Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gemoderniseerd met extra waarborgen voor de privacy

Het kabinet gaat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moderniseren. Minster Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Hennis-Plasschaert van Defensie lichten de hoofdlijnen van de herziening toe in een brief aan de Kamer.

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is bijna vijftien jaar oud en sluit niet meer aan op de huidige techniek. Negentig procent van de telecommunicatie verloopt tegenwoordig via de kabel. In de aangepaste wet krijgen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de bevoegdheid om ook via de kabel tijdig terroristische dreiging te kunnen onderkennen, spionage tegen te gaan, bescherming te bieden tegen digitale aanvallen, de Nederlandse veiligheidsbelangen te dienen en militaire missies te ondersteunen.

Het onderscheppen van ruwe telecommunicatiegegevens wordt gesplitst in drie fasen: vergaren, voorbewerken en verwerken. Voor iedere fase is afzonderlijke instemming van de minister vereist. In elke fase mogen gegevens alleen doelgericht worden onderschept, na een toets aan proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid. In elke fase gelden ook expliciete bewaar- en vernietigingstermijnen. De onderschepte ruwe gegevens zijn beperkt toegankelijk, alleen voor specifieke medewerkers en voor specifieke taken. De ministeriële instemming valt onder onafhankelijk toezicht van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Dit stelsel waarborgt dat de veiligheidsdiensten niet onbeperkt kunnen zoeken in vergaarde ruwe gegevens.

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die eind jaren negentig is opgesteld en in 2002 van kracht werd, maakt nog onderscheid tussen de ether en kabel. De commissie Dessens heeft de wet geëvalueerd en concludeerde eind vorig jaar dat dit onderscheid achterhaald is door snel voortgeschreden technologische ontwikkelingen. Vrijwel alle telefonie, internet, e-mail, sociale media, apps en chatprogramma’s lopen tegenwoordig via de kabel. Ook terroristen en strijdgroepen maken hier veelvuldig gebruik van, bijvoorbeeld voor rekrutering en commandovoering.

Het kabinet wil daarom de inlichtingen- en veiligheidsdiensten onder voorwaarden toestaan om op de kabel ruwe telecommunicatiegegevens te onderscheppen. Daarbij gaat het om grotere hoeveelheden gegevens, waaruit de diensten gegevens van kwaadwillenden kunnen selecteren. Een voorbeeld is het telefoonverkeer van en naar conflictgebieden. Door de waarborgen in elke fase van het onderscheppen en verwerken van gegevens, kan de overheid niet in willekeurige e-mailconversaties van burgers meekijken of telefoongesprekken meeluisteren. De privacy wordt dus beter gewaarborgd.

Ook het toezicht wordt verscherpt. Als  de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) na toetsing concludeert dat onrechtmatig toestemming is verleend, is de minster verplicht deze te heroverwegen. Wanneer de minister bij zijn beslissing blijft, moet hij dat melden aan de CTIVD en de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer, die hem ter verantwoording kan roepen. Deze uitgangspunten worden uitgewerkt in wetgeving.

Print Friendly and PDF