Laatste deel onderzoek vuurwerkramp afgerond

In opdracht van het College van Procureurs-Generaal heeft de Rijksrecherche, onder gezag van de Groningse hoofdofficier, een drietal openstaande vragen rondom de bewijsvoering tegen voormalig verdachte in de vuurwerkramp, A. de Vries, nader uitgezocht. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van onjuistheden in de bewijsvoering destijds. De uitkomsten van het onderzoek zijn door het College van procureurs-generaal ter beschikking gesteld aan de hoofdofficier Zwolle-Almelo. De Enschedese driehoek heeft op 23 november 2011 tijdens een persconferentie verslag gedaan van de resultaten van het zogenaamde VerEsalonderzoek. Het onderzoek, destijds verricht door het VerEsalteam van het korps IJsselland onder gezag van de Zwolse hoofdofficier, had als conclusie dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden bekend waren geworden die leiden tot een aanwijsbare oorzaak van de vuurwerkramp. Ook was er geen informatie bekend geworden die een nieuw strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigde.

Bij het afronden van dat onderzoek bleek dat er een aantal deelvragen waren over de verdenking tegen de voormalig verdachte De Vries. Uit het oogpunt van uiterste zorgvuldigheid werd vorig jaar besloten om aan het College van Procureurs generaal te verzoeken om deze punten grondig te laten onderzoeken door de Rijksrecherche. Deze zorgvuldigheid werd in acht genomen omdat de impact van de Vuurwerkramp enorm is geweest en het nog steeds als zeer onbevredigend wordt ervaren dat de oorzaak van die ramp niet aangegeven kan worden.

In het onderzoek van de Rijksrecherche is het volgende komen vast te staan:

  1. De tipgever die de naam van De Vries had genoemd, heeft zichzelf gemeld bij de politie destijds.

Er was een vraag over hoe het onderzoeksteam van de Twentse politie destijds aan de naam gekomen was van de tipgever die de naam van voormalig verdachte De Vries had genoemd.

  1. Van een ander rapport, een andere mondelinge of schriftelijke verklaring van het NFI is geen sprake geweest. De Rijksrecherche heeft daarnaast vastgesteld dat geen sprake is van gewijzigd inzicht bij het NFI.

Er was een vraag over een vermeende nieuwe verklaring van de NFI-deskundige die (in tegenstelling tot zijn verklaring in 2001) ontlastend zou kunnen zijn voor de voormalig verdachte De Vries.

  1. De Rijksrecherche heeft vastgesteld dat er in Griekenland slechts op één plek onderzoek is gedaan omdat alleen op die plek evenementenvuurwerk (aangetroffen op de rode sportbroek van voormalig verdachte De Vries) zou zijn afgestoken in de periode waarin De Vries daar was.

Er was een vraag over een vermeend onvolkomen uitvoering van een rechtshulpverzoek destijds op Kreta.

Met de beantwoording van deze vragen zijn de laatste open eindjes van het VerEsal onderzoek beantwoord en blijft staan dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die leiden tot een aanwijsbare oorzaak van de vuurwerkramp. Ook is er geen informatie bekend geworden die een nieuw strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigt.

 

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF