Strafzaken FCIB en Deuss definitief afgerond: schikking met OM overeengekomen

Het Openbaar Ministerie (OM) is een allesomvattende regeling overeengekomen met de First Curaçao International Bank N.V. (FCIB), John Deuss en zijn zus Tineke Deuss. De regeling heeft betrekking op alle lopende procedures.

Het OM is met de FCIB en de leidinggevenden overeengekomen het aan beide zijden ingestelde hoger beroep tegen eerder op 24 mei 2012 door de rechtbank Arnhem gewezen vonnissen in te trekken. Gevolg hiervan is dat de uitspraken van de rechtbank Arnhem onherroepelijk zijn geworden. De op deze strafzaak gebaseerde ontneming is met het OM geschikt voor een bedrag van € 34,5 miljoen.

Het strafrechtelijk onderzoek ter zake van witwassen is eveneens beëindigd. FCIB en haar twee leidinggevenden zijn hiervoor met het OM een transactie overeengekomen in de vorm van betaling van een geldsom van € 500.000. De civielrechtelijke procedures jegens de Staat zijn stopgezet.

De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat FCIB, een op Curaçao gevestigde bank,  zich samen met TWOCC B.V. schuldig had gemaakt aan illegale markttoetreding door in Nederland een bijkantoor te voeren zonder vergunning, vrijstelling of ontheffing.

"Niet is gebleken dat verdachte vanaf het eerste moment van uitbesteden van taken aan TWOCC B.V. in Berg en Dal de bedoeling heeft gehad om in Nederland een illegaal bijkantoor te exploiteren. Wel staat vast dat zij in het kader van de ontwikkeling van de uitbesteding en overdracht van werkzaamheden aan Berg en Dal de grenzen heeft opgezocht en op een bepaald moment heeft overschreden. De contacten die verdachte met DNB heeft gehad, hebben - ondanks dat daartoe aanleiding was - niet ertoe geleid dat verdachte zich uitputtend heeft laten voorlichten over de in Nederland geldende ordeningswetgeving."

Door zonder vergunning een bijkantoor te exploiteren, onttrok FCIB zich vervolgens gedurende een aantal jaren aan het in de wet voorziene toezicht dat in Nederland op financiële instellingen wordt uitgeoefend.

Daarnaast had FCIB verzuimd een aantal evident ongebruikelijke transacties te melden bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Hiermee waren bedragen van (omgerekend) miljoenen euro’s per transactie gemoeid. Door het achterwege laten van dergelijke meldingen wordt een adequate aanpak door de overheid van financiële fraude gefrustreerd en heeft verdachte bewust het risico genomen dat misdrijven als BTW-fraude en witwassen werden gefaciliteerd.

FCIB is in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 1.190.000. De leidinggevenden waren beiden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van € 327.000.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF