Bepalend voor de vraag of tijdig zekerheid is gesteld is of het te betalen bedrag tijdig is bijgeschreven op de rekening van het CJIB

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9513

Artikel 11, derde lid, van de WAHV bepaalt dat de zekerheid dient te worden gesteld bij het CJIB te Leeuwarden, hetzij door middel van de aan betrokkene toegezonden acceptgiro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB. Voor de beantwoording van de vraag of tijdig zekerheid is gesteld, is dan ook bepalend of het te betalen bedrag binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van het CJIB.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: aanwezigheidsrecht is weliswaar een fundamenteel doch geen absoluut recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:11341

Het hof dient, voordat tot een inhoudelijk oordeel wordt gekomen, opnieuw te toetsen of de gehele procedure voldoet aan de eisen die gesteld worden in artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens voor een eerlijk proces, nu de zaak op de laatste zitting in hoger beroep bij het hof buiten aanwezigheid van verdachte en zonder aanwezigheid van een (toegevoegde) raadsman is behandeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen onevenredige cumulatie van boetes bij in korte tijd meerdere sancties opleggen voor soortgelijke gedragingen op dezelfde locatie

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9608

De gemachtigde stelt dat sprake is van een onevenredige cumulatie van boetes. Aan de betrokkene zijn meerdere sancties opgelegd voor gedragingen op hetzelfde traject. Daarnaast geldt dat de termijn van vier maanden voor de bekendmaking van een beschikking zoals genoemd in de WAHV strijdig is met het beginsel van onverwijldheid zoals is neergelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Wanneer de betrokkene wel onverwijld van de eerste beschikking op de hoogte zou zijn gebracht, zouden de andere gedragingen niet zijn verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Enkele feit dat het er sterk op lijkt dat de verdachte op uitkijk heeft gestaan en oogcontact heeft gemaakt met medeverdachte is onvoldoende voor medeplegen

Gerechtshof Amsterdam 18 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5245

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, (te weten een poging tot diefstal in vereniging), zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing beklag ex art. 12 Sv. Verstrekken van beelden van AVR-verhoren aan SBS door het openbaar ministerie & Schending van het ambtsgeheim.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10905

De gemachtigden van klager hebben namens laatstgenoemde op 19 december 2014 aangifte gedaan van schending van het ambtsgeheim zoals bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, gepleegd door beklaagden. Voorts hebben klager en zijn gemachtigden zich op het standpunt gesteld dat het verstrekken van (onbewerkte) verhoren van aangevers, getuigen en verdachten, opgenomen op grond van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren (AVR-verhoren) aan SBS een schending oplevert van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM).

Read More
Print Friendly and PDF ^