Veroordeling medewerkers Reclassering Nederland wegens valsheid in geschrifte en passieve omkoping door taakgestraften

Rechtbank Midden-Nederland 20 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7589 en ECLI:NL:RBMNE:2015:7587 Verdachten hebben zich, als werkmeester in dienst van Reclassering Nederland, zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en passieve omkoping door taakgestraften. Daartoe hebben zij de urenlijsten valselijk ingevuld en taakgestraften met geld hun taakstraf laten afkopen.

Aanleiding

Op 29 juli 2013 verklaarde getuige 1 dat hem bekend was geworden dat een taakgestrafte door medeverdachte benaderd zou zijn met de vraag of hij zijn werkstraf wilde afkopen. Getuige 1 verklaarde voorts dat hij op 24 juli 2013 informatie had ontvangen dat in een schaftkeet was gesproken over een taakgestrafte, die binnenkort zijn taakstraf moest uitvoeren, waarschijnlijk wel in woonplaats geplaatst zou worden en dat hij daar wel zijn taakstraf kon afkopen.

Getuige 2 heeft verklaard dat hij vóór 22 juli 2013 van veroordeelde 1 had gehoord dat hij was veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, dat hij, getuige, op 22 juli 2013 in een werkkeet in woonplaats van A, die samen met veroordeelde 1 een sportschool heeft, had gehoord dat veroordeelde 1 die taakstraf wel zou afkopen. Getuige 2 heeft tevens verklaard dat hij 3 weken voor 22 juli 2013 op een vrijdag werkzaam was in woonplaats, dat een taakgestrafte veroordeelde 2 naar hem toekwam, dat veroordeelde 2 hem vertelde dat medeverdachte hem had aangesproken en hem had gevraagd of hij, veroordeelde 2, zijn taakstraf niet wilde afkopen.

Getuige 3 heeft verklaard dat hij op 22 juli 2013 samen met getuige 2 in een werkkeet te woonplaats zat, dat er twee mannen langs kwamen, dat hij één van de mannen hoorde praten over een man genaamd veroordeelde 1, dat die veroordeelde 1 een sportschool had, dat die veroordeelde 1 zijn taakstraf weer in woonplaats zou gaan doen en dat die veroordeelde 1 de taakstraf wel weer af zou kopen.

Getuige 1 heeft verklaard dat taakgestrafte veroordeelde 3 tijdens een intakegesprek opvallend zijn voorkeur voor het project in woonplaats had uitgesproken, en dat deze taakgestrafte van 28 oktober 2013 tot en met 5 november 2013 een taakstraf van 50 uren moest uitvoeren.

De getuigen getuige 1, getuige 2 en getuige 3 zijn werkzaam bij ReclasseringNederland, regio Utrecht-Arnhem, als respectievelijk hoofd bedrijfsbureau, werkmeester en projectbeheerder.

Daarnaast werd tevens meerdere TCI informatie ontvangen inhoudende dat bij verdachte taakstraffen konden worden afgekocht.

Besloten werd een nader onderzoek in te stellen met dossiernaam 096TAAK.

Urenlijst taakstraf van taakgestrafte veroordeelde 1

Aan veroordeelde 1 is bij vonnis van 23 oktober 2012 een taakstraf van 30 uren opgelegd, waarvan na aftrek 22 uren resteerden. Volgens de Overeenkomst werkstraf diende de taakgestrafte deze werkstraf op 20 september 2013, 27 september 2013 en 4 oktober 2013 te vervullen op het groepsproject naam, waarbij medeverdachte de contactpersoon was (Rechtbank: waar hier en hierna van medeverdachte wordt gesproken is dit dezelfde persoon als medeverdachte).

Op vrijdag 20 september 2013 werd door de contactpersoon op het reclasseringsproject te woonplaats aanvankelijk gemeld dat de taakgestrafte veroordeelde 1 zich niet had gemeld om 08:00 uur. Omstreeks 10:03 uur werd veroordeelde 1 gezien bij zijn auto op de adres ter hoogte van zijn sportschool.

Omstreeks 12:40 uur werd gemeld dat werkmeester medeverdachte telefonisch aan de afdeling planning van de reclassering had doorgegeven dat veroordeelde 1 aanwezig was op het reclasseringsproject. Om 14:46 uur stond de auto van veroordeelde 1 geparkeerd ter hoogte van de adres.

Op vrijdag 27 september 2013 omstreeks 08:25 uur stond de auto van veroordeelde 1 geparkeerd op de adres. Om 09:00 uur werd door het observatieteam gemeld dat veroordeelde 1 naar de locatie adres was gegaan en de sportschool had geopend. veroordeelde 1 was die dag aanvankelijk als ongeoorloofd afwezig gemeld op het project te woonplaats. Later werd gemeld dat veroordeelde 1 zich op het project had gemeld. Omstreeks 13:30 uur werd veroordeelde 1 door het observatieteam gezien achter de bar van zijn sportschool aan de adres.

Op vrijdag 4 oktober 2013 omstreeks 09:00 werd doorgegeven dat het observatieteam had gezien dat veroordeelde 1 die dag zijn woning had verlaten, naar zijn sportschool was gereden en daar op dat moment aan het werk was. Door de contactpersoon op het reclasseringsproject te woonplaats, getuige 3, werd aangegeven dat veroordeelde 1 zich niet had gemeld om 08:00 uur, maar dat de dienstdoende werkmeester hem wel als aanwezig had doorgegeven. Om 10:30 uur bevond veroordeelde 1 zich achter de balie van zijn sportschool.

Volgens de urenlijst werkstraf van veroordeelde 1 heeft deze taakgestrafte op 20 september 2013, 27 september 2013 en 4 oktober 2013, respectievelijk 8, 6 en 8 uur gewerkt. Achter de data staan parafen van de taakgestrafte veroordeelde 115 en van de contactpersoon medeverdachte heeft verklaard dat de betreffende urenlijst door hem en door verdachte, beiden werkmeester, is ondertekend. Getuige 1 heeft verklaard dat de urenlijst is ondertekend door de werkmeesters medeverdachte en verdachte en dat hij, getuige, deze handtekening van beiden herkent.

Taakgestrafte veroordeelde 1 heeft verklaard dat hij op 20 september 2013, 27 september 2013 en 4 oktober 2013 niet heeft gewerkt op het project en dat hij ook niet op een andere dag heeft gewerkt.

Urenlijst taakstraf van taakgestrafte veroordeelde 3

Aan veroordeelde 3 is bij vonnis van 2 mei 2013 een taakstraf van 50 uren opgelegd. Volgens de overeenkomst werkstraf diende de taakgestrafte deze werkstraf op 28 oktober 2013 tot en met 5 november 2013 te vervullen op het groepsproject naam, waarbij medeverdachte de contactpersoon was. verdachte heeft verklaard dat de middelste handtekening op deze overeenkomst (Rechtbank: de handtekening bij de naam medeverdachte ) van hem afkomstig is.

Op maandag 28 oktober 2013 zijn er rond de woning van taakgestrafte veroordeelde 3 en ter plaatse van het groepsproject geen relevante waarnemingen gedaan. Op 4 november 2013 werd taakgestrafte veroordeelde 3 niet gesignaleerd op het groepsproject te woonplaats bij een observatie tussen 07:45 en 11:00 uur. Ook bij een observatie op 5 november 2013 tussen 07:50 en 09:15 werd de betreffende taakgestrafte niet gesignaleerd op het groepsproject.

Op alle dagen waarop veroordeelde 3 was ingepland voor het uitvoeren van zijn taakstraf, werd hij door de werkmeester verdachte als aanwezig gemeld. Alleen op 5 november 2013 werd hij, nadat hij aanvankelijk aanwezig was gemeld, nadien toch afwezig gemeld bij de afdeling planning van de reclassering. De afdeling planning maakte vervolgens met de taakgestrafte veroordeelde 3 de afspraak dat hij de 2 gemiste uren zou inhalen op woensdag 6 november 2013.

Volgens de urenlijst werkstraf van veroordeelde 3 heeft deze taakgestrafte op 28 oktober 2013, 29 oktober 2013, 30 oktober 2013, 31 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013 steeds 8 uur per dag gewerkt, en op 6 november 2013 2 uur.

verdachte heeft verklaard dat de parafen achter de data waarop volgens de urenlijst is gewerkt op 28 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013 afkomstig zijn van medeverdachte, en op 29 oktober 2013, 30 oktober 2013, 31 oktober 2013 en 6 november 2013 afkomstig zijn hem, verdachte, en dat de handtekeningen onderaan de urenlijst afkomstig zijn van medeverdachte en van hem, verdachte.

medeverdachte heeft verklaard dat de parafen achter de data 28 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013 van hem, medeverdachte, afkomstig zijn en dat de parafen achter de data 29 oktober 2013, 30 oktober 2013, 31 oktober 2013 en 6 november 2013 afkomstig zijn van verdachte. De handtekeningen onderaan de urenlijst zijn afkomstig van verdachte en van hem, medeverdachte. Taakgestrafte veroordeelde 3 heeft verklaard dat de handtekeningen in de kolom ‘cliënt’ van hem afkomstig zijn. Medeverdachte heeft verklaard dat taakgestrafte veroordeelde 3 op 28 oktober 2013, 29 oktober 2013 en 4 november 2013 niet op het project te woonplaats aanwezig was, maar dat hij en verdachte wel hebben getekend voor zijn aanwezigheid.

Getuige 1 heeft verklaard dat de urenlijst is ondertekend door de werkmeesters medeverdachte en verdachte en dat hij, getuige, de handtekening van beiden herkent.

Afkopen taakstraffen

Medeverdachte heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het afkopen van taakstraffen, dat hij daarvoor geld ontving, misschien € 200,00 of € 300,00 of € 500,00, dat hij dit samen met verdachte heeft gedaan, en dat zij de bedragen zijn gaan delen. Medeverdachte heeft tevens verklaard dat een Turk hen had benaderd en zijn taakstraf voor € 700,00 of € 800,00 had afgekocht, en dat veroordeelde 4 zijn taakstraf had afgekocht voor € 400,00 en dat hij dit bedrag had gedeeld met verdachte. Op de vraag wanneer taakgestraften wat konden regelen met zijn collega verdachte en hem, verklaarde medeverdachte dat hij dan keek naar de betrouwbaarheid van de taakgestrafte, dat de taakgestrafte niet zijn mond voorbij moest praten en naar de inlichtingendienst moest lopen om hem en verdachte te verraden.

Op de vraag hoe vaak hij zich heeft laten omkopen, heeft medeverdachte verklaard dat hij dat niet meer weet, dat het tien keer zou kunnen zijn, en dat het op een gegeven moment automatisch ging en dat het gewoon werd. De taakgestrafte veroordeelde 1 heeft volgens medeverdachte € 150,00 of € 200,00 betaald voor het afkopen van zijn taakstraf.

Oordeel rechtbank

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachten zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd.

Ambtshalve overweegt de rechtbank dat het begrip ‘ambtenaar’ in artikel 363 Sr aldus dient te worden uitgelegd dat daaronder tevens dient te worden begrepen een werkmeester als verdachte, als degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd. Voor deze opvatting vindt de rechtbank steun in het arrest van de Hoge Raad van 30 mei 1995 (NJ 1995/620; ECLI:NL:HR:1995:ZD0179).

Bewezenverklaring

  1. het medeplegen van valsheid in geschrift;
  2. het medeplegen van als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten

en/of het medeplegen van als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige bediening is gedaan of nagelaten.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachten beiden tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Lees de volledige uitspraken:

 

 

Print Friendly and PDF