Zorgfraude: Hof legt andere straffen op in zorgfraudezaak Icare

Het gerechtshof Arnhem–Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft afgelopen dinsdag uitspraak gedaan in de grootschalige zorgfraudezaak bij Icare. In deze zogeheten megazaak ‘ZORG’ stonden twee personen en een besloten vennootschap terecht voor onder meer oplichting en witwassen.

Bij alle drie uitspraken is het hof tot een andere beslissing gekomen dan de toenmalige rechtbank Assen (nu Rechtbank Noord-Nederland) in 2010. Het hof heeft hoofdverdachte V., de voormalig topman van de thuiszorginstelling, veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf. De rechtbank kwam eerder tot een gevangenisstraf van 12 maanden. Het hof acht bewezen dat de hoofdverdachte Icare heeft opgelicht voor een bedrag van 589.914 euro. Daarom is V eveneens veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 589.914 aan Icare. Deze vordering werd eerder ook toegewezen door de rechtbank. V. is eveneens veroordeeld voor het medeplegen van witwassen, in samenwerking met medeverdachte B..

Medeverdachte B. kreeg in hoger beroep een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. Het hof acht bewezen dat B. zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een aanzienlijk bedrag, namelijk 1,5 miljoen gulden. Dat bedrag was afkomstig van oplichting van Icare door de hoofdverdachte. De strafoplegging is twee maanden lager dan in eerste aanleg het geval was. De straf valt iets lager uit in verband met de lange duur van de rechtsgang.

De besloten vennootschap, Breevenen B.V. heeft zich volgens het hof schuldig gemaakt aan witwassen en verklaart de BV hiervoor strafbaar. Deze B.V. verkocht aandelen die door middel van oplichting door de hoofdverdachte waren verkregen. Er wordt echter geen straf of maatregel opgelegd, omdat dat de verhaalsmogelijkheden van de benadeelde partij zou beperken.

Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 591a Sv afgewezen wegens ondeugdelijke administratie van advocaat

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 april 2013, LJN CA1894

Bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van het hof van 26 juli 2012 is verzoekster vrijgesproken van het haar tenlastegelegde. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Het verzoekschrift strekt tot vergoeding van de gemaakte kosten voor rechtsbijstand ter hoogte van € 3.319,60.

De advocaat-generaal heeft ter openbare raadkamer geconcludeerd tot afwijzing dan wel matiging van het verzoek.

De raadsman heeft gepersisteerd bij het verzoek. Hij heeft aangevoerd dat de oorspronkelijke urenstaat verloren is gegaan door een storing in het computerprogramma en dat de staat die thans is overgelegd een schatting is, opgemaakt aan de hand van dossierstukken en aantekeningen in zijn agenda. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de posten die gedeclareerd zijn alleen betrekking hebben op de strafrechtelijke procedure en niet op de bestuursrechtelijke procedure en alleen op de kosten gemaakt door verzoekster.

Oordeel hof

De raadsman heeft een declaratie en urenstaat overgelegd die hij achteraf, op 27 februari 2013, aan de hand van stukken en notities heeft gereconstrueerd. De oorspronkelijke urenstaat kan naar zijn zeggen niet meer geproduceerd worden. Op deze in februari 2013 geproduceerde declaratie is ook opgenomen “totaal gefactureerd € 0,00”. Blijkens de opdrachtbevestiging van 18 december 2008 is voor zowel de strafrechtelijke procedure als de bestuursrechtelijke procedure een prijs afgesproken van € 7.000,= en betreft deze opdrachtbevestiging verschillende dossiernummers en verschillende personen. De aan verzoekster gerichte bevestiging vermeldt: “Om administratieve redenen wordt de factuur op uw naam gesteld,…” en bevat voorts het verzoek om naast verzoekster een drietal met naam genoemde personen te laten tekenen dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het gefixeerde honorarium.

Het hof is van oordeel dat van een advocaat gevergd mag worden dat hij een deugdelijke administratie voert, waaruit eenvoudig en eenduidig is af te leiden welke bedragen gefactureerd zijn aan welke cliënt, en in welk dossier. De overgelegde stukken en de daarop gegeven toelichting voldoen niet aan deze eis. Naar het oordeel van het hof is niet te achterhalen of er kosten van rechtsbijstand, en zoja welke, daadwerkelijk ten laste van verzoekster zijn gekomen in de strafzaak. Het hof zal het verzoek dan ook afwijzen.

Gelet op de landelijke aanbeveling inzake verzoekschriften schadevergoeding kan in het onderhavige geval als vergoeding voor kosten verbonden aan de indiening en behandeling van dit verzoekschrift worden toegewezen € 540,= (inclusief BTW).

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Zorgfraude: voormalig bestuurder Icare wordt veroordeeld wegens witwassen van een bedrag van NLG 1,5 mln. door het overnemen van een BV waarin dat door oplichting verkregen bedrag was ondergebracht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, LJN CA1944

Verdachte, voormalig directeur van Stichting De Thuiszorg Icare, heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een aanzienlijk bedrag, te weten NLG 1.500.000,--. Verdachte heeft dit bedrag, dat toekwam aan De Stichting, in de schoot geworpen gekregen. Verdachte wist dan wel heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit bedrag bestemd was voor De Stichting (in ieder geval een ander dan ITW) en dat dit bedrag op buitengewoon geraffineerde wijze en op listiglijke manier buiten de macht van de zorginstelling was gebracht. Desondanks heeft verdachte dit bedrag ter beschikking gekregen en onder eigen beheer gehouden door het geldbedrag op een bankrekening te plaatsen van een aan hem gelieerde B.V. Het hof neemt verdachte deze handelwijze kwalijk.

Een fax van een cliënt aan zijn notaris valt niet (langer) onder het verschoningsrecht en kan voor het bewijs worden gebruikt nu die cliënt die fax zelf als bijlage bij een brief aan de wederpartij bij een transactie heeft meegestuurd.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

De voormalig bestuurder van Icare wordt veroordeeld voor het meermalen plegen van oplichting (belang: NLG 1,3 mln en overdracht aandelen) en witwassen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden (LJN CA1943).

Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens oplichting: verdachte en medeverdachte hebben investeerders voorgespiegeld dat sprake was van risicoloze investeringen in overbruggingskredieten in Zuid-Afrika

Gerechtshof Arnhem 21 mei 2013, LJN CA1456

Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte en medeverdachte de investeerders hebben opgelicht door hen voor te spiegelen dat sprake was van risicoloze investeringen in overbruggingskredieten in Zuid-Afrika, terwijl het geld van de investeerders in werkelijkheid ook in risicovolle overheidsprojecten aldaar werd geïnvesteerd en tevens werd aangewend voor de financiering van privé aankopen van de verdachte.

Daarnaast heeft de verdachte valsheid in geschrift gepleegd door een valse leningsovereenkomst op te maken, waarmee aan het zicht onttrokken werd dat de verdachte gelden van stichting X voor privégebruik aanwendde.

De door derden geïnvesteerde gelden zijn uiteindelijk ten dele door de verdachte en zijn medeverdachte terugbetaald aan deze derden. Een groot deel van de geïnvesteerde gelden is echter niet terugbetaald, waardoor aan de investeerders een groot financieel nadeel is toegebracht.

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis. (Gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit valsheid in geschrifte (facturen halalvlees)

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 mei 2013, LJN CA1257

De veroordeelde is bij vonnis van 18 januari 2012 door de rechtbank veroordeeld voor het als rechtspersoon medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het hof komt op basis van de bewijsmiddelen tot het oordeel, dat de veroordeelde door middel van het begaan van voormelde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten.

De veroordeelde heeft voordeel genoten door het volgende. De vleesbedrijven X en Y factureerden hoeveelheden vlees aan de veroordeelde, terwijl dat vlees nooit werd geleverd. Vervolgens factureerde de veroordeelde dezelfde hoeveelheden vlees terug aan X en Y met de vermelding dat het om halalvlees ging. Zodoende konden X en Y het vlees dat niet halal was geslacht wel als halalvlees verkopen. De veroordeelde factureerde aan X en Y met een opslag van 7 cent per kilo vlees(product). Per kilo vlees(product) dat op voormelde wijze vals/valselijk werd gefactureerd verdiende de veroordeelde dan ook 7 cent.

In totaal is op deze wijze 1.041.149 kilo vlees gefactureerd met een opslag van 7 cent. Het wederrechtelijk verkregen voordeel kan derhalve worden vastgesteld op 1.041.149 x € 0,07 = € 72.880,43.

Kosten die in mindering zouden moeten worden gebracht op dit voordeel zijn niet gesteld of gebleken. Wel heeft de verdediging betoogd dat een vordering van € 83.000 die de veroordeelde op vleeshandelaar/X/Y had, in mindering zou moeten worden gebracht. Het hof verwerpt dit betoog. Bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, worden slechts aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering gebracht. Nog afgezien van de vraag of de vordering in rechte is toegekend of zelfs maar vaststaat, stelt het hof vast dat de veroordeelde heeft getracht door het plegen van valsheid in geschrifte een eigen vordering te innen. Het kan niet zo zijn dat een verrekening die de veroordeelde op illegale wijze heeft getracht te effectueren, in deze ontnemingsprocedure alsnog wordt gelegitimeerd.

Dat de vordering van de veroordeelde niet wordt verrekend met het wederrechtelijk verkregen voordeel is niet in strijd met het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel zoals door de raadsman van veroordeelde is betoogd. De veroordeelde verkeert thans immers, evenals voor deze ontnemingsprocedure, in de positie om op rechtmatige wijze zijn beweerdelijke vordering te innen.

Het hof legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 72.880,43 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^