Vrijspraak oud-rechters in meineedzaak

Twee oud-rechters die werden verdacht van het plegen van meineed zijn vrijdag door de rechtbank in Utrecht vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs is om tot een veroordeling te komen. De rechtbank moest beoordelen of er bewijs is voor de verdenking dat de twee onder ede valse verklaringen hebben afgelegd, op de vraag of ze bevriend met elkaar waren en bij elkaar over de vloer kwamen en of ze met elkaar over de zogenoemde Chipsholzaak gesproken hebben.

In het onderzoek zijn vele verklaringen afgelegd door een grote groep getuigen, die allemaal getoetst zijn door de rechtbank. Er zijn twee getuigenverklaringen afgelegd, die van groot belang zijn voor het beantwoorden van de vraag of er voldoende bewijs is om de verdachten te veroordelen voor meineed.

Ex-vrouw

De verklaring van de ex-vrouw van één van de verdachten achtte de rechtbank geloofwaardig. Zij heeft bij de rijksrecherche verklaard dat de twee regelmatig privé bij elkaar over vloer kwamen. De verdachten hebben dat onder ede ontkend. Er zijn diverse andere getuigen gehoord en uit alle verklaringen blijkt dat verdachten in de periode dat zij samenwerkten als goede collega’s vriendschappelijk met elkaar omgingen. Niet is komen vast te staan dat de contacten verder gingen dan dat. Bij gebrek aan ondersteunend bewijs sprak de rechtbank de twee daarom voor dit feit op de tenlastelegging vrij.

Oud-griffier

Een oud-griffier van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft verklaard dat de twee met elkaar gesproken zouden hebben over de Chipshol-procedure die één van de twee rechters in de jaren negentig behandelde. De rechtbank vindt deze verklaring onbetrouwbaar. De tijdlijn van gebeurtenissen die de getuige zich herinnert, komt op cruciale onderdelen niet overeen met vaststaande feiten in het dossier. In haar verklaringen ontbreken daarnaast de nodige, relevante details, ondanks het feit dat zij door de politie, de rechter-commissaris en ook op de recente zitting intensief is ondervraagd.

Bellen

Eén van de verdachten werd daarnaast verweten dat hij onder ede in strijd met de waarheid zou hebben verklaard dat hij in december 1994 niet heeft gebeld met een advocaat in de Chipshol-zaak. De rechtbank concludeert dat er aanwijzingen zijn dat de verdachte heeft gebeld met de advocaat. De advocaat stelt dat zelf en zijn secretaresse van destijds ondersteunt dat. De rechtbank twijfelt echter sterk aan de verklaring van de advocaat. De secretaresse heeft pas negen jaar nadat het gesprek zou hebben plaatsgevonden een verklaring afgelegd. Daarnaast zijn er ook een aantal ontlastende verklaringen afgelegd. De rechtbank concludeert dat daarom niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het telefoongesprek heeft plaatsgevonden. De verdachte werd daarom vrijgesproken.

Aangifte

Tegen één van de twee oud-rechters is ook aangifte gedaan van ambtelijk omkoping. Daarover heeft de rechtbank vandaag geen oordeel geveld, omdat het OM hem daarvoor niet heeft vervolgd.

 

Lees hier de uitspraken:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF