Nota inzake wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

In deze nota naar aanleiding van het verslag gaat de regering in op vragen en opmerkingen van de verschillende fracties. Verhouding bestuursrecht en strafrecht

De leden van de fractie van de PvdA hebben onder andere gevraagd om een toelichting op de keuze voor onderbrenging van het sanctieregime in het bestuursrecht en voor bestuursrechtelijke handhaving.

Als reden hiervoor wordt allereerst de gespecialiseerde professionaliteit gegeven. “Zowel bij de uitkeringswetten als bij de arbeidswetten vindt de feitelijke ontdekking van de normovertreding plaats door specifieke toezichthoudende organen die beschikken over gespecialiseerde en voldoende professionaliteit om die normen te handhaven. De vele honderden zeer uiteenlopende verplichtingen (vooral bij de arbeidswetten) vragen om vergaande specialisatie bij het opleggen van sancties.”

“Bij de keuze voor het bestuursrecht speelt bovendien mee dat bestuursrechtelijke afdoening sneller duidelijkheid biedt over de financiële consequenties van overtredingen. Hiermee kunnen de schade en fraudebedragen beter worden beperkt.”

“Bij overtreding van de inlichtingenverplichtingen in de uitkeringswetten kan ook het strafrecht worden ingezet. De Aanwijzing sociale zekerheidsfraude, vastgesteld door het College van procureurs-generaal, wordt momenteel herzien. Deze nieuwe Aanwijzing voorziet meer dan voorheen in de mogelijkheid om in bijzondere gevallen - ook als de overtreding ligt onder de zo genoemde aangiftegrens (grens waarboven strafrechtelijk onderzoek volgt) - toch een strafrechtelijk onderzoek in te stellen en de zaak over te dragen aan het Openbaar Ministerie. Dit gezien de aard van de overtreding en de ernst van de inbreuk. Om effectief te kunnen sanctioneren bestaat echter ook de mogelijkheid om in bijzondere situaties boven de aangiftegrens alsnog uit te wijken naar het bestuursrecht. Overigens kent ook de huidige Aanwijzing sociale zekerheidsfraude dergelijke uitzonderingen. Voorbeelden van mogelijkheden om ook onder de aangiftegrens strafrechtelijke sancties op te leggen: sociale zekerheidsfraude in combinatie met andersoortige strafbare feiten, fraude gepleegd in georganiseerd verband en als feiten en omstandigheden aanleiding geven en/of de persoon van de verdachte daartoe aanleiding geeft. De aard van de overtreding speelt daarbij altijd een belangrijke rol. Zo bestaat ook in geval van recidive de mogelijkheid een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.”

“De keuze om voor de sanctionering van overtredingen meer aansluiting te zoeken bij het bestuursrecht [wordt] niet ingegeven om eventueel het proportionaliteitsvereiste te ontlopen. Ook in het bestuursrecht geldt het evenredigheidsbeginsel op grond van artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verder is in artikel 5:46, lid 2, van de Awb bepaald dat de boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten.”

Wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Dit wetsvoorstel regelt dat fraude met uitkeringen op het gebied van Sociale Zaken en Werkgelegenheid veel zwaarder bestraft wordt. Deze regels moeten de groeiende groep van hardnekkige fraudeurs afschrikken. Met dit voorstel wil de regering duidelijk maken dat misbruik van deze regelingen niet loont.

Met dit voorstel moet bij fraude met een uitkering alles terugbetaald worden en krijgen de fraudeurs een veel hogere boete en lopen zij het risico op (tijdelijk) stopzetten van de volledige uitkering. Ondernemers krijgen bij overtreding van de arbeidsregels naast een hogere boete ook te maken met het preventief stilleggen van hun bedrijf. Gemeenten worden verplicht de sancties uit te voeren.

Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

  • Een bedrijf dat fraudeert, betaalt de eerste keer een boete, de tweede keer een dubbele, en de derde keer een drievoudige boete.
  • Bij een bedrijf dat herhaaldelijk fraudeert kunnen de werkzaamheden maximaal drie maanden worden stilgelegd. Daarnaast gaat het boetebedrag omhoog.
  • In het vervolg moeten werkgevers 12.000 euro per illegale werknemer betalen als zij voor de eerste keer de regels overtreden en 18.000 euro als er onveilig wordt gewerkt op een steiger.
  • Uitkeringsontvangers die frauderen moeten vanaf 1 januari 2013 altijd de ten onrechte verkregen uitkering terugbetalen en krijgen daarnaast datzelfde bedrag aan boete
  • Bij een herhaling is de boete 150 procent van het bedrag dat ten onrechte is uitgekeerd.

Memorie van Toelichting

Voorstel van wet d.d. 20 maart 2012

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF