worden gelegd.

Geweldsmisdrijven leveren onder bepaalde omstandigheden extra gevaar op voor personen of kunnen aanleiding geven tot ernstige ordeverstoringen of onbeheersbare situaties bij grote evenementen. Het gaat om mishandeling, bedreiging, openlijke geweldpleging, brandstichting of vernieling, gericht tegen personen met een publieke taak, of gepleegd tijdens evenementen of bij winkels, horeca- of andere uitgaansgelegenheden. Deze kunnen leiden tot grote maatschappelijke onrust, risicovolle situaties en verontwaardiging. Daarom willen de bewindslieden voorlopige hechtenis tot de snelrechtzitting mogelijk maken, in meer gevallen dan nu is toegestaan. Zo wordt het mogelijk ook 'first offenders' voor meer misdrijven in voorlopige hechtenis te nemen dan nu het geval is. Het is bedoeld voor zaken waarin het strafrechtelijke onderzoek relatief eenvoudig is en snel kan worden afgerond. De termijn van zeventien dagen kan ook worden benut door het slachtoffer die zijn vordering tot schadevergoeding tegen de dader kan voorbereiden. Deze kan dan samen met de strafzaak door de strafrechter op de terechtzitting worden afgedaan.

Snelle vervolging en berechting van verdachten van deze misdrijven (lik op stuk) is noodzakelijk om verdachten en samenleving meteen na het begaan van het strafbaar feit duidelijk te maken dat dergelijk gedrag onaanvaardbaar is en een serieuze justitiële reactie verdient.

Bron: Rijksoverheid

Klik hier voor het Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de uitbreiding van de gronden voor voorlopige hechtenis.

 
Print Friendly and PDF ^

Uitbreiding ruimtelijke ordeningsregels Barro en Bro per 1 oktober 2012

Op 1 oktober a.s. wordt aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt op 1 oktober a.s. de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd.

Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructuurbeleid in 13 nationale belangen. Met de uitbreiding van het Barro en het Bro is de juridische verankering van de SVIR nagenoeg compleet.

De wijziging van het Barro gaat vergezeld van een wijziging van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Ook deze wijziging treedt op 1 oktober a.s. in werking. De Rarro bevat tevens een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart.

Huidige Barro-onderwerpen
In het Barro, dat al in december 2011 is gepubliceerd, zijn de onderwerpen mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken reeds opgenomen.

Bron: Rijksoverheid
Print Friendly and PDF ^

Nahang Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht en het Besluit ruimtelijke ordening

Op 1 oktober 2012 treedt in werking het 'Besluit van 12 juli 2012 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht en het Besluit ruimtelijke ordening (aanvullingen en verduidelijkingen inzake digitale eisen ruimtelijke besluiten alsmede het herstel van enkele gebreken)', samen met de met dit besluit samenhangende Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

Het besluit bevat enkele wijzigingen van het Besluit ruimtelijke Ordening (hierna: Bro) en het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor). De wijzigingen kunnen worden gerangschikt in twee categorieën. In de eerste plaats bevat dit besluit enkele wijzigingen van het Bro die verband houden met de digitale eisen die worden gesteld aan ruimtelijke plannen. De wijzigingen moeten leiden tot een betere informatievoor-ziening over bestemmingsplannen. Die informatievoorziening wordt verbeterd door – naast het bestemmingsplan zelf – ook het ontwerpbesluit van dat plan centraal te ontsluiten op de landelijke website voor ruimte-lijke plannen. Op de landelijke website zal daarnaast kenbaar worden gemaakt of en in hoeverre een bestemmingsplan daadwerkelijk in werking is getreden en of een plan onherroepelijk is.

In de tweede plaats neemt dit besluit enkele onduidelijkheden weg over digitale verplichtingen met betrekking tot ruimtelijke besluiten. In de praktijk is gebleken dat de bepalingen in het Bro over de elektronische vaststelling, de vormgeving en elektronische beschikbaarstelling van ruimtelijke besluiten op onderdelen onduidelijk zijn. Daarom is paragraaf 1.2 van het Bro, die in algemene zin handelt over de vormgeving, inrichting, beschikbaarstelling, bekendmaking en terinzagelegging van ruimtelijke besluiten, op enkele punten herzien. In dat verband zijn tevens enkele gebreken hersteld. Daarnaast is met dit besluit een omissie in het Bor hersteld ten aanzien van de elektronische mededeling van een besluit tot verlening van een omgevingsvergunning waarbij van het bestem-mingsplan wordt afgeweken.
Print Friendly and PDF ^

Fraude met kilometerteller hard aangepakt

Er komt een strafrechtelijk verbod op het knoeien met kilometerstanden bij bepaalde motorrijtuigen. Het voornemen is dit verbod in te voeren bij personenauto’s en bestelauto’s, omdat tellerfraude daar het meest voor komt. Daarnaast wordt het aantal momenten uitgebreid waarop kilometertellerstanden verplicht aan de RDW moeten worden doorgegeven. Het kabinet verwacht dat van deze maatregelen een preventieve werking uitgaat en dat criminelen zo sneller tegen de lamp lopen.
De ministerraad heeft op voorstel van minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van het wetsvoorstel Kilometertellerfraude. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2014.   

Vervolging bij fraude

Bijna een half miljoen voertuigen in Nederland heeft een onjuiste tellerstand. Tellerstanden worden veranderd met het doel hier financieel voordeel uit te halen. Door een lagere kilometerstand op de teller te zetten:

  • kan bij de verkoop van een voertuig een hogere prijs worden bedongen,
  • kan bij een auto voor de zaak de fiscale bijtelling worden omzeild en
  • komt men bij een autoverzekering in aanmerking voor een lagere verzekeringspremie.

Kilometertellerfraude kost consumenten naar schatting € 150 miljoen en de verzekeringsmaatschappijen en de overheid enige honderden miljoenen euro’s per jaar. Daarom is in het wetsvoorstel Kilometertellerfraude een wettelijk verbod op het manipuleren van de kilometertellerstand opgenomen. Dit maakt strafrechtelijke vervolging van fraudeurs eenvoudiger.

Registratieverplichting tellerstand

In het wetsvoorstel worden alle door de RDW erkende bedrijven verplicht om niet alleen bij de APK-keuring, maar ook op andere vaste momenten de tellerstand van een auto aan de RDW door te geven. Het gaat dan om momenten als:

  • de opname van voertuigen in de bedrijfsvoorraad,
  • wijziging tenaamstelling en
  • onderhoud en reparaties bij boven een nog vast te stellen bedrag.

Met de registratieverplichting kunnen onregelmatigheden in de reeks kilometerstanden beter en sneller worden gesignaleerd. Voor iemand die overweegt een auto te kopen wordt het mogelijk om bij de RDW informatie in te winnen over de betrouwbaarheid van de tellerstand.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^