Slagende klacht over afwijzing getuigenverzoek tot het horen van een CIE informant

Hoge Raad 5 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3060

Het eerste middel behelst de klacht dat het hof de afwijzing van het verzoek tot het als getuige horen van de CIE-informant niet (voldoende) begrijpelijk heeft gemotiveerd. Het middel keert zich zowel tegen de afwijzing van het verzoek bij het tussenarrest van 9 april 2015 als tegen de afwijzing van het herhaalde verzoek bij het eindarrest van 18 maart 2016. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek

Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3123

Het middel komt op tegen de afwijzing door het hof van het door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep gedane voorwaardelijk verzoek tot het horen van een aantal getuigen en tegen het gebruik tot het bewijs van de in het vooronderzoek afgelegde verklaringen van een aantal van die getuigen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt vereisten m.b.t. novum als grondslag voor herziening

Hoge Raad 5 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3064

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kernroljurisprudentie: HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de vraag in welke gevallen een hof de zaak dient terug te wijzen naar de rechtbank

Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3021

Het gaat hier om de aan het middel ten grondslag liggende vraag of het hof het vonnis van de rechtbank had moeten vernietigen vanwege een vormverzuim begaan gedurende de behandeling van de zaak in eerste aanleg (de niet-naleving van art. 51 (oud) Sv) en de zaak had moeten terugwijzen. Voor de beantwoording hiervan zijn de volgende uitgangspunten van belang.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verkorting wettelijke oproepingstermijn: toestemming door verdachte rechtspersoon

Hoge Raad 14 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2857

Het middel bevat de klacht dat de verdachte niet op rechtsgeldige wijze afstand heeft gedaan van de wettelijke oproepingstermijn van tien dagen, die moet liggen tussen de dag van betekening van de oproeping en de dag van de terechtzitting.

Read More
Print Friendly and PDF ^