DNB: verzekeraars hebben corruptie & belangenverstrengeling nog steeds onvoldoende in het vizier

Corruptie door middel van belangenverstrengeling en/of omkoping wordt als integriteitsrisico nog steeds onvoldoende onder ogen gezien door de verzekeraars. Vooral het risico vanwege persoonlijke netwerken van bestuurders en dit risico via third parties zijn vaak nog blinde vlekken. DNB heeft haar themaonderzoek Corruptie 2015 afgerond. De algehele conclusie is dat de verzekeringssector tekortschiet in de identificatie en de beheersing van het corruptierisico door belangenverstrengeling en/of omkoping.

Privébelangen onvoldoende gemonitord

DNB concludeert uit de onderzoeken bij grote verzekeraars dat zij in het algemeen onvoldoende structureel zicht hebben op het risico van belangenverstrengeling via de persoonlijke netwerken van bestuurders. Het risico bestaat dat bestuurders via hun nevenfuncties en met name vanwege (financiële) privébelangen in een situatie terechtkomen of lijken terecht te komen, waarin een persoonlijk belang prevaleert boven het belang van de onderneming.

Onvoldoende zicht op third parties

Uit de onderzoeken komt naar voren dat vrijwel alle verzekeraars tekortschieten in de identificatie van het third-partyrisico. Dit is het risico van reputatieschade vanwege de relatie met een voor de verzekeraar relevante derde partij, zoals een ‘tied agent’ of een consultant. DNB verwacht van verzekeraars dat ze dit corruptierisico kunnen identificeren en de nodige maatregelen nemen om het risico te beheersen. DNB constateert echter dat due diligence naar deze third parties nog geen standaardpraktijk is in de sector.

Good practices

DNB heeft eerder de brochure ‘Good practices voorkomen corruptie’ gepubliceerd. Dit biedt verzekeraars een leidraad bij de versterking van het beheersingskader ter voorkoming van (betrokkenheid bij) corruptie via belangenverstrengeling en/of omkoping.

Bron: DNB

 

Print Friendly and PDF ^

Roemeense parlementsleden vervolgd naar aanleiding van OLAF-onderzoek

Romanian anti-corruption prosecutors have initiated criminal proceedings against 12 persons, including two Members of the Romanian Parliament, following an investigation conducted by the European Anti-Fraud Office (OLAF) and finalised in July 2015. OLAF examined possible irregularities in the project entitled "Social Entrepreneurship. A Chance for the Roma Communities," which was co-financed by the European Social Fund. The project aimed at training young Roma, a vulnerable minority in Romania, on aspects of social entrepreneurship, thus supporting their social inclusion. Following investigative activities, including an on-the-spot check at the premises of the project beneficiaryAssociation Partida Romilor – Pro Europa, OLAF not only discovered the project was just partly implemented, but uncovered a fraudulent scheme that had been established to divert a part of the salaries of the project staff back into the organisation's budget. In practice, the management of the association forced employees to pay some of their wages back to the association as "donations." OLAF estimates that 4.6 million euros have been defrauded from the European Union budget in this manner.

In August 2015, OLAF communicated the results of its investigation to the Romanian Judicial Authority, the National Anticorruption Directorate (DNA), recommending the initiation of judicial proceedings. Romanian anti-corruption prosecutors have currently asked the Chamber of Deputies to approve prosecution and preventive detention measures against Madalin Voicu and Nicolae Paun, the Members of the Romanian Parliament suspected in this case.

Bron: OLAF

 

Print Friendly and PDF ^

Leestip: pocket Corruptiedelicten

De afgelopen jaren ontwikkelden de omkopingsbepalingen in het Wetboek van Strafrecht zich van een dode letter tot law in action. De bepalingen werden recent aangescherpt. Megaschikkingen met bedrijven ter zake van omkoping in het buitenland en omkopingszaken tegen individuen, waaronder prominente vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en politici, krijgen steeds meer publieke belangstelling. In Corruptiedelicten staat een aantal corruptiedelicten centraal, te weten actieve en passieve ambtelijke omkoping (art. 177 Sr en art. 363 Sr) en niet-ambtelijke omkoping (art. 328ter Sr). Deze studiepocket bevat een uitgebreide analyse van de genoemde strafbepalingen, waarbij ook de relevante wetsgeschiedenis, literatuur en gepubliceerde jurisprudentie aan de orde komen. Aan de hand hiervan wordt de ontwikkeling en de actuele stand van zaken op het terrein van de strafbaarheid van ambtelijke en niet-ambtelijke omkoping in het Nederlandse strafrecht geschetst, mede tegen de achtergrond van de internationale context.

In het inleidende hoofdstuk worden de verschillende definities en varianten van corruptie behandeld en in verband gebracht met het begrip integriteit. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende instrumenten ter beteugeling van corruptie die door uiteenlopende internationale organisaties in het leven zijn geroepen. In het derde hoofdstuk staat de strafbaarstelling van ambtelijke omkoping centraal. Vervolgens wordt in het vierde hoofdstuk de niet-ambtelijke omkopingsbepaling van art. 328ter Sr besproken. De studiepocket wordt afgesloten met een korte reflecterende beschouwing over de inhoud en reikwijdte van de behandelde corruptiebepalingen, waarbij ook facetten van de handhavingspraktijk aan de orde komen.

Praktische Informatie

Auteurs: mr. Tessa van Roomen, mr. dr. Eelke Sikkema ISBN 9789013134971 Verschijningsdatum: 18 februari 2016 Aantal pagina's 200 Prijs € 39,50

Klik hier om het boek te bestellen via Kluwer.
Print Friendly and PDF ^

'Corruptie en omkoping: Enkele buitenlandse ontwikkelingen'

De afgelopen jaren is er nationaal en internationaal veel aandacht voor corruptiebestrijding. In diverse landen is de wetgeving aangescherpt en internationale organisaties hebben anticorruptie richtlijnen uitgevaardigd. In deze bijdrage besteedt Koster aandacht aan enkele recente buitenlandse ontwikkelingen. Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Handvatten bestrijding corruptie lokale overheden

Het overhevelen van overheidsfuncties van de centrale overheid naar regionale- of lokale overheden gebeurt steeds vaker. Vanwege de toenemende complexiteit van centraal bestuur worden taken gedecentraliseerd naar gemeenten of provincies. Zo zijn in Nederland bijvoorbeeld vanaf 2015 de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Hoewel deze decentralisatie ervoor zorgt dat een gedeelte van het bestuur dichter bij de mensen komt te staan, en zo directer rekenschap kan afleggen, betekent dit niet per se dat er minder sprake is van corruptie op regionaal of lokaal niveau. Zo hebben lokale politici misschien meer familie- en vriendschapsbanden die hun beslissingsproces beïnvloeden en zijn de salarissen die men ontvangt in lokale overheden vaak een stuk lager dan die bij de centrale overheid, waardoor sneller de neiging zou kunnen bestaan deze met corrupte middelen aan te vullen. Daarnaast focussen waakhonden als de media of ngo’s zich in hun werkzaamheden vaak vooral op de centrale overheid.

Verleiding

Juist omdat politici en ambtenaren op lokaal niveau zo dicht bij het publiek staan, is de verleiding tot corruptie misschien wel het grootst. Maar, dit gegeven werkt ook de andere kant op: de burger krijgt ook meer kans om de lokale beleidsmakers tot verantwoording te roepen. De decentralisatie van overheidsfuncties zorgt dus voor meer risico’s, maar tegelijkertijd ook voor betere kansen de corruptie te bestrijden.

Daarom heeft Transparancy International (TI) een rapport uitgebracht met daarin handvatten voor gedragingen, interne regelingen, besluitvormingsprocedures  en wetgeving die lokale overheden houvast geven in het voorkomen én het bestrijden van corruptie.

Standaarden en principes

In het rapport genaamd ‘Anti-Corruption Principles and Standards for Local Governance Systems’ wordt een zorgvuldig en uitgebreid overzicht gegeven van principes en standaarden. Zo worden bijvoorbeeld principes uiteengezet die leidend moeten zijn in het zo open en integer mogelijk functioneren van overheidsfunctionarissen. Deze horen zich volgens TI verre van discriminatie en vriendjespolitiek te houden en zich openlijk tegen corruptie uit te spreken.

Ook wordt in het rapport benoemd hoe transparant bestuur kan worden bereikt door actief de lokale civil society te informeren en te betrekken bij beleids- en besluitvorming. Lokale overheden zouden zich tot hun uiterste moeten inspannen om zoveel mogelijk rekenschap af te leggen aan burgers; zoals het garanderen en faciliteren van een onafhankelijke lokale media en het inzetten van kanalen voor klokkenluiders.

Naast deze principes zet het rapport ook concrete maatregelen uiteen die genomen kunnen worden door lokale overheden. Hierin worden onder andere beschreven: de noodzakelijk instituties die idealiter bestaan, de informatie die tenminste openbaar moet worden gemaakt voor transparant bestuur, de minimale middelen om burgerparticipatie te bewerkstelligen en de verantwoordingsmechanismes.

TI hoopt met deze richtlijnen lokale- overheden en hun functionarissen over de hele wereld aan te zetten tot het langzaam aanpassen en aanscherpen van hun regels, instituties en besluitvormingsprocedures om zo tot een meer transparant bestuur te komen. Daarnaast bieden deze richtlijnen niet alleen houvast voor overheden, maar ook andere stakeholders in de politieke arena, zoals media en organisaties in het maatschappelijk middenveld hebben met dit rapport een ruggensteun om verantwoording af te dwingen.

Nederland

TI Nederland hoopt dat ook gemeenten, waterschappen en provincies in Nederland de principes en standaarden van TI in overweging nemen en zichzelf objectief evalueren. Want ook in Nederland is corruptie op lokaal niveau een probleem. Zo kwam het tv-programma EenVandaag onlangs nog met het nieuws dat er in 2015 maar liefst 64 publieke functionarissen tegen de lamp liepen wegens lekken van informatie, misdragingen of crimineel gedrag.

Ook op good governance gebied kan Nederland nog grote stappen maken. Zo blijkt uit onderzoek van de website Adviespunt Klokkenluiders (i.s.m. de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen) dat negen procent van de lokale overheden achterloopt  bij het vaststellen van een klokkenluidersregeling.

Bron: Transparency International 

 

Print Friendly and PDF ^