Vijf verdachten aangehouden in verband met faillissementsfraude

De FIOD heeft op 8 juni jl. twee mannen en twee vrouwen aangehouden voor betrokkenheid bij stelselmatige faillissementsfraude. Het gaat om een 46-jarige vrouw uit gemeente Heerenveen, een 54-jarige vrouw uit gemeente Appingedam, een 54-jarige man uit Noordenveld en een 71-jarige man uit gemeente Opsterland. Afgelopen vrijdag hield de FIOD al een 55-jarige bouwondernemer uit de gemeente Leeuwarden aan. Hij is vandaag door de rechter-commissaris in Zwolle in bewaring gesteld voor 14 dagen.

Tekort in boedel

De verdachten waren betrokken bij meerdere faillissementen waarin vermoedelijk faillissementsfraude zou zijn gepleegd. Het gaat dan om het niet verstrekken van (volledige) informatie aan de curator en vermoedelijke onttrekkingen aan de boedel. Het tekort in de boedel van de faillissementen die onderwerp van onderzoek zijn, is circa 2,5 miljoen euro.

Vermoedelijke werkwijze verdachten

Het onderzoek richt zich op een serie van drie opeenvolgende faillissementen waarin steeds hetzelfde bouwproject een rol speelt. Het gaat om de bouw van een complex appartementen en bijbehorende garages in Assen.  Het eerste bedrijf begon aan de bouw van het complex. Het bedrijf factureerde daarvoor aan de opdrachtgever van de bouw en die betaalde ook. Het vermoeden is dat het bedrijf na enkele maanden de facturen niet meer verstuurde. Een nieuw bedrijf deed dat, terwijl het eerste bedrijf nog steeds aan het bouwen was. Doordat het eerste bedrijf wel kosten maakte voor de bouw, maar geen inkomsten meer had doordat de opdrachtgever nu betaalde aan het nieuwe bedrijf, is een faillissement van het eerste bedrijf onvermijdelijk geworden. Dat faillissement volgt dan ook, de schuldeisers hadden het nakijken. Opvallend is dat hetzelfde vervolgens nog twee keer gebeurde met steeds weer nieuwe bedrijven.

 

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^

FIOD en Functioneel Parket doen onderzoek naar faillissementsfraude

De FIOD heeft afgelopen week onder leiding van het Functioneel Parket een aantal doorzoekingen gedaan en verdachten aangehouden in drie verschillende strafrechtelijke onderzoeken naar faillissementsfraude. De verdenking in alle drie de onderzoeken is onder andere dat niet is voldaan aan de verplichting tot het voeren van een administratie en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op verzoek van de curatoren en/of dat zij (grote) onttrekkingen hebben gedaan aan de failliete boedel. Zo vonden er op dinsdag een tweetal doorzoekingen plaats in bedrijfspanden in de regio Rotterdam in een onderzoek naar faillissementsfraude in de transportwereld. De hoofdverdachte heeft daarbij als een soort bedrijvendokter een prominente rol heeft gespeeld. Er is administratie in beslag genomen en er zijn 2 verdachten in hun woning aangehouden. Eveneens op dinsdag vonden er 4 doorzoekingen plaats in de regio Delfzijl. Twee vonden plaats in woningen behorende tot de hoofdverdachte. In een van die woningen, een boerderij met bijgebouwen, werd als bijvangst een in gebruik zijnde hennepkwekerij ontdekt. Deze is voor de verdere afhandeling overgedragen aan de politie. Ook is de woning annex kantoorruimte van de boekhouder doorzocht. Daarbij zijn als bijvangst vuurwapens en munitie aangetroffen. Ook deze zijn overgedragen aan de politie. Naast administratie is er tijdens de doorzoekingen beslag gelegd op een boot. Op woensdag werd een verdachte aangehouden in de regio Amsterdam en werd een woning doorzocht. Twee verdachten waren ondergedoken nadat de hoofdverdachte door de curator gegijzeld was. De FIOD wist hun verblijfsadres te achterhalen. De hoofdverdachte werd vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris en zijn gevangenhouding is verlengd. Bij de doorzoeking zijn laptops en administratie in beslag genomen. Ook is beslag gelegd op verschillende bankrekeningen.

Zitting faillissementsfraude

Een week eerder eiste het Functioneel Parket bij de rechtbank in Almelo 5 jaar gevangenisstraf tegen de hoofdverdachte in een faillissementsfraudezaak. Afgelopen week werden de overige verdachten op zitting behandeld. De eisen variëren van 24 maanden gevangenisstraf, 18 maanden gevangenisstraf, 9 maanden en 3 maanden gevangenisstraf. Vrijdag werd de laatste eis uitgesproken tegen de notaris in de zaak. Deze hoorde 12 maanden gevangenisstraf en een beroepsverbod het notarisambt uit te oefenen tegen zich eisen.

Week van de bestrijding van faillissementsfraude

De doorzoekingen evenals de zitting maakten deel uit van de week van de bestrijding van faillissementsfraude, onderdeel van een integrale aanpak van faillissementsfraude.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^

'Het Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod: een placebo met bijwerkingen'

Het Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod roept een aantal indringende vragen op waar niet te gemakkelijk overheen gestapt mag worden. In de huidige vorm is het wetsvoorstel geen medicijn tegen faillissementsfraude, maar slechts een placebo, dat bovendien enkele venijnige bijwerkingen kent. In dit artikel wordt een aantal bijwerkingen van het wetsvoorstel besproken, zoals het te ver oprekken van het begrip faillissementsfraude, de problematische rol die toebedeeld is aan de curator, het gebrek aan een evenwichtige schorsingsregeling en het feit dat geen geld beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering. Het grote maatschappelijke belang dat gemoeid is met faillissementsfraude vraagt een krachtige, goed doordachte en evenwichte aanpak. Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF ^

'OM vervolgt actiever voor faillissementsfraude'

Op 26 mei werden in een themazitting voor de rechtbank in Rotterdam een drietal faillissementsfraudezaken behandeld. Het ging om ondernemers die hun boekhouding niet wilden overdragen aan de curator of die geld danwel goederen hadden doorgesluisd naar een ander bedrijfje terwijl de faillissementsaanvraag al in behandeling was. Het OM eiste straffen tot 180 uur taakstraf en drie maanden voorwaardelijke cel. Het Openbare Ministerie in Rotterdam volgt de succesvolle aanpak van het arrondissement Den Haag om fraude bij faillissementen actief te vervolgen. Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Wettelijke regeling voor aanwijzing toekomstig curator naar Tweede Kamer

Het wordt straks wettelijk mogelijk dat rechters al vóór een faillietverklaring, als een onderneming daar om vraagt, meedelen wie ze in het aanstaande faillissement zullen aanwijzen als curator. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie. De ministerraad heeft ingestemd met indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. De maatregel is onderdeel van het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht. Doel is in relatieve rust en onder toeziend oog van de toekomstige curator het faillissement voor te bereiden. Dit om de schade zoveel mogelijk te beperken en de kans op een verkoop van rendabele bedrijfsonderdelen - ten behoeve van een doorstart - tegen een zo hoog mogelijke prijs en met behoud van zoveel mogelijk werkgelegenheid te vergroten. Deze werkwijze wordt ook wel aangeduid met de term pre-pack.

Het kabinet wil - waar mogelijk - voorkomen dat bedrijven na een faillietverklaring abrupt tot stilstand komen, doordat leveranciers direct weigeren nog te leveren en de klanten en het personeel meteen weglopen op zoek naar een andere toeleverancier of ander werk. Hierdoor verliest de onderneming in korte tijd veel van haar waarde en wordt de kans op een doorstart van gezonde bedrijfsonderdelen kleiner.

Om misbruik van de pre-pack tegen te gaan, zijn de regels ten opzichte van een eerdere versie van het wetsvoorstel aangescherpt. Zo wordt het voor de curator gemakkelijker bestuurders aansprakelijk te stellen als zij de "stille voorbereidingsfase" oneigenlijk gebruiken. Ook kan hij de rechter vragen een bestuursverbod op te leggen. Daarnaast moet de curator al binnen 7 dagen na de faillietverklaring verslag uitbrengen. Dit geeft schuldeisers de mogelijkheid om sneller actie te ondernemen, als zij menen dat het bestuur van de onderneming zich onoorbaar heeft gedragen. Ook kunnen de belangen van werknemers hierdoor beter worden beschermd.

Om voor de aanwijzing van een beoogd curator in aanmerking te komen, zal de schuldenaar straks moeten aantonen wat de meerwaarde is van een "stille voorbereidingsfase" voor de schuldeisers (waaronder de werknemers) en andere betrokkenen, ten opzichte van een regulier (onvoorbereid) faillissement. Bovendien kan de rechtbank aanvullende voorwaarden stellen om de "stille voorbereidingsfase" goed te laten verlopen. Bijvoorbeeld door deskundigen in te schakelen die de beoogd curator kunnen ondersteunen, dan wel door de ondernemingsraad of vakbond te betrekken bij het voorbereidingstraject.

Ook kunnen de rechters bepalen dat de doorstart pas mag worden afgerond, als daarvan aankondiging is gedaan en de schuldeisers en andere potentiële kopers gelegenheid hebben gehad hierop te reageren. Deze voorwaarde zou bijvoorbeeld kunnen worden gesteld wanneer de doorstart die is voorbereid er één is waarbij de oud-eigenaar of het oud-bestuur betrokken zijn. Dit moet leiden tot méér transparantie over wat er zich voorafgaand aan het faillissement heeft voorgedaan en over de doorstart die daaruit eventueel voortkomt. Verder kan de rechtbank een commissie van schuldeisers instellen die de curator adviseert over een eventuele doorstart.

Een toekomstig curator heeft tot taak de belangen van de gezamenlijke crediteuren in het oog te houden. Hij is geen toezichthouder of adviseur van de onderneming. Ook neemt hij niet de leiding van de onderneming over: de ondernemer behoudt voor faillissement zelf het beheer en de beschikking over het vermogen van het bedrijf. Wel wordt van de toekomstig curator verwacht dat hij het voorbereidingstraject kritisch volgt en ervoor zorgt dat de ondernemer bijstuurt wanneer dit traject 'een verkeerde weg' dreigt in te slaan. Dit hoort bij zijn taak als behartiger van de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.

Bron: Rijksoverheid

 

Print Friendly and PDF ^