OM eist celstraf tegen Haags raadslid en boete tegen journalist

De officier van justitie in Den Haag heeft afgelopen vrijdag zes maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk geëist tegen een Haags gemeenteraadslid.

De Hagenaar (47) moest voor de rechtbank verschijnen op verdenking van handel in hennep, het voorhanden hebben van een alarmpistool en schending van zijn ambtsgeheim. Daarnaast wordt hij ook verdacht van het medeplegen van diefstal met een valse sleutel van geheime stukken uit het gemeentehuis.

De Hagenaar verkocht gedurende zo'n vier weken tijd hennep aan minderjarige jongens tussen de 14 en 15 jaar onder de normale prijs. Hij heeft dit ook bekend, maar volgens zijn eigen verklaring deed hij dit om overlast van de jongens te stoppen en hun ‘echte' dealer te achterhalen. De officier van justitie stelde op de zitting deze verklaring zeer ongeloofwaardig te vinden en stelde daarbij dat de verklaring ook geen enkel excuus zou kunnen zijn voor het plegen van een strafbaar feit zoals het verstrekken van drugs aan minderjarigen.

Het schenden van het ambtsgeheim en de diefstal van de stukken kwam aan het licht omdat tijdens het onderzoek naar de handel in hennep door het raadslid, zijn telefoon werd getapt.

Zo werden er meerdere telefoontjes met een journalist van het AD/Haagsche Courant opgenomen. Uit deze gesprekken blijkt dat de journalist het gemeenteraadslid belde omdat hij had gezien dat er op 16 januari 2013 een besloten raadvergadering zou plaatsvinden en dat het onderwerp "een bedrijf" zou zijn. Het gemeenteraadslid zegt, zo blijkt uit de taps, gelijk ‘die stukken wil jij zeker wel'. Hij vertelt over de telefoon ook dat de stukken gaan over het World Forum dat failliet gaat en dat de gemeente financieel wil bijspringen. Na wat heen en weer gebel tussen de twee ontstaat het plan dat de journalist met het pasje en de sleutel van de fractiekamer zelf de stukken zal ophalen in het stadhuis.

De twee spreken af wanneer de journalist het pasje en de sleutel zal komen ophalen bij de woning van het gemeenteraadslid en ook wordt er uitgelegd waar precies de fractiekamer is, dat de journalist wel omzichtig te werk moet gaan en dan de spullen mee kan nemen. Naderhand hebben de twee ook nog via de sms contact met elkaar en bevestigd de journalist dat hij het stukken heeft gevonden en er de volgende dag een artikel over zou verschijnen.

De officier van justitie verwijt het raadslid dat hij, met de voorbeeldfunctie die hij heeft als volksvertegenwoordiger, meerdere malen de wet heeft overtreden. Hij heeft hiermee het vertrouwen dat burgers hebben in onze volksvertegenwoordigers beschaamd.

Journalist ook voor de rechter

Deze journalist moest afgelopen vrijdag eveneens voor de rechtbank verschijnen in verband met diefstal van stukken uit het Haagse gemeentehuis. Het vervolgen van journalisten is iets van het Openbaar Ministerie niet snel doet en wat niet lichtzinnig gebeurt. In verschillende uitspraken is het juridisch kader over het vervolgen van journalisten geschetst. Daarin wordt overwogen dat er steeds een afweging gemaakt moet worden tussen de vrijheid van meningsuiting en vrije nieuwsgaring, afgezet tegen het niet mogen plegen van strafbare feiten.

Volgens de officier van justitie is deze zaak anders dan andere strafzaken tegen journalisten die eerder in Nederland hebben gediend. In die andere gevallen ging het om het plegen van strafbare feiten juist om misstanden aan de kaak te stellen en om die misstanden aan te kunnen tonen, was het nodig om die strafbare feiten te plegen. Volgens het OM heeft de journalist in deze zaak het strafbare feit echter niet gepleegd om een misstand aan de orde te stellen. Zijn doel was niet om aan te tonen hoe makkelijk het is om het besloten deel van het stadhuis te bereiken, maar het was enkel het middel om de stukken te verkrijgen.

De officier neemt het de journalist ook kwalijk dat hij zelf met het idee komt om de stukken op te halen en dan vervolgens nog door het raadslid gewaarschuwd wordt dat dit wel iets is wat eigenlijk niet kan. Toch besluit de journalist om zelf naar het besloten gedeelte van het stadhuis te gaan en de stukken op te halen. Terwijl er ook manieren denkbaar waren geweest om de stukken in handen te krijgen zonder dat de journalist zelf die stukken uit het stadhuis zou hebben opgehaald en dus zonder zich schuldig te maken aan diefstal. Het OM eiste een boete van duizend euro tegen de journalist.

De rechtbank doet over 14 dagen uitspraak.

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF