Rechtsbijstand & de waarde van het verhoor

In een conceptwetsvoorstel dat het kabinet op 12 februari 2014 voor advies naar diverse instanties heeft gestuurd, is de bepaling opgenomen dat verdachten in de toekomst het recht zullen hebben om zich in alle gevallen tijdens het politieverhoor door een raadsman te laten bijstaan. Het wetsvoorstel is een gevolg van jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over het recht op rechtsbijstand voorafgaand aan en tijdens het verhoor (waarvan de zogeheten Salduz-zaak de bekendste is).

Teneinde de mogelijke effecten van de voorgenomen wetgeving al enigszins te kunnen inschatten, is in 2013 in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Het doel van het onderzoek was om na te gaan in welke mate en op welke wijze de aanwezigheid van de advocaat voor en/of tijdens het politieverhoor van invloed kan zijn op de dynamiek, de resultaten en de plaats van het verhoor in het opsporingsonderzoek. Vier vragen stonden centraal:

  1. Hoe is het gesteld met de verklaringsbereidheid van verdachten in de opsporingsfase en van welke factoren is deze verklaringsbereidheid afhankelijk?
  2. Is het te verwachten dat de verklaringsbereidheid van de verdachte verandert onder invloed van de aanwezigheid van een advocaat (voorafgaand aan en/of tijdens het verhoor)?
  3. Wat betekent dit voor de opsporing en bewijsvoering in zaken waar een advocaat aanwezig is?
  4. Op welke wijze zouden de gevolgen hiervan bij deze strafzaken in de opsporing kunnen worden ondervangen?

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF