Hof: Saunabezoek terwijl verdachte wist dat hij niet zou kunnen betalen levert oplichting op. Geen oplegging van straf.

Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:177 Verdachte wordt oplichting verweten van een wellnesscentrum. 

Volgens de vaste lijn van de Hoge Raad levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper die in staat en voornemens is de gekochte goederen bij de aflevering daarvan te betalen, niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op. Dit ligt anders indien op bedrieglijke wijze gebruik wordt gemaakt van een in het maatschappelijke verkeer geldend.

In de onderhavige zaak was sprake van een in het maatschappelijk verkeer geldend patroon op grond waarvan enerzijds benadeelde aan de bezoeker toegang tot de sauna en (tijdelijk) goederen verschaft, in de verwachting dat de bezoeker bij vertrek zou betalen voor de faciliteiten waar hij gebruik van had gemaakt. In een dergelijke situatie is het niet te doen gebruikelijk de kredietwaardigheid van de klant vooraf te controleren. De verdachte heeft verklaard dat hij op het moment dat hem de toegang tot de sauna werd verleend, wist dat hij bij het verlaten van de sauna niet zou gaan betalen. De verklaring van de verdachte dat hij wel van plan was op een later moment te betalen, indien hij daartoe financieel in staat zou zijn, maakt dit niet anders. De verdachte heeft hiermee op bedrieglijke wijze gebruik gemaakt van het in het maatschappelijk verkeer geldend gedragspatroon zoals hiervoor omschreven. De ten laste gelegde oplichting is derhalve wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte is reeds meerdere malen vervolgd ter zake van oplichting van een wellnesscentrum. De verdachte heeft gesteld dat de saunabezoeken voor hem noodzakelijk waren gelet op zijn medische situatie en dat hij niet in staat was hiervoor te betalen, omdat hij van de overheid ten onrechte geen persoonsgebonden budget ontvangt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte met redenen omkleed verklaard in de toekomst niet meer op deze wijze te zullen handelen. Het hof schat om die reden het risico op speciale recidive laag in.

Het hof bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF