Ontneming van ruim 25,7 miljoen euro

De rechtbank Amsterdam, nevenzittingsplaats Haarlem heeft op 19 maart 2013 bepaald dat vastgoedhandelaar Paarlberg aan de Staat ongeveer 25,7 miljoen euro moet betalen in verband met het voordeel dat hij uit criminele activiteiten heeft behaald.

De rechtbank borduurt in haar beslissing voort op de bewezenverklaringen uit het arrest van het hof Amsterdam in de strafzaak tegen P. en sluit in haar beslissing aan bij de berekening in de ontnemingrapportage. Van het totaalbedrag van ruim 25,7 miljoen euro betreft ongeveer 17 miljoen het medeplegen van witwassen van gelden, afkomstig uit de afpersing van Endstra door H.. Het geld is binnengekomen op rekeningen van P. Hij heeft deze gelden door geboekt naar andere rekeningen. Hij heeft er dus feitelijk over beschikt, door met deze gelden leningen af te lossen of leningen af te sluiten. Ook is niet gebleken dat er inmiddels aan H. is betaald.

Rente

Het vervolgprofijt behaald met de van Endstra afgeperste bedragen geldt ook als wederrechtelijk verkregen voordeel. Door het aflossen van een lening van 3 miljoen euro bij de Deutsche Bank met de afgeperste gelden heeft P. zich rentekosten bespaard van in totaal ongeveer 1 miljoen euro. Dat geldt eveneens voor het aflossen van een andere lening, waardoor hij ruim 1,2 miljoen aan rente heeft bespaard. Daarnaast worden ook de rente-inkomsten van ruim 1 miljoen euro over de looptijd van 10 jaar uit twee leningen van in totaal 4 miljoen euro die P. met de afgeperste gelden via zijn onderneming aan een vennootschap heeft verstrekt, als wederrechtelijk verkregen voordeel gezien.

Verder merkt de rechtbank, in navolging van het gerechtshof, het voorhanden hebben van in totaal 11,5 miljoen gulden (8,5 en 3 miljoen) aan als heling, nu deze bedragen afkomstig zijn van een misdrijf. Ook dit is vatbaar voor ontneming. Dat staat dus los van hetgeen naderhand met dit geld is gebeurd. Daarbij maakt het niet uit of de wettekst van voor 1 juli 2011 of van na die datum wordt gehanteerd. Vaststaat dat deze bedragen van misdrijf afkomstig zijn en onder het strafbare feit van heling vallen, in ieder geval een soortgelijk strafbaar feit.

Niet aannemelijk is dat P. in de toekomst niet aan deze betalingsverplichting zal kunnen voldoen.

Bevoegde rechtbank

Overigens acht de rechtbank zich bevoegd als nevenzittingsplaats van de rechtbank Amsterdam over de ontnemingvordering tegen P. te oordelen. Indertijd is de rechtbank Haarlem in het Aanwijzingsbesluit nevenzittingsplaatsen megastrafzaken expliciet als zodanig voor de strafzaak Enclave Financieel aangewezen. Dit Besluit vermeldt niets over de ontnemingprocedure, maar gelet op de toelichting bij het Besluit en de aard en het karakter van een ontnemingprocedure, kan deze procedure niet los van de strafzaak gezien worden. Deze ontnemingprocedure is immers een gevolg van de strafzaak Enclave. Haarlem blijft als nevenzittingsplaats ook na 1 januari 2013 bevoegd, ook al is het Aanwijzingsbesluit met de gerechtelijke herindeling vervallen. De procedure was al in 2012 aangebracht.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF