OM eist in hoger beroep tot 3 jaar gevangenisstraf voor lekken staatsgeheime informatie

De advocaat-generaal heeft vandaag 3 jaar celstraf waarvan 15 maanden voorwaardelijk en 2 jaar waarvan 11 maanden voorwaardelijk geëist tegen een oud- medewerkster en een oud-medewerker van de AIVD, beiden uit Voorburg. De vrouw en de man hebben een relatie met elkaar. Ze worden ervan verdacht staatsgeheime informatie te hebben gelekt aan een journaliste van dagblad de Telegraaf. De vrouwelijke verdachte was op dat moment werkzaam bij de AIVD. In de visie van het OM wisten beide verdachten dat zij met een journalist van de Telegraaf te maken hadden en wisten zij dat de staatgeheime informatie die zij haar doorspeelden zou worden gepubliceerd. In deze zaak werden na de eerste publicatie in de krant telefoongesprekken van de journaliste door de AIVD afgeluisterd. De reden hiervoor was dat op dat moment niet precies kon worden vastgesteld wie verantwoordelijk was/waren voor het lekken van de informatie zodat de toepassing van dwangmiddelen tegen individuele medewerkers van de AIVD nog niet aan de orde kon zijn. Mede op basis van de  inhoud van de gevoerde telefoongesprekken kon het tweetal op 18 juni 2009 worden aangehouden.

Naast het lekken van staatsgeheime informatie aan de journalist wordt de twee verdachten ook verweten dat zij zonder toestemming staatsgeheime documenten in hun woning bewaarden. De vrouw wordt er bovendien van verdacht dat zij gegevens uit een notitie over een AIVD-project heeft doorgespeeld aan haar partner. Hij zou de gegevens op zijn beurt hebben doorgespeeld aan een derde.

Het Openbaar Ministerie vindt de rol van beide verdachten even groot. De advocaat-generaal eist tegen de vrouw echter een hogere straf omdat zij vanuit haar functie bij de AIVD staatsgeheimen heeft gelekt. "De AIVD neemt een bijzondere plaats in waar het gaat om de belangen van de Staat der Nederlanden. Het handelen in strijd met die belangen maakt deze zaak bijzonder ernstig. Het handelen van verdachten kenmerkte zich door een criminele vorm van geheimzinnigheid met gebruikmaking van speciale telefoons voor de communicatie met de krant, en kwam niet voort uit ideële motieven. Het gaat om zeer ernstige misdrijven waarbij in beginsel langdurige gevangenisstraffen passend en geboden zijn. Het tijdsverloop en de relatieve zwaarte van het voorarrest voor hen als persoon worden in het voordeel van verdachten betrokken bij de straftoemeting. De geëiste straffen doen daarmee recht aan de ernst van de feiten en ook aan de persoonlijke belangen en omstandigheden van verdachten", aldus de advocaat-generaal.

Het OM seponeerde de strafzaak tegen de Telegraaf-journaliste. Het OM gaf daarbij aan van oordeel te zijn dat de journaliste wel strafbaar heeft gehandeld maar dat het afluisteren van de telefoon van de journaliste door de AIVD niet rechtmatig was en de resultaten daarvan onbruikbaar zouden zijn in een strafproces tegen haar. Daarmee verenigde het OM zich met een eerdere opvatting van de Commissie van Toezicht voor de Inlichtingendiensten.

De twee AIVD-verdachten werden wel vervolgd. De rechtbank sprak hen bij vonnis van 14 juli 2010 vrij. De rechtbank oordeelde dat het bewust ondergraven van het recht van journalisten om hun bronnen geheim te houden, door het afluisteren van de door de journalist gevoerde telefoongesprekken met als enige doel het achterhalen van de bron, dermate in strijd is met het recht dat ook de bron zelf, de twee AIVD-verdachten dus, een beroep toekomt op de onrechtmatigheid van het daardoor verkregen bewijs. Het OM was het hiermee niet eens en stelde hoger beroep in.

Uitspraak (naar verwachting) in de tweede helft van februari.

 

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF