Kamerbrief over maatregelen beleid arbeidsmarktfraude

Op 1 oktober heeft Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking van de maatregelen om tegemoet te komen aan de ervaren knelpunten met de uitvoering van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet).

Doel fraudeaanpak, handhaving en naleving

Voorop staat dat de meeste burgers en bedrijven de regels naleven, maar voor degenen die dat niet doen geldt dat fraude niet mag lonen. De minister zet zich in voor een stevige en zichtbare aanpak die bestaat uit het intensiveren van de handhaving, het verhogen van de pakkans en het voorkomen van fraude. De handhavingscapaciteit bij UWV, SVB en Inspectie SZW op basis van risicoanalyse wordt steeds effectiever ingezet. Belangrijk in deze aanpak is het daadwerkelijk verhogen van de pakkans. Dit gebeurt onder andere door het delen van reeds binnen de overheid beschikbare gegevens en het samenwerken met betrokken partners. Ook waar het gaat om grensoverschrijdende praktijken, wordt intensief samengewerkt.

Een intensivering van het handhavingsbeleid is echter niet compleet zonder een effectief sanctieregime als sluitstuk van de handhavingsketen. In de Fraudewet komt tot uitdrukking dat misbruik van gemeenschapsgeld een ernstige zaak is en bestraft moet worden. Een belangrijk uitgangspunt van de Fraudewet is dat sancties potentiële fraudeurs afschrikt en goedwillenden ondersteunt in hun goede gedrag. Het sanctiebeleid is ook onlosmakelijk verbonden met de solidariteit in onze sociale zekerheid. Burgers zijn bereid solidair te zijn als ze er vanuit kunnen gaan dat er alleen een beroep wordt gedaan op publieke middelen als dat strikt noodzakelijk is.

Ervaren knelpunten Fraudewet

De uitvoering ervaart allereerst geen ruimte om maatwerk te leveren aan burgers bij kleine overtredingen. Gevolg hiervan is dat bij zeer geringe bena- delingsbedragen een relatief hoge minimumboete wordt opgelegd. Ook als bijvoorbeeld sprake is van een situatie waarin mensen wel een wijziging melden, maar dit iets te laat doen (de zogenaamde zelfmelders), moet een boete worden opgelegd.

Verder is gebleken dat de uitvoering het lastig vindt om de criteria van verminderde verwijtbaarheid eenduidig toe te passen. Door de invoering van de Fraudewet is het opleggen van boetes verplicht als er sprake is van een ver- wijtbare schending van de inlichtingenplicht. De bestuurlijke boete kan worden gematigd als sprake is van verminderde verwijtbaarheid. In het Boetebesluit socialezekerheidswetten zijn criteria opgenomen die in ieder geval leiden tot verminderde verwijtbaarheid. De lijst in het boetebesluit is niet limitatief en biedt ruimte aan de uitvoering om deze in verordeningen of beleidsregels nader te preciseren of aan te vullen met andere categorieën.

Maatregelen

De Fraudewet is bedoeld om (potentiële) fraudeurs af te schrikken en te bestraffen. De Fraudewet is niet bedoeld voor mensen die kleine fouten maken of zich vergissen. De straffen zijn fors maar zijn geen doel op zich en zullen in verhouding moeten staan tot de ernst van de overtreding. De door de uit- voering aangedragen knelpunten laten zien dat hierin verbeteringen mogelijk zijn zonder de uitgangspunten van de wet aan te passen.

Uitwerking ondersteunende maatregelen

De minister heeft afgelopen mei een aantal maatregelen aangekondigd om aan de ervaren knelpunten in de uitvoeringspraktijk tegemoet te komen. Hieraan is de volgende uitwerking gegeven.

In de Verzamelbrief aan gemeenten d.d. 16 juli 2014 is nogmaals aandacht be- steed aan de correcte interpretatie van het overgangsrecht. Ook is in deze Verzamelbrief nogmaals aandacht besteed aan de mogelijkheden om rekening te houden met vergissingen en kleine fouten. Tevens zijn gemeenten gewezen op de mogelijkheid om in verordeningen de mate van verwijtbaarheid uit het Boetebesluit socialezekerheidswetten aan te vullen of nader te preciseren. De beschikbare goede voorbeelden (inzet van kwaliteitsmedewerkers en vormen van intervisie) om te komen tot een uniforme toepassing van de Fraudewet, zijn ook in de Verzamelbrief gedeeld.

Voor de tweede helft van 2014 is aan het Landelijke Kenniscentrum Handhaving (LKC) aanvullende financiering verstrekt om de voorlichtingsactiviteiten van het LKC over de Fraudewet aan gemeenten voort te zetten.

Overige maatregelen

Het beleid is er ook op gericht om te voorkomen dat mensen frauderen. Het hergebruiken van reeds bij de uitvoering beschikbare gegevens past volgens de minister bij een effectief uitvoerings- en handhavingsbeleid. De klant heeft in sommige gevallen de plicht om inlichtingen te verstrekken waarover de uit- voerders al beschikken. In de Wet eenmalige gegevensuitvraag (WEU) is naast de eenmalige uitvraag van bepaalde gegevens voorzien dat bij ministeriële regeling gegevens kunnen worden aangewezen waarvoor de inlichtingenplicht vervalt. SVB past dit reeds op een aantal gegevens toe.

Aanpassingen wet- en regelgeving

Naast genoemde maatregelen wordt overwogen om de wet op onderdelen aan te passen. Bij deze afweging zullen ook de uitkomsten van het vervolg- onderzoek van de Nationale ombudsman naar de Fraudewet betrekken. Dit onderzoek is later dit najaar gereed.

Evaluatie van de Fraudewet

De Fraudewet regelt het sluitstuk van de handhavingketen, namelijk de sanc- tionering. Dit kan echter niet los worden gezien van de overige onderdelen van de handhavingketen zoals voorlichting en preventie, opsporing en controle. De Fraudewet strekt zich uit over meerdere en diverse materiewetten met ver- schillende doelgroepen. Bij de indiening van het wetsvoorstel is er daarom voor gekozen om de evaluatie van de sanctiebepalingen mee te laten lopen in de evaluaties van de afzonderlijke materiewetten. Dit blijft zo.

Dit laat onverlet dat het zinvol wordt geacht om in aanvulling op bovenstaande het gehele handhavingproces (preventie, opsporing en sanctionering) bij de sociale zekerheidswetten, inclusief het sanctieregime zoals vastgelegd in de Fraudewet, in 2016 te evalueren.

Om zicht te houden op de fraudebestrijding blijft de minister de uitvoering van de Fraudewet jaarlijks monitoren aan de hand van kengetallen. Dit zijn bij- voorbeeld getallen met betrekking tot het aantal en bedrag aan opgelegde boetes wegens fraude, het aantal en het bedrag aan geconstateerde over- tredingen, het aantal gevallen van recidive, incassoratio en dergelijke.

Tussenstand aantal inspecties in de aanpak van arbeidsmarktfraude

In haar Meerjarenplan 2013-2014 heeft de Inspectie SZW de keuze gemaakt om de inspectiecapaciteit te verleggen naar notoire overtreders en misstanden. Op het terrein van arbeidsmarktfraude concentreert de Inspectie SZW zich op die werkgevers die, bijvoorbeeld door schijnconstructies toe te passen, de wet- en regelgeving ontduiken en overtreden. Deze zaken kosten meer tijd dan eenvoudige, kleinschalige zaken. Deze aanpak is geen eenvoudige. In de praktijk blijkt het weerbarstig om die notoire overtreders en misstanden in kaart te brengen en aan te pakken. Juist de notoire overtreders gebruiken geraffineerde methoden om uit het zicht te blijven. In toenemende mate komt de Inspectie SZW dan ook complexe fenomenen tegen, waaronder schijn- constructies.

Daarnaast zijn de boetes met inwerkingtreding van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Wahss) verhoogd. De Inspectie SZW ziet dat enerzijds de keuze de inspectiecapaciteit te verleggen naar notoire overtreders en misstanden en anderzijds de verhoogde boetes die de Inspectie SZW oplegt, een tegenreactie oproepen. De juridische procedures die gevoerd moeten worden zijn omvangrijker en betekenen een toenemende druk op de tijd die besteed moet worden aan de zaken. Het vraagt immers tijd om de aangetroffen situatie zorgvuldig vast te leggen en bewijsvoering juridisch sluitend te krijgen.

12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook wordt een toename in het aantal werkgevers dat betrokken is in een zaak en onderzocht dient te worden opgemerkt. Onderzoeken worden groot- schaliger en hebben vaker internationale aspecten.

In 2014 is ten opzichte van 2012 sprake van een verdubbeling van het gemiddeld aantal uren dat een inspecteur besteedt aan één onderzoek.

Ontwikkelingen die meespelen in de mate waarin schijnconstructies toegepast worden zijn onder andere het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie en economische omstandigheden.

Zowel de neveneffecten van het vrij verkeer van werknemers als de gevolgen van het achterblijven van het economisch herstel leiden tot een neerwaartse druk op de arbeidsvoorwaarden. Enerzijds ziet de Inspectie SZW hierdoor een toename van werkgevers die op zoek zijn naar het verlagen van hun kosten en die de feitelijke situatie proberen te versluieren door middel van schijn- constructies. Anderzijds ziet zij werknemers die al dan niet noodgedwongen genoegen lijken te nemen met minder dan waar ze wettelijk of op grond van de cao recht op hebben. De mate van toename van deze fenomenen en de daarmee gemoeide extra inspectietijd per zaak is onvoldoende voorzien.

Tot slot zijn er het afgelopen jaar door de rechtbank en Raad van State ver- schillende uitspraken gedaan over de handhaving door de Inspectie SZW. Bovendien heeft het Europees Hof zeer recent een uitspraak gedaan over tewerkstelling van gedetacheerde derdelanders. Door deze gerechtelijke uitspraken hebben de inspecteurs minder instrumenten om ongewenste praktijken aan te pakken, bijvoorbeeld op het terrein van de ontduiking van het wettelijk minimumloon.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF