Wetsvoorstel verbetering aanpak fraude met identiteitsbewijzen omvat ook bescherming tegen "lookalike fraude"

Er ligt nu een wetsvoorstel in de Kamer over de Verbetering van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen en van de identiteitsvaststelling van verdachten en veroordeelden. Daarin wordt ook lookalikefraude strafbaar gesteld, waarbij iemand het identiteitsbewijs van een ander gebruikt, zonder daaraan wijzigingen aan te brengen.

Het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten (ECID) dat gevestigd is op Schiphol, heeft in 2011 vastgesteld dat met ruim 1100 identiteitsbewijzen was gefraudeerd. In ongeveer 25% van de gevallen bleek sprake te zijn van een geheel vals identiteitsbewijs, in ongeveer 21% van de gevallen betrof het fraude met een echt identiteitsbewijs (14% lookalike fraude en circa 7% frauduleus verkregen na het overleggen van een vals of vervalst document) en ongeveer 54% betrof een gedeeltelijk vervalst identiteitsbewijs.

Indien frauduleuze handelingen met andere identiteitsbewijzen dan reisdocumenten onder de werking van artikel 231 Sr worden gebracht, kunnen de volgende frauduleuze handelingen straks wel strafrechtelijk worden bestreden die nu op basis van artikel 225 Sr niet strafrechtelijk kunnen worden aangepakt:

  • het gebruiken van het identiteitsbewijs van een ander, zonder daaraan wijzigingen aan te brengen (de zogeheten lookalike fraude),
  • het ter beschikking stellen van een aan hem of een ander verstrekt identiteitsbewijs aan een derde om het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt,
  • het culpoos valselijk opmaken of vervalsen van het identiteitsbewijs; artikel 225 Sr vereist opzet ten aanzien van het valselijk opmaken of vervalsen van het identiteitsbewijs («met het oogmerk dat het als echt en onvervalst wordt gebruikt»), en
  • in het bezit zijn van een identiteitsbewijs waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is; in artikel 225 Sr is geen culpa, maar opzet vereist ten aanzien van het bezit en is het weten of redelijkerwijs vermoeden, dat het geschrift vals of vervalst is, gekoppeld aan de bestemming van het geschrift tot het opzettelijk gebruik van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst.

Door de artikelen 440 en 447b Sr tevens van toepassing te verklaren op deze identiteitsbewijzen wordt verder strafbaar:

  • het vervaardigen, ontvangen, zich verschaffen, in voorraad hebben, vervoeren, invoeren, doorvoeren of uitvoeren van drukwerken of andere voorwerpen die gelijken op deze identiteitsbewijzen, en
  • het niet tijdig inleveren van een identiteitsbewijs door de niet-houder van het bewijs en het door de houder van een identiteitsbewijs niet overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen inleveren van het bewijs, voor zover bijzondere wetgeving als de Vreemdelingenwet 2000 en de Wegenverkeerswet 1994 daarin niet voorziet.

Voor meer informatie:

Print Friendly and PDF