PG kan vanaf vandaag advies inwinnen bij commissie afgesloten strafzaken

De procureur-generaal van het parket bij de Hoge Raad kan vanaf vandaag advies inwinnen van de adviescommissie afgesloten strafzaken. In deze commissie zijn door de minister van Veiligheid en Justitie op voordracht van de procureur-generaal benoemd: C.J.C.F. Fijnaut (voorzitter),  H.L.G.J. Merckelbach, B. Visser, M. Wladimiroff en F. Posthumus. Als plaatsvervangend leden zijn benoemd: C. C.J.H. Bijleveld, F. W. Bleichrodt, W. Velings, A.A. Franken en M. Nieuwenhuis. Het Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken  schrijft voor dat de adviescommissie bestaat uit  twee wetenschappers, een deskundige op het terrein van de politiepraktijk, een advocaat en een lid van het openbaar ministerie. De commissie adviseert over de noodzaak en de inhoud van een eventueel nader onderzoek naar een mogelijke grond voor herziening. De commissie is bevoegd om stukken op te vragen die verband houden met de strafzaak en is ook bevoegd om bij de strafzaak betrokkenen te horen (zie het Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken, Stb. 2012, nr. 405).  De commissie brengt het openbare advies schriftelijk uit.

De benoeming van de adviescommissie afgesloten strafzaken houdt verband met de Wet hervorming herziening ten voordele (Stb. 2012, 275) die per 1 oktober 2012 in werking is getreden (Zie ook Kamerstukken II, 2008/2009, 32 045). Deze wet verruimt de mogelijkheden tot herziening van een afgesloten strafzaak. Herziening is een buitengewoon rechtsmiddel dat een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling ongedaan kan maken als er sterke aanwijzingen zijn dat de veroordeling onterecht was. Een veroordeling kan alleen worden herzien als er nieuwe gegevens beschikbaar komen die de rechter, toen hij de verdachte veroordeelde, niet kende en die ernstig doen vermoeden dat de rechter niet zou hebben veroordeeld als hij van deze gegevens op de hoogte was geweest. Een dergelijk nieuw gegeven wordt een ‘novum’genoemd.

De hoofdpunten van de Wet hervorming herziening ten voordele zijn de volgende:

  • De definitie van een ‘novum’ is verruimd. Nieuwe deskundigeninzichten over feiten die al bekend waren kunnen onder de nieuwe herzieningsregeling onder omstandigheden grond voor herziening opleveren. Daarbij moet het wel nog steeds gaan om een nieuw gegeven dat ernstig doet vermoeden dat de rechter tot een ander oordeel zou zijn gekomen als hij hiervan had geweten.
  • De procureur-generaal bij de Hoge Raad krijgt de bevoegdheid om onderzoek te doen naar de vraag of er mogelijk gronden voor een herzieningsaanvraag bij de Hoge Raad zijn. Het moet gaan om zaken waarin de verdachte is veroordeeld voor een feit waarop volgens de wet een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Verder moeten er voldoende aanwijzingen zijn dat er mogelijkerwijs sprake is van een grond tot herziening en moet het verzochte onderzoek noodzakelijk zijn.

Bij toewijzing van een verzoek tot nader onderzoek kan de procureur-generaal een onderzoeksteam samenstellen van politiemensen, eventueel aangevuld met externe deskundigen of leden van het openbaar ministerie. De procureur-generaal krijgt ook de bevoegdheid getuigen door een rechter-commissaris onder ede te laten horen.

Uitsluitend de advocaat van een veroordeelde kan een herzieningsverzoek of een verzoek tot het instellen van nader onderzoek indienen.

 

Bron: Hoge Raad

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF