Verwerping verweer niet-ontvankelijkheid OM c.q. bewijsuitsluiting van de met toepassing van het verhoorprotocol verkregen aangiften

Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:477

Feiten

Het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, heeft bij arrest van 12 maart 2012 de verdachte wegens 1 en 2 primair) mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en 3) deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden. Voorts heeft het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Middel

Het middel komt op tegen de verwerping door het Hof van de verweren, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging althans tot uitsluiting van het bewijs van de met toepassing van het verhoorprotocol verkregen aangiften.

Beoordeling Hoge Raad

Blijkens de vaststellingen van het Hof is in de fase voorafgaand aan het verhoor door de politie van de vermeende slachtoffers van mensenhandel op basis van het ten behoeve van de desbetreffende onderzoeken opgestelde verhoorprotocol de dominee en de ervaringsdeskundige ingezet om gesprekken met die slachtoffers te voeren. Die inzet van deze burgers strekte enerzijds tot het verlenen van hulp en bijstand aan slachtoffers van mensenhandel en had anderzijds tot doel het bevorderen van de waarheidsvinding.

Aldus is het verhoorprotocol opgesteld en toegepast mede in het kader van de opsporing als bedoeld in art. 132a Sv.

Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de in het onderhavige verhoorprotocol neergelegde methode niet mag worden toegepast zonder dat daarvoor een specifieke wettelijke grondslag bestaat. Die opvatting is niet juist. In de overwegingen van het Hof ligt als zijn oordeel besloten dat de enkele toepassing van de in dit protocol vervatte methode van inzet van de dominee en de ervaringsdeskundige geen disproportionele inbreuk maakt op grondrechten van de verdachte en niet zeer risicovol is voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing (vgl. HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0070, NJ 2012/159). Daarvan uitgaande behoefde deze methode geen specifieke wettelijke grondslag en is zij, anders dan het middel betoogt, niet wegens strijd met de wet onrechtmatig.

Voor zover het middel erover klaagt dat het Hof het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging van de verdachte ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen, faalt het. Het Hof heeft, in navolging van de Rechtbank geoordeeld dat het Openbaar Ministerie ernstig is tekortgeschoten in de controle op de uitvoering van het verhoorprotocol, maar dat deze tekortkomingen niet van zodanige aard zijn dat de conclusie gerechtvaardigd is dat sprake is van ernstige inbreuken op beginselen van een behoorlijke procesorde waarmee doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van de zaak is tekort gedaan. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

Voor zover het middel de klacht bevat dat onjuist of ontoereikend gemotiveerd is het oordeel van het Hof dat het in de gang van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van het verhoorprotocol en de toepassing van de daarin vervatte methode van inzet van de dominee en de ervaringsdeskundige geen aanleiding ziet om de verklaringen van de vermeende slachtoffers die met gebruik van deze methode zijn gehoord integraal uit te sluiten van het bewijs, faalt het eveneens. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat het Hof, die de inhoud van de gesprekken die de slachtoffers met de dominee en de ervaringsdeskundige hebben gevoerd niet tot het bewijs heeft gebezigd, niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de inschakeling van de dominee en de ervaringsdeskundige niet tot gevolg heeft dat alle verklaringen die de aangeefsters die met hen hebben gesproken, hebben afgelegd niet betrouwbaar zijn, maar dat ten aanzien van ieder individueel slachtoffer zal moeten worden onderzocht of de afgelegde verklaringen de toets van de betrouwbaarheid kunnen doorstaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF