Grenzen aan valsheid in geschrift

Het Openbaar Ministerie (b)lijkt dol te zijn op artikel 225 Wetboek van Strafrecht, waarin valsheid in geschrifte strafbaar is gesteld. Menig fiscaal delict wordt met behulp van dit commune delict geprobeerd aan te pakken bij wijze van vangnetbepaling. Ook processtukken blijken niet veilig. Zo vervolgende het Openbaar Ministerie een verdachte voor het afleggen van een valse verklaring op basis van artikel 225 Sr. Ook werd op basis van artikel 225 Sr een bezwaarschrift tegen een aangiftebiljet aangepakt. Gelukkig fluiten rechters het Openbaar Ministerie terug.

In het vonnis van 29 september 2017  oordeelde Rechtbank Midden-Nederland over de vervolging van de verdachte voor ‘bij haar verdachtenverhoor een valse verklaring af te leggen en/of door die verklaring vervolgens te ondertekenen’. Een wonderlijke vervolging. Immers, de verdachte is niet verplicht te antwoorden. Evenmin is de verdachte verplicht de waarheid te spreken. De rechter maakt dan ook korte metten met deze vervolging. Volgens de rechter is het vervolgen van een verdachte voor het afleggen van een onjuiste verklaring in strijd met het pressieverbod van artikel 29 Wetboek van Strafvordering. Het zou immers de verdachte de mogelijkheid ontnemen een verklaring af te leggen die al dan niet in strijd is met de waarheid. Het Openbaar Ministerie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF