Inrichting wrakingsprocedure: pilot onderbrengen wrakingskamer bij een ander gerecht

Bij motie van 15 februari 2012 hebben de Tweede Kamerleden Schouw en Berndsen de regering opgeroepen te onderzoeken hoe de beoordeling van wrakingsverzoeken zo kan worden aangepast dat de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid daarvan beter is gewaarborgd.

Naar aanleiding van het stijgend aantal wrakingen heeft de Raad voor de rechtspraak een interne werkgroep ingesteld met als opdracht de oorzaken en gevolgen van wrakingsverzoeken te analyseren en aanbevelingen te doen hoe de Rechtspraak hiermee om kan gaan. Voorts is de Raad voor de rechtspraak opdracht gegeven tot het doen van een tweetal wetenschappelijk onderzoeken.

De werkgroep heeft gekeken of de huidige wettelijke wrakingsregelingen en het wrakingsprotocol nog voldoen of dat deze zouden moeten worden gewijzigd (en zo ja, hoe), en met welke voor- en nadelen een gewijzigde regeling gepaard kan gaan.

Het standpunt van de Rechtspraak met betrekking tot de inrichting van de wrakingsprocedure luidt als volgt:

  • De Rechtspraak ziet op dit moment geen dwingende aanleiding voor aanpassing van de wettelijke regeling van de wrakingsprocedure. De huidige wettelijke regeling functioneert naar behoren en het aantal wrakingsverzoeken valt ondanks de toename in absolute aantallen op het totaal aan zaken nog erg mee. Er zijn wel negatieve (neven)effecten, maar deze blijven vooralsnog binnen het aanvaardbare.
  • De Rechtspraak ziet vooralsnog ook geen aanleiding voor structurele rechtspraakbrede aanpassingen van de werkwijze binnen het huidige wettelijke kader. Zoals gezegd, blijven de negatieve gevolgen van het toenemend aantal wrakingen binnen de perken. Behandeling van wrakingsverzoeken door een ander gerecht door middel van de rechter-plaatsvervangersconstructie levert vertraging en organisatorische problemen op. Omdat de Rechtspraak wel graag recht wil doen aan de signalen vanuit politiek en samenleving, gaat de Rechtspraak in de vorm van een pilot in de gerechtshoven Amsterdam en Den Haag bezien of de gesignaleerde praktische problemen bij inschakeling van een wrakingskamer van een ander gerecht kunnen worden ondervangen door gebruikmaking van moderne communicatiemiddelen zoals telehoren/teleconferencing. Indien deze pilot succesvol is, kan uitbreiding van deze werkwijze naar andere gerechten worden overwogen.

Opstelten: Het onderbrengen van de wrakingskamer bij een ander gerecht brengt organisatorische problemen met zich mee. De Raad zal in een pilot bij het Gerechtshof Amsterdam en Den Haag onderzoeken hoe deze problemen ondervangen kunnen worden door bijvoorbeeld telehoren en teleconferencing. De gerechtshoven Amsterdam en Den Haag laten in de pilot de behandeling en beslissing van alle wrakingsverzoeken over aan de wrakingskamer van het andere hof. De leden van de wrakingskamer fungeren daarbij als raadsheerplaatsvervanger van het andere hof. In de pilot zal onderzocht worden of de behandeling van wrakingsverzoeken door een externe wrakingskamer bijdraagt aan het vertrouwen in de rechtspraak. Voorts zal worden onderzocht of een efficiënte behandeling van wrakings- verzoeken door een externe wrakingskamer mogelijk is.

De pilot zal een jaar duren en daarna worden geëvalueerd. Na afloop van de pilot zal worden bekeken of deze werkwijze naar andere gerechten kan worden uitgebreid.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF