In diverse pv's zijn onjuiste data vermeld, wraking nadat deze onjuistheden in mondelinge uitspraak worden afgedaan als "slordigheden dan wel verschrijvingen"

Rechtbank 's-Gravenhage 30 oktober 2012, LJN BY6602 Voorgeschiedenis en procesverloop 

Verzoeker is gedagvaard om op 20 september 2012 als verdachte te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter van deze rechtbank. Op die datum heeft politierechter mr. Meijers de strafzaak tegen verzoeker behandeld.

Nadat mr. Meijers het onderzoek ter terechtzitting had gesloten en was aangevangen met het doen van de mondelinge uitspraak, heeft de raadsman van verzoeker mr. Meijers gewraakt.

Mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek 

Op 16 oktober 2012 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld.

Standpunt van verzoeker 

Aan het wrakingsverzoek is het volgende ten grondslag gelegd. In diverse processen-verbaal staan onjuiste data vermeld. Deze onjuistheden zijn te talrijk om als "slordigheden dan wel verschrijvingen" te kunnen worden afgedaan. Door in haar mondelinge uitspraak te oordelen dat daar wel sprake van is, wekt mr. Meijers de schijn geen belang te hechten aan de toedracht van de onjuiste data in de processen-verbaal en de juridische consequenties daarvan. Mr. Meijers wil schijnbaar verzoeker veroordelen, ongeacht die toedracht.

Standpunt van mr. Meijers 

Meijers heeft bij brief van 9 oktober 2012 aangevoerd dat zij het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk acht omdat na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en tijdens de mondelinge uitspraak om wraking is verzocht.

Standpunt van mr. Degeling 

Ook Mr. Degeling stelt zich op het standpunt dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is, althans moet worden afgewezen, omdat het verzoek niet tijdig, dat wil zeggen niet vóór de uitspraak, is gedaan. Voorts levert de omstandigheid dat verzoeker het oneens is met het oordeel van de rechter geen wrakingsgrond op.

Beoordeling 

Ter beoordeling in onderhavige zaak ligt voor de vraag of tijdens het doen van een (mondelinge) uitspraak nog een wrakingsverzoek kan worden gedaan.

Uit de tekst van art. 513 Sv volgt niet tot op welk moment een wrakingsverzoek kan worden ingediend. De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 13 april 2010 en 2 november 2010 (LJN BJ9926 en LJN BN2366) het uitgangspunt geformuleerd dat een verzoek tot wraking kan worden gedaan 'totdat einduitspraak is gedaan'. Dit uitgangspunt is eveneens opgenomen in artikel 4.4 van het wrakingsprotocol Rechtbank Den Haag. In het arrest van 13 april 2010 heeft de Hoge Raad daarbij overwogen dat een na sluiting van het onderzoek schriftelijk ingediend wrakingverzoek tijdig is gedaan indien het voorafgaande aan de uitspraak bij het gerecht is ingekomen en wel op een zodanig tijdstip dat de betrokken rechter(s) daarvan redelijkerwijs nog kennis konden nemen. Vertaald naar de onderhavige situatie waarbij de politierechter al doende was haar vonnis uit te spreken, moet dan ook worden geconcludeerd dat het wrakingsverzoek niet tijdig is gedaan, zodat verzoeker niet ontvankelijk zal worden verklaard.

De wrakingskamer verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF