Rb veroordeelt verdachte tot 4 jaar gevangenisstraf voor deelneming aan een criminele organisatie, welke het oogmerk had tot het plegen van belastingfraude, witwassen en valsheid in geschrift. Een medepleger krijgt twee jaar gevangenisstraf, terwijl de betrokken vennootschappen iedereen een geldboete van drie ton krijgen.

Rechtbank Den Haag 20 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:19210

Het streven naar vermindering van belastingdruk is een fenomeen dat wereldwijd voorkomt. Dit streven is op zichzelf een geaccepteerd verschijnsel, hoewel die opvatting in sommige opzichten ook onder druk staat. Maar daarvan is in deze zaak geen sprake. Verdachte heeft deel uitgemaakt van een organisatie die het oogmerk had op het plegen van misdrijven. In de kern komt het bewezenverklaarde feit er op neer dat de organisatie fiscale verliezen heeft gecreëerd die op niets waren gebaseerd. Er werd vermogen gekapitaliseerd als een luchtballon. Nadat de verliezen waren gemaakt en verrekend in de aangiftes vennootschapsbelasting, liet de organisatie de luchtballon weer leeglopen. De verliezen werden vervolgens verrekend met reële winsten, waarover aanzienlijke bedragen aan vennootschapsbelasting verschuldigd waren. De Staat – en daarmee de samenleving – zou door het handelen van verdachte en zijn mededaders voor een bedrag van € 8,5 miljoen zijn benadeeld als de organisatie niet van verder handelen was weerhouden.

Hoewel verdachte niet de enige was die zou profiteren van deze opbrengst, zou hem, gezien zijn positie binnen de organisatie, toch een groot deel van dit bedrag zijn toegekomen. De rechtbank rekent het hem zwaar aan dat hij zichzelf en anderen op een zo grote schaal heeft willen verrijken ten koste van de samenleving.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag welke straf passend is. Fraudezaken komen in meerdere vormen voor. In zaken waar het gaat om fraude met sociale zekerheidsuitkeringen worden gevangenisstraffen opgelegd, indien de omvang van die fraude aanzienlijk is. De schade in dergelijke zaken laat zich evenwel niet vergelijken met deze zaak, waar het om miljoenen gaat. Daar komt bij dat verdachte en zijn mededaders de fraude hebben gemaskeerd door deze naar buiten toe in een jas van ‘haute finance’ te presenteren. Er is een uitgebreide vennootschapsstructuur opgebouwd, internationaal gespreid, waarbinnen complexe financiële transacties werden aangegaan. Ook dat aspect rekent de rechtbank verdachte en zijn mededaders aan. Omdat het OM niet aan verdachte ten laste heeft gelegd dat hij als oprichter van de criminele organisatie moet worden aangemerkt, kan de rechtbank – anders dan het openbaar ministerie heeft gevorderd – dat niet bewezen verklaren. De rechtbank is echter wel van oordeel dat verdachte als oprichter van de criminele organisatie moet worden aangemerkt. De rechtbank zal dat in het nadeel van verdachte meewegen. Ondanks dat het OM verdachte als oprichter van de criminele organisatie beschouwd, heeft dit niet geleid tot een eis die in duur uitgaat boven de maximaal op te leggen vrijheidsstraf conform artikel 140, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de door het OM gevorderde straf.

Verder weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee dat hij als professional heel goed wist waar hij mee bezig was. Niet alleen is hij al in een vroeg stadium gewaarschuwd voor het mogelijke frauduleuze karakter van zijn handelen - zo is hij onder andere gewezen op uitspraken in de zogenaamde American Energy zaak – hij was bovenal zelf een expert op het gebied fiscale regelgeving in Europa en zeer goed op de hoogte van complexe financiële producten.

Dat de beoogde opbrengst nog niet aan verdachte en anderen ten goede was gekomen, is een omstandigheid die niet aan verdachte te danken is, maar voor een groot deel aan de beslaglegging op die gelden. De rechtbank heeft dit aspect evenwel meegewogen.

Gelet op de sturende rol van verdachte en het feit dat de opbrengsten werden gerealiseerd in de vennootschappen waarover hij de feitelijke zeggenschap had, vindt de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaren passend.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF