Recht op vertaling en vertolking in strafprocedures

Per 1 oktober is de Wet van 28 februari 2013 tot implementatie van richtlijn nr. 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures in werking getreden.

Deze wet strekt tot implementatie van richtlijn nr. 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PbEU L 280). Ingevolge artikel 9 van de richtlijn rust op de lidstaten de verplichting de richtlijn vóór 27 oktober 2013 in nationale regelgeving om te zetten.

De onderhavige richtlijn bevat minimumregels met betrekking tot vertolking en vertaling in strafprocedures. Vertolking en vertaling dragen eraan bij dat een verdachte die de taal waarin de procedure wordt gevoerd niet of onvoldoende beheerst, effectief kan deelnemen aan zijn strafproces, dat wil zeggen dat hij kan begrijpen van welk feit hij wordt verdacht en dat hij in staat wordt gesteld zich daartegen te verdedigen. De richtlijn vormt onderdeel van een pakket van maatregelen die beogen binnen de Europese Unie een gelijkwaardig minimumniveau van rechtsbescherming van verdachten te realiseren. Het verzekeren van een dergelijke minimumniveau in alle lidstaten van de EU kan bijdragen aan het versterken van het voor een goede strafrechtelijke samenwerking benodigde onderlinge vertrouwen in de rechtspleging van de lidstaten. De maatregelen zijn aangekondigd in een door de Raad op 30 november 2009 vastgestelde resolutie inzake een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures (PbEU C 295) die op haar beurt onderdeel vormt van het op 4 mei 2010 gepubliceerde Programma van Stockholm – Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (PbEU C 115).

Nederland voldeed grotendeels al aan hetgeen de richtlijn voorschrijft. De Nederlandse praktijk is in overeenstemming met de bepalingen uit de richtlijn die betrekking hebben op bijstand van een tolk, de kwaliteit van tolken en vertalers, de vertrouwelijkheid die tolken en vertalers bij hun werkzaamheden in acht moeten nemen, de registratie van tolken en vertalers en de kosten. Op enkele punten is deze praktijk echter niet in wetgeving geformaliseerd. Nu het recht op vertolking in alle fasen van de strafprocedure, met inbegrip van het opsporingsonderzoek, als een van de kernelementen van de richtlijn moet worden aangemerkt, werd het geboden geacht in het Wetboek van Strafvordering enkele algemene bepalingen op te nemen.

Print Friendly and PDF