Inwerkingtreding Wet strafbaarstelling financieren van terrorisme

De wet van 10 juli 2013 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafrecht BES, en enkele andere wetten in verband met de strafbaarstelling van het financieren van terrorisme (strafbaarstelling financieren van terrorisme) treedt in werking met ingang van 1 september 2013.

Deze wet voegt, naar aanleiding van een aanbeveling van de Financial Action Task Force (FATF), aan het Wetboek van Strafrecht en enkele andere wetten een aparte bepaling toe waardoor financiering van terrorisme een zelfstandig strafbaar feit wordt.

Met dit voorstel geeft Nederland uitvoering aan deze aanbeveling. De FATF had kritiek op Nederland omdat financiering van terrorisme tot nu toe vervolgbaar was als strafbare voorbereiding van een ernstig misdaad en niet, zoals in de meeste landen, als zelfstandig strafbaar feit.

Als gevolg van deze inwerkingtreding treedt op 1 september ook een wijziging in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) in werking. Door de wetswijziging komt artikel 1, eerste lid, onderdeel i Wwft te luiden:

i. financieren van terrorisme: de gedraging strafbaar gesteld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 421 Wetboek van Strafrecht luidt met ingang van 1 september 2013:

Artikel 421 1. Als schuldig aan het financieren van terrorisme wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf; b. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:

– de artikelen 117 tot en met 117b alsmede artikel 285, indien dat misdrijf is gericht tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen; – de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, de artikelen 161quater, 173a en 284a alsmede de artikelen 140, 157, 225, 310 tot en met 312, 317, 318, 321, 322 en 326, indien het feit opzettelijk wederrechtelijk handelen betreft met betrekking tot kernmateriaal; – de artikelen 162, 162a, 166, 168, 282a, 352, 385a tot en met 385d; – de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161sexies, 164, 170, 172, 287, 288 en 289, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke materiële schade te duchten is.

2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF