'Amerikaanse praktijken bij handhaving white collar crime: het vizier op de manager'

Op 9 september 2015 kondigde het Amerikaanse Ministerie van Justitie een wijziging aan van haar handhavingsbeleid op het gebied van de witteboordencriminaliteit. De boodschap van de Deputy Attorney General (DOJ) – in wat inmiddels het ‘Yates Memo’ is gaan heten – is helder. Bij handhaving zal niet langer op de rechtspersoon maar op de natuurlijke persoon worden gefocust. De vernieuwde aanpak moet enerzijds een afschrikwekkende werking hebben op managers. Anderzijds wordt met de op de man gerichte aanpak uiteindelijk beoogd het publieke vertrouwen in het rechtssysteem te vergroten. Ook in Nederland is een tendens waarneembaar om leidinggevenden nog vaker dan voorheen strafrechtelijk aansprakelijk te houden naast de rechtspersoon’. Voor het geval het Nederlandse Openbaar Ministerie zich voor nog verdergaand optreden zou willen laten inspireren door het Yates Memo, geven de auteurs van deze column kritische kanttekeningen in overweging.  Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

NGO's verzoeken OESO om standaarden voor schikkingen in corruptiezaken

Op 16 maart jl. heeft onder leiding van de OESO een ministeriële bijeenkomst plaatsgevonden in Paris die in teken stond van de versterking van de implementatie van het Anti-corruptieverdrag. Eén van de onderwerpen die tijdens deze bijeenkomst centraal stond, zijn schikkingen met bedrijven in corruptie-zaken. In dat verband is besproken hoe zelfmelden kan worden bevorderd en de rol van schikkingen hierbij. Van de 126 bedrijven die tussen 1999 en 2004 wereldwijd te maken hebben gehad met een verdenking van corruptie is 69% geschikt. De VS is hierbij koploper met het schikken van 70 van de 84 zaken die daar liepen tussen 2004 en 2012. Steeds meer landen treden in de voetsporen van de VS. Ook Nederland. Denk maar aan de schikkingen tussen het OM en Ballast Nedam, SMB, Rabank (Libor-affaire) en het meest recente voorbeeld, Vimpelcom.

Hoewel veel bedrijven de voorkeur geven aan het aangaan van een schikking boven de zaak voorleggen aan een strafrechter, is er in de media en de literatuur de nodige kritiek geuit op deze wijze van afdoening van strafzaken. Zo zou sprake zijn van klassenjustitie, is geen sprake van openbare waarheidsvinding en staat het het maken van jurisprudentie in de weg. Volgens Corstens is een schikking bij „stevige strafbare feiten” niet de juiste keuze. „Als staatsburger wil ik weten wat er aan de hand is geweest. Het is in het algemeen belang dat wij als burgers kunnen beoordelen en kunnen controleren wat justitie doet.” En dat, zegt hij, kan alleen als de zaak wordt voorgelegd aan een „onpartijdige, onafhankelijke rechter”.

In verband met de ministeriële bijeenkomst die plaatsvond in Parijs, hebben een aantal NGO’s, waaronder Corruption Watch, Global Witness, Transparency International en UNCAC Coalition, de OESO op 10 maart aangeschreven. Zij verzoeken de OESO standaarden te ontwikkelen die gebruikt kunnen worden bij het sluiten van schikkingen. Doel van deze standaarden is te bewerkstelligen dat dergelijke schikkingen een afschrikkende werking hebben dan wel houden.

In de brief worden 14 standaarden genoemd waar schikkingen aan zouden moeten voldoen, waaronder:

  1. Schikkingen moeten een tool zijn die deel uitmaakt van een bredere handhavingsstrategie, waarbij ook vervolging een belangrijke rol inneemt.
  2. Autoriteiten moeten enkel een schikking aangaan wanneer het bedrijf de misstand zelf heeft gemeld en vervolgens volledige medewerking heeft verleend.
  3. Een vorm van gerechtelijk toezicht moet worden verplicht, waar in ieder geval een toetsing van het bewijs deel van uitmaakt.
  4. De vervolging van natuurlijke personen moet tot de standaard praktijk behoren.
  5. Schikkingen zouden enkel aangegaan moeten worden indien het bedrijf in kwestie bereid is schuld te bekennen. Schikkingen, inclusief de inhoudelijke details, moeten worden behandeld tijdens een openbare hoorzitting en moeten bovendien voor het publiek toegankelijk zijn.
  6. Compensatie voor slachtoffers moet onderdeel uitmaken van de schikking.

Deze standaarden zijn gebaseerd op best practices.

Lees hier de volledige brief.

Print Friendly and PDF ^

Ministeriële bijeenkomst OESO Anti-corruptieverdrag

Op 16 maart heeft de OESO in Parijs een ministeriële bijeenkomst gehouden in het kader van het Anti-corruptieverdrag. Ministers van alle 41 staten die partij zijn bij het Anti-corruptieverdrag alsmede de ministers van de belangrijkste partnerlanden namen deel aan de bijeenkomst, samen met de hoofden van verschillende internationale organisatie en personen uit de private sector. De vergadering werd voorgezeten door Andrea Orlando, de Italiaanse minister van Justitie.

Het doel van de ministeriële bijeenkomst was om maatregelen ter verstreking van de implementatie van het Anti-corruptieverdrag te bespreken. Daarnaast bood de bijeenkomst gelegenheid om van gedachten te wisselen over de bestrijding van buitenlandse omkoping en actuele kwesties.

Bijzondere aandachtspunten waren onder meer:

  • klokkenluider bescherming
  • internationale samenwerking
  • vrijwillige bekendmaking en schikkingen
  • compliance

 

Documenten

 

Discussion Papers

 

Bron: OESO

 

Print Friendly and PDF ^

TRACE Global Enforcement Report 2015: wereldwijde trends op het gebied van de handhaving van corruptie

Op 8 maart jl. heeft TRACE de 2015 editie van haar Global Enforcement Report gepubliceerd. TRACE publiceert dit rapport, dat een samenvatting geeft van data met betrekking tot wereldwijde handhaving van corruptie, jaarlijks. In het rapport over 2015 worden een aantal interessante trends geïdentificeerd. Hieronder wordt op een drietal nader ingegaan:

  • Handhaving door autoriteiten buiten de VS

Handhaving door autoriteiten buiten de VS is in 2015 met 73% afgenomen en komt daarmee op het laagste aantal sinds 2007. Hoewel minder handhavend is opgetreden, is er geen sprake van een noemenswaardige afname van het aantal corruptie-onderzoeken dat buiten de VS heeft plaatsgevonden. In tegendeel. Van de 251 lopende onderzoeken naar vermeende omkoping van buitenlandse ambtenaren, wordt de helft uitgevoerd door autoriteiten buiten de VS.

  • Blijvende focus op omkoping van binnenlandse ambtenaren

Landen onderzoeken meer dan twee keer zoveel gevallen van vermeende omkoping van hun ambtenaren door buitenlandse bedrijven dan dat gevallen worden onderzocht die zien op de vermeende omkoping van buitenlandse ambtenaren. Brazilië is hierbij koploper, gevolgd door Indië en China. In totaal hebben 26 landen 79 keer handhavend opgetreden tegen buitenlandse bedrijven voor vermeende omkoping van binnenlandse ambtenaren.

  • Autoriteiten richten zich meer op fabrikanten en dienstverleners  

In de VS zijn de peilen met name gericht op fabrikanten en dienstverleners (service providers). Wereldwijd gezien wordt juist meer gefocust op de winningsindustrieën. Onderzoeken in de VS hebben zich ook meer en meer gefocust op de technologie/software industrie en financiële dienstverlening. Daarentegen is in de VS met name handhavend opgetreden tegen bedrijven actief op het gebied van lucht- en ruimtevaart, defensie, veiligheid en gezondheidszorg.

 

Voor meer informatie:

 

Print Friendly and PDF ^

Douanier vast in corruptie-onderzoek

De FIOD en de Rijksrecherche hebben begin maart in Rotterdam een douanier aangehouden op verdenking van corruptie, het schenden van zijn ambtsgeheim, betrokkenheid bij drugssmokkel en witwassen. De man is op 15 maart jl. door de rechtbank in bewaring gesteld voor 14 dagen. Het vermoeden is dat de douanier jarenlang betrokken was bij drugssmokkel. Hij werkte in de Rotterdamse haven. Hij zou tegen betaling ervoor hebben gezorgd, dat bepaalde containers niet gecontroleerd zouden worden. In die containers zat vermoedelijk drugs verstopt.

Hoeveel de verdachte hiermee heeft verdiend is onderwerp van onderzoek. Het gaat vermoedelijk om tonnen. De echtgenote van de douanier wordt verdacht van witwassen.

Op 30 januari hebben de FIOD en Rijkrecherche twee woningen in Rotterdam en Dieren doorzocht. Er is beslag gelegd op duizenden euro’s contant geld.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF ^