Jaarverslag Inspectie SZW: Inspecteurs zien toezicht verder juridiseren door hogere boetes en verplichte sancties

De huidige situatie op het domein van de Inspectie SZW is misschien het beste te duiden vanuit ontwikkelingen als flexibilisering, arbeidsmigratie en het opvangen van de gevolgen van de crisis. Problemen worden complexer en indringender en de roep om toezicht neemt toe. De overheid decentraliseert verantwoordelijkheden en treedt tegelijkertijd harder op. Daarop speelt de Inspectie in met risicogericht toezicht, effectief optreden en signalering. 

De Inspectie op een arbeidsmarkt in beweging

Het bestuurs- en strafrecht geven de Inspectie niet altijd de mogelijkheid om (zeer) slecht werkgeverschap aan te pakken. Schijnconstructies, zwartwerken met een uitkering en arbeidsuitbuiting zijn complex om te constateren en nog complexer om te bewijzen. En veel constructies zijn vanuit het perspectief van een eerlijke arbeidsmarkt verwerpelijk, maar niet in strijd met de letter van wet. De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) beoogt dit verschijnsel tegen te gaan.

De Inspectie ziet dat het toezicht verder juridiseert. Bedrijven zetten vaker juristen in, regelmatig al tijdens inspecties. Het aantal WOB-verzoeken in letstelschadezaken stijgt. Ook stijgt het aantal gevallen waarin bedrijven bezwaar maken of in beroep gaan tegen sancties. Dat zorgt ervoor dat inspecteurs meer tijd kwijt zijn aan het verzamelen en vastleggen van informatie en het behandelen van bezwaarschriften en beroepszaken. Inspecteurs noemen de hogere boetes en het (wettelijke verplicht) consequenter opleggen van sancties als mogelijke oorzaak.

Domeinoverstijgend toezicht

De Inspectie werkt samen met verschillende andere inspecties en overheidsdiensten, om zo te komen tot concrete inspectie- en handhavingsresultaten. Ook werkt zij samen met ketenpartners en brancheorganisaties, onder andere om afspraken te maken over gezond, veilig en eerlijk werken, en om kennis te delen en informatie uit te wisselen.

Ook internationale samenwerking wordt steeds belangrijker. Met de doorontwikkeling van het Liaisonbureau werkt de Inspectie aan een betere Europese uitwisseling van informatie. Ook op andere manieren, door bijvoorbeeld uitwisselingsprojecten, versterkt zij haar internationale netwerk. In de Senior Labour Inspectors Committee (SLIC) coördineren Europese inspecties hun toezicht en adviseren zij de Commissie. Verder zorgt een nieuwe liaison bij Europol (sinds 2014) voor betere samenwerking binnen internationale opsporing.

Eerlijke arbeidsmarkt

De Inspectie SZW ziet toe op een eerlijke arbeidsmarkt en treedt op tegen illegale arbeid, onderbetaling, slechte arbeidsomstandigheden en arbeidsuitbuiting. De Inspectie richt zich vooral op notoire overtreders en complexe fraudes en constructies. Onderzoeken worden grootschaliger en arbeidsintensiever, hebben vaker internationale aspecten en duren daardoor langer. Ook maken uitspraken van verschillende gerechtshoven bestaande instrumenten minder effectief. De Inspectie bekijkt welke wetgeving gemaakt of veranderd moet worden om dit te ondervangen.

Het aantal meldingen en slachtoffers van arbeidsuitbuiting is in 2014 flink toegenomen, vooral door twee grote onderzoeken. Het onderzoeken van arbeidsuitbuiting is zeer belangrijk maar tijdrovend. Het strafrecht biedt niet altijd voldoende mogelijkheden om uitbuiting aan te pakken. De Inspectie onderzoekt of zij werkgevers in die gevallen op een andere manier kan aanpakken, of dat de wetgeving moet worden aangepast.

Veilig & gezond

Het aantal bij de Inspectie gemelde ongevallen is licht toegenomen: van 3.475 in 2013 naar 3.518 in 2014. Ook het aantal zware ongevallen steeg licht. Een mogelijke verklaring ligt in het gegeven dat met betrekking tot de nu geconstateerde toeneming van de bouwactiviteiten met name kleinere ZZP-bedrijven worden ingeschakeld. De Inspectie zag reeds eerder dat kleinere zzp’ers minder investeren in arbeidsveiligheid. Tevens speelt de verhoogde boete op niet melden van ongelukken een rol. Het aantal (dodelijke) slachtoffers is de afgelopen jaren stabiel.

Vanaf 1 januari 2014 onderzoekt de Inspectie alleen klachten en signalen waarbij er sprake is van een vermoeden van ernstige of zware overtreding. Door deze voorselectie heeft zij minder klachten en signalen in onderzoek genomen. De Inspectie neemt ook klachten in behandeling van ondernemingsraden of medezeggenschapsorganen. Dit aantal neemt juist toe.

Bestaanszekerheid

In 2014 zijn de wetten aangenomen en de voorbereidingen getroffen voor een aantal grote decentralisaties naar de gemeenten: vanaf 2015 gaan zij de Jeugdwet, de WMO 2015 en (per augustus 2014) de Wet passend onderwijs uitvoeren. Ook is in 2015 de Participatiewet in werking getreden. In 2014 heeft de Inspectie verschillende onderzoeken gedaan die inzicht geven in belangrijke onderwerpen in de aanloop naar en binnen de nieuwe situatie.

Het toezicht op de uitvoering van de gedecentraliseerde taken was en is belegd bij vijf rijksinspecties. Nu de gemeenten hun uitvoering integreren zullen deze inspecties waar mogelijk ook hun taken geïntegreerd en gezamenlijk oppakken. Daarbij gaat het vooral om stelseltoezicht. Dat betekent dat de Inspectie niet ingrijpt of corrigeert bij individuele gemeenten. Zij beoordeelt en bevordert de werking van het stelsel, zoals dat in de uitvoering gestalte krijgt. Tijdens de eerste jaren – de zogeheten transformatiefase – is vanuit gemeenten vooral behoefte aan goede voorbeelden. De rijksinspecties kunnen dergelijke voorbeelden beschrijven, naast voorbeelden van zaken die beter kunnen.

Tegelijkertijd heeft de Inspectie geconstateerd dat het domein zo sterk in ontwikkeling is, dat het eind 2014 nog te vroeg was om definitief te bepalen welke onderwerpen haar aandacht vragen. Daarom zal de Inspectie de ontwikkelingen op het terrein van Werk en Inkomen – en breder, op het sociaal domein – nauwlettend blijven volgen.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF